Onze reis naar Israël en Jordanië
(VERVOLG)
Ons einddoel van deze dag, De Dode Zee, is nog 220 km ver-, wijderd, doch de weg daarheen is heel goed. Israël 'heeft midden, ' in de woestijn een atoomcentrale, welke met medewerking van Frankrijk is gebouwd. We rijden nu op een hoogte van 500 meter boven de zeespiegel; zomers is de temperatuur hier 45 tot 50 graden; hier is ook het gebergte van Edom, waar David tegen de Filistijnen streed, die hij in het Zoutdal versloeg. Wanneer we 500 meter naar beneden zijn gereden hebben we een prachtig uitzicht op de omgeving. Voor ons zien we het einde van de Dode Zee met de bassins waarin het zout gewonnen wordt; het zoute water laat men in de bassins lopen waar het door de zon verdampt en het ruwe zout overblijft. Dichtbij is een Broom-en potasch-industrie gevestigd. Broom of Bromide is een kalmerend middel; potasch is een belangrijke grondstof voor de landbouw, doch ook voor het vervaardigen van explosieve stoffen. Aan de overzijde van de Dode Zee ligt Edom en Zoar. De zee is 80 km lang en haar grootste diepte is 65 meter; er bevindt zich nog een landtong in, waardoor men vroeger naar de overzijde kon komen. Hier is ook de oase van Engedi, waar bomen geplant zijn. Van de vesting Mezena zijn nog de overblijfselen te zien. Men neemt aan dat de steden Sodom en Gomorra hier aan het einde der Dode Zee onder water verzonken liggen; in de zee is geen levend wezen; een beker water uit deze zee gedronken is dodelijk, omdat het zoutgehalte 40% is; het is de diepste plaats der wereld, nl. 402 meter beneden de zeespiegel en wij dachten aan hetgeen wij lezen in de Bijbel over wat hier is geschied. In de omgeving van de verzonken steden woont niemand; er leeft niets en er groeit niets; de mensen die hier werken worden gebracht en gehaald.
Langs een pad lopen we naar de Dode Zee, waar gelegenheid is om te zwemmen of beter gezegd, te drijven. We ontmoetten hier een Israëliet van 67 jaar, die in 1920 vanuit ons land naar Israël is getrokken; hij had in Deventer gewoond. Zwemmen deed hij veel in de Dode Zee, die op deze plaats zwavelhoudend is en dat een probaat middel moet zijn tegen exzeem en aderverkalking.
In deze omgeving zijn nog de spelonken zichtbaar waarin David zich verborg toen hij voor Saul vluchtte en de slip van Saul's mantel afsneed in de vlakte van Engedi. Dichtbij de Dode Zee is een restaurant dat de naam draagt Lots Wife Inn, waar wij wat kunnen gebruiken. Om 'half zes vertrekken we naar Jeruzalem en rijden dezelfde weg terug door de woestijn; de duisternis valt spoedig in en langs de weg zien we de bedoeinen in hun opengeslagen tenten bij hun lampen zitten, in de eenzaamheid der woestijn.
Het is vrijdag; 's avonds om zes uur begint de Sabbath; onderweg vragen twee militairen om een lift, omdat de Sabbath is ingegaan en er geen openbare vervoermiddelen op de Sabbath mogen rijden.
Intussen zijn we gekomen aan de grens van het land der Filistijnen aan de beek Sorek en wij denken aan Simson, die aan deze beek zijn liefde verklaarde aan Delila, die hem later aan de Filistijnen overleverde. De strijd tussen David en Saul in het Eikendal vond in deze omgeving plaats. Een enorm groot bos, namelijk het Simson-bos is hier aangeplant; voor elke jood, die in de laatste wereldoorlog is omgekomen, is een boom geplant en zo zijn er zes miljoen bomen, die dit bos vormen.
Na een dagtocht van ruim 600 km, die vol indrukken uit de Bijbelse historie was, komen we 's avonds om negen uur aan in de kibbutz Miaale Mahamisha, dicht bij Jeruzalem. In een eetzaal in de kibbutz gebruiken wij het avondeten; na het eten leest ds. de Gier Psalm 122; het personeel in de eetzaal luistert met ons mee en na het lezen vraagt een lid van het personeel of hij deze psalm ook mag voorlezen in de Hebreeuwse taal, wat hem vanzelfsprekend wordt toegestaan. Spoedig zoeken wij onze slaapkamers op, die apart in een tuin gelegen zijn. Omdat de kibbutz dichtbij vijandelijk gebied ligt loopt de gehele nacht een Israëlische militair met stengun rondom de gebouwen.
De volgende morgen zien we de mooie omgeving waarin de kibbutz ligt; zij ligt op 820 meter hoogte en naar alle zijden is het uitzicht bijzonder mooi. Na het ontbijt wordt gelezen Johannes 13. 't Is de laatste dag van ons verblijf in Israël en voor we vertrekken wordt door de gids een rondleiding met ons gemaakt. De heuvel, waarop de kibbutz is gebouwd, draagt de naam „heuvel der vijf"; voorheen was dit Ghanisch gebied; in 1938 begon men met de aanleg en de bouw; er werden 800.000 bomen geplant, die het water in de grond moeten vasthouden; ontelbare stenen moesten worden opgeruimd; deze stenen werden weer gebruikt om op de berghellingen terrassen aan te leggen, die het water moeten vasthouden en deze arbeid werd met de hand gedaan. In 1948 werd de kibbutz door de oorlog verwoest; vrouwen en kinderen werden naar Jeruzalem geëvacueerd en 54 mannen bleven achter, die stand hielden op deze „heuvel der vijf", welke naam ontleend is aan de vijf jonge kolonisten, die bij de aanleg, tijdens het planten der bomen, zijn omgekomen.
(Wordt vervolgd[)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1964
Daniel | 8 Pagina's