Verzekeren.
Ik heb hier een brief van iemand, die zijn naam absoluut niet genoemd wil hebben. Nu is dat toch mijn gewoonte niet, maar in dit geval wil ik nog een stapje verder gaan, en zelfs de woonplaats van de schrijver niet noemen.
Schrijver zegt: In onze kringen mag je je niet verzekeren. Als je er met iemand over praat, dan krijg je een beste preek te horen en daarmee uit. Toch zijn allen in loondienst verplicht verzekerd. Vroeger werd er wel eens gezegd: Als je het van de diakenen moet hebben, dan krijg je te weinig om van te leven en te veel om van te sterven. Vandaar al die verzekeringen. Maar nu de ziekenhuizen, sanatoria en inrichtingen zo verschrikkelijk duur zijn, wat dan? De kerk kan dat allemaal ook niet bekostigen. Als briefschrijver in het ziekenhuis komt te liggen, kost hem dat minstens ƒ 20, - per dag en voor hulp op de boerderij betaalt hij minstens ƒ 15, - per dag. Wie kan dat nog betalen? Een kind van hem ligt al 9 jaar in een inrichting. De kerk wil daar niet aan meebetalen. (Hij kan er over 30 jaar nog wel zitten, zeggen ze). De burgerlijke gemeente springt nu bij, nadat de schrijver het 6 jaar lang zelf had betaald. „Als ik 20 jaar premie betaal en er nooit geen gebruik van behoef te maken, des te beter. Al is men nou financieel verzekerd van de wieg tot het graf, dan nog zijn we afhankelijk van de Heere. We kunnen geen haar wit of zwart te maken. We moeten dagelijks bidden om gezondheid, moed, lust en kracht om onze dagelijkse arbeid te kunnen verrichten. Ook om bewaard te blijven op de onveilige wegen. Maar bovenal om bekeerd te worden, opdat we ook verzekerd zijn voor de eeuwigheid."
Tenslotte maakt schrijver nog een opmerking over de W.A. verzekering. „Is het wel verantwoord, er niet in te gaan? De gevaren zijn groot en de kosten onbetaalbaar. Dan kan ik wel vragen: Mag men A.O.W. aanpakken? Mag men kinderbijslag aannemen of weduwenpen-4loen? "
Een lezer uit WoJpliaartsdijk geeft zijn mening als volgt weer: „Op grond van Gods Woord geloven we, dat God door Zijn Voorzienigheid, als met Zijn hand, alles nog onderhoudt en er niets bij geval geschiedt. Nu heeft Hij ons wel aan de middelen gebonden. Wie niet werkt, zal ook niet eten, bij ziekte moeten we een dokter halen, ons lichaam verzorgen. Als we in diep water springen, zullen we verdrinken. Als we de dijken niet verzorgen, lopen de polders op den duur onder. Maar hoe ver strekt nu deze zorg? In Matth. 6 zegt Christus: Zijt niet bezorgd. Dit slaat op wat nog komen moet volgens vers 34: .... tegen de morgen. Waartegen gaan we nu verzekeren? Als we eens ziek worden of oud, als ons huis verbrandt, als ons vee sterft enz. We weten echter niet, of deze dingen van de onbekende toekomst („morgen") ons ooit zullen treffen, al kunnen ze onder Gods Voorzienigheid door Hem gebruikt worden als tuchtroede, ter lering of beproeving.
Is nu het voorzieningen treffen d.m.v. verzekeren geen overbezorgdheid, waar dan ook in Matth. 6 over gesproken wordt? Immers, wanneer Hij ons zou tegenkomen, kon het dan niet, dat in Zijn Voorzienigheid ook de betaalmiddelen ons reeds waren geschonken? In Egypte gingen de jaren des overvloeds vooraf aan de jaren van de honger. De veronderstelling, dat bij niet verzekeren gesteund wordt op onmiddellijke onderhouding, is dan ook geheel onjuist. Het sparen is dan ook een deugd. Ook gebeurt het, dat de Heere met de verzoeking ook de uitkomst geeft. Moeten we dan zo laag van Hem denken, dat Hij beproeven zou boven vermogen? En dan is soms tegenspoed een groter zegen dan voorspoed (Ps. 119 : 75). En als we het dan toch eens niet betalen kunnen? Wel daarvoor is het ambt der diakenen ingesteld, opdat zij helpen waar nodig is. Dit is geen voorzorg, maar zorg. Hierdoor wordt door de gemeente de christelijke barmhartigheid bewezen. Bij verzekeren tracht men zichzelf te helpen vóór er nood is. Op welke weg zou 's Heeren zegen kunnen rusten, op Zijn inzettingen of op die van mensen?
Nu is het wel begrijpelijk, dat men de eventuele gevolgen van het niet-verzekeren niet durft aanvaarden, maar stellen we dan in feite het welzijn van onze portemonnaie niet hoger dan ons beginsel? En is dat niet materialistisch in plaats van een afhankelijk leven?
Onderscheid tussen materiële en financiële voorzorg zie ik niet duidelijk. Ik zou liever de grens zo stellen: daar waar men zich tracht te vrijwaren voor tegenslagen, die zouden kunnen liggen in een onbekende toekomst. We dienen deze aan de Voorzienigheid des Heeren over te laten."
