Bijbellezen
In een voorrede van „De profetieën van Hosea-Joël", uitgelegd door Calvijn, schrijft Dr. A. G. Honig o.a. het volgende:
„Nimmer is naar waarde te roemen de rijke schat, die God in Zijn heilig en dierbaar Woord geschonken heeft. Het Woord komt iedere dag in onze woningen ons sterken tot onze levensroeping, ons dringen om te bedenken de dingen, die Boven zijn, ons troosten als 's Heeren Vaderhand droefheid en ons stemmen tot heilige jubel, als diezelfde Hand vreugde in ons hart verwekte.
Het Woord is het hemels licht, dat op iedere rustdag in de vergadering der gelovigen ons tot lering, tot verkwikking en tot vermaning beschijnen komt. Het Woord is de mijn, waaruit de kerk van Christus onder de leiding des Heiligen Geestes het goud der waarheid heeft opgedolven. Het Woord geeft ons de sleutel tot het recht verstand in handen, het wijst ons de weg, die wij in het heden hebben te bewandelen en het richt beide ons geloof en onze hoop op de toekomst van de Zoon des mensen. Het Woord — dat is de lamp voor onze voet en het licht op ons pad.
Het Woord — dat is de hechte grond, waarop onze voeten staande kunnen blijven, welke golven van twijfel en ongeloof zich ook verheffen en welke orkanen van ontwrichting der ethische, sociale en politieke grondslagen van ons volksleven ook rondom ons loeien.
Het Woord — dat is de staf, waarop wij alleen steunen; het brood, waarbij wij alleen leven; het vuur, waaraan wij ons koude hart alleen verwannen kunnen."
Hier is het Bijbelrooster voor de komende weken:
Zondag 26 april Psalm 30 Job 39 : 1-15 Maandag 27 april Gen. 23 Job 39 : 16-38 Dinsdag 28 april Gen. 24 : 1-18 Job 40 Woensdag 29 april Gen. 24 : 19-33 Gen. 24 : 34-51 Donderdag 30 april Psalm 80 Deut. 10 : 12-22 Vrijdag 1 mei Gen. 24 : 52-67 Job 41 Zaterdag 2 mei 1 Tim. 1 : 1—11 Job 42 Zondag 3 mei 1 Tim. 1 : 12-20 Psalm 73 Maandag 4 mei 1 Tim. 2 Psalm 24 Dinsdag 5 mei Ester 9 : 1—19 Ester 9 : 20-32 en 10 Woensdag 6 mei 1 Tim. 3 Openb. 7 Donderdag 7 mei Hand. 1 : 1—11 Psalm 68 : 19-36 Vrijdag 8 mei 1 Tim. 4 Openb. 8 Zaterdag 9 mei Psalm 37 : 1-20 Psalm 37 : 21-40
er slechts één Christen en die stierf aan het kruis".
Hoewel dit verwijt blijk geeft van ergernis aan Jezus Christus, kunnen wij dit niet zonder meer naast ons neerleggen!
Want hoe reageren we als zware slagen (dood, ziekte enz.) ons leven treffen? Kunnen buitenstaanden dan van ons zeggen „als die in alles verdrukt worden doch niet benauwd, twijfelmoedig doch niet mismoedig"? Of.... moeten ze dan zeggen „zij treuren net zoals wij, die géén hoop hebben"? ?
Bij een treinramp hoorde ik een zwaar gewonde jonge passagier, toen hij op een brankard gelegd werd, stamelen: „Vader, wat U doet is goed". Een buitenstaande, die erbij stond, en dit hoorde zeggen, reageerde met , , 'k wou dat ik ook zo'n geloof had!"
Kijk, dat is het! Juist in die situaties, waarin het leven a.h.w. door elkaar geschud wordt, moet (én zal) de kracht van het wereldoverwinnende geloof blijken. Want.... God geeft Zijn genade waar die werkelijk nodig is. En dit ook, opdat anderen voor Christus gewonnen worden.
De blijdschap van het geloof bepaalt de ondertoon van een mensenleven, is niet gebonden aan uiterlijke omstandigheden én evenmin aan het ogenblik. Deze blijdschap is wat anders dan „goedkope lol" of „oppervlakkige levensvreugde". Juist op die momenten, waarop buitenstaanden a.h.w. verslonden worden door de „droefheid der wereld", blijkt de blijdschap van het geloof. Een voorbeeld?
Een predikant schreef over zijn verblijf in het koncentratiekamp Dachau het volgende:
, , Deze door en door misdadige man vloog me daarbij nog vijf tot tienmaal per dag als een razende aan om me vanwege mijn „luiheid" neer te trappen en aan bloed te slaan. Kapot moest ik. En dit alles gebeurde onder de grootste godslasteringen. Wanneer ons commando wat „georganiseerd" had, b.v. aardappelen of soep uit de S.S.-keukens, dan deden de mannen zich daaraan te goed, terwijl ik aan het werk moest blijven en niets kreeg.
Dit was inderdaad een hel. Toch bleef de hemel niet uit! Die daalde toch weer neer. Ik weet nog goed, dat ik onder die mishandelingen, in de kolen neergetrapt als een hoopje vuil, nochtans altijd in mijn hart zong:
Als ik omringd door tegenspoed Bezwijken moet, schenkt Gij mij leven! Is 't. dat mijns vijands gramschap brandt, Uw rechterhand zal redding geven. De Heer is zo getrouw als sterk, Hij zal Zijn werk voor mij volenden. Verlaat niet wat Uw hand begon, O Levensbron, wil bijstand zenden. (Ps. 138 : 4)
Dan zijn we toch weer de gelukkigste mensenkinderen naar de geest, al zijn wij rampzaligen naar het buitenkantsleven. En als we na zo'n helse dag nog weer een hels appèl, en een helse ontvangst op het blok kregen, dan was het 'n wonder, dat er nog adem in je longen was, en het hart nog klopte, en dan zeide ik weer Paulus na: „Die ons uit zo'n grote dood verlost heeft, en nog verlost, en op welke wij hopen, dat Hij nog verlossen zal"
B.
Tenslotte: als u de artikelen in deze serie leest, overkomt het ook u wellicht eens dat u vragen hebt of dat u het met bepaalde gedeelten niet (geheel) eens bent. U doet mij dan een groot plezier als u mij hiervan op de hoogte stelt, via de administratie (Ridder van Catsweg 244A, Gouda) die uw brief ongeopend aan mij doorstuurt. Dan kunnen we per brief of via „Daniël" verder van gedachten wisselen. Reeds nu: hartelijk dank!
J. J. Bos.
*) ds. J. Overduin Hul en hemel van Dachaa 1969 p. 142.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1964
Daniel | 8 Pagina's