Een vriend uit Oostkapelle meent, dat de Zoetermeerder het probleem niet zuiver stelt. Hij vraagt: an iemand, die genade bezit, zich verzekeren? Nu zijn wij geen hartenkenner. „Ik vind het veiliger om te vragen: at zegt de Schrift hiervan? En dan is het nog niet zo eenvoudig. Tegenstanders zeggen: n Job 12 : 6 lees ik: ie God tergen, hebben verzekerdheden. Maar in die tijd bestond het verzekeringswezen nog niet. (De kanttekenaren zeggen hiervan: Dat is als vaste plaatsen en sterkten, daar op zij hen verlaten." Gespr.L) Een ander zegt: aulus zegt: l wat uit het geloof niet is, dat is zonde. Een derde zegt met de profeet Jeremia: ervloekt is de man die vlees tot zijn arm stelt. Voorstanders komen met Jozef, dat hij schuren bouwde om zich veilig te stellen tegen de komende honger. En dan de tekst: raagt elkanders lasten. Beide partijen beroepen zich dus op de Schrift. Ik geloof, dat het een persoonlijke zaak blijft om zelf uit te maken: oen of niet doen. Maar ik heb groot respect voor degenen, die zich tegenwoordig hiervan kunnen onthouden. Wij leven in een tijd, dat men moet vragen: an men er nog buiten? Het is een noodzakelijk kwaad geworden en ieder grijpt naar de voordelen, die er uit voortkomen, de goede niet te na gesproken.
Als ik het goed begrijp, dan bedoelt onze vriend uit Zoetermeer de financiële voordelen bij brand of ongeval of overlijden, maar m.i. valt hier veel meer onder. Wat dacht u van de mensen, die hun aardappelvelden bespuiten tegen de gevreesde ziekte en de fruitkwekers, die hun boomgaard bespuiten tegen allerlei insecten, die er nog niet zijn, dus louter voorbehoedsmiddelen? Velen me-
nen, dat dit geen verzekeren is, maar ik meen van wel. Eén ding is wel zeker: Wij mensen praten een zaak gauw goed als men er beter van wordt en daarom is er zo weinig tegenstand en wordt alles met of zonder dwang genomen." P.S. Uw tip voor een nieuw onderwerp heb ik goede nota van genomen.
Dan nog een brief uit Goucla. Schrijver merkt o.a. op, dat wij ons niet bezorgd mogen maken. (Matth. 6 : 25—34). Maar dit wil niet zeggen, dat wij als Christen niet bezorgd behoeven te zijn over het lot van onze naaste. Wanneer wij op een verzekering ons vertrouwen stellen, is dit zeker een gebrek aan Godsvertrouwen en daarom zonde voor God. Maar het wordt wat anders, wanneer wij dat doen uit naastenliefde. Want is het niet mooi, dat wij onszelf er toe kunnen verplichten een zeker bedrag te storten, waaruit iedereen, die in moeilijkheden zit, kan worden geholpen?
Er zijn ook mensen die in moeilijkheden gekomen, denken: De diaconie helpt toch wel. Dit is natuurlijk fout, maar dit houdt helemaal niet in, dat de diaconie fout is. Zo ligt het met de verzekering ook. Het ligt er maar helemaal aan, met welke bedoeling wij ons verzekeren.
Wat de W.A. verzekering betreft: het is volgens mij onverantwoord, dat iemand die veel met het verkeer te maken heeft, geen W.A. verzekering afsluit. Men kan aanvoeren, dat de diaconie bij blijvende invaliditeit van een aangeredene kan bijspringen, maar het is allereerst ten zeerste de vraag, of het de plicht van de kerk wel is, om een onkerkelijk gezin (de aangeredene) te ondersteunen. Het is bovendien de vraag, of het wel verantwoord is t.o.v. de overige kerkleden die behoeftig zijn, dat iedere week zulke grote bedragen aan de gedupeerden uitgereikt worden. Is iemand werkelijk tegen verzekeren, dan kan ik zijn standpunt respecteren, maar dan moet zo iemand consequent zijn:
a Hij moet dan geen gebruik maken van moderne vervoermiddelen, zoals bromfiets, auto, scooter enz.
b Hij moet dan, wanneer hij door een niet-verzekerde wordt aangereden, van deze geen schadeloosstelling eisen.
c Hij moet, wanneer hij door een verzekerde wordt aangereden, ook geen geld accepteren van de verzekering.
Mensen, die deze consequenties niet willen dragen, maar toch tegen verzekeren zijn, zijn zonder verantwoordelijkheidsgevoel. Dat er minder ongelukken zouden gebeuren als er geen W.A. verzekering was, geloof ik niet, want niemand gaat graag de gevangenis in en het bedrag, dat de verzekeringsmij. uitkeert, is altijd veel kleiner dan het bedrag aan onkosten, " aldus onze vriend uit Gouda.
Inzenders van deze brieven, hartelijk dank.
Gesprekleider
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1964
Daniel | 8 Pagina's