Verzekeren.
Een lezer uit Meliskerke reageert op verschillende reeds geplaatste brieven als volgt:
„Ik vind de opvatting van de lezer uit Goes („Daniël" van 13 maart) typerend voor de wijze, waarop men in onze kringen deze zaak benadert.
De Goesenaar stelt eerst, dat wij aan de middelen tot verzorging van ons leven zijn gebonden. Zonder er op in te gaan, of „verzekeren" ook tot die middelen zou kunnen behoren, stelt hij dan, dat in het verzekeren een gebrek aan Godsvertrouwen en een onwil tot afhankelijkheid naar voren komt. Deze gedachte komt overeen met vele andere naar vorengebrachte bezwaren, zoals ongeloof in Gods voorzienigheid en het dienen van de afgod „verzekering" i.p.v. het zich te buigen voor Gods instelling: de diaconie.
Wat het eerste betreft, zou ik deze vraag willen stellen. Als wij geloven in Gods Almacht, betekent dan het beveiligen van eigen leven een tegenstrijdigheid? Wij laten dan toch ook niet alles aan zijn beloop over? Al geloven wij in Gods Voorzienigheid, dan ontheft ons dat toch niet van onze verantwoordelijkheid zelf menselijkerwijze te zorgen? Als wij Ursinus in zijn verklaring van Gods Voorzienigheid lezen, dan komt daarin toch uit, dat tvij de middelen niet moeten verachten en zo God verzoeken. Nu zal mij toegevoegd worden, dat het middel „verzekeren" niet geloorloofd is en daarbij het verschil tussen zorgen en bezorgd zijn te voorschijn halen. Als dat zo ligt, dan kunnen wij het aantal ongeoorloofde middelen nog wel even uitbreiden.
Dan zou de verzekering een afgod zijn. Dat ligt m.i. niet in het verzekeren, doch in de mens, die zich verzekert op een verkeerde manier. En dat is dan ook alweer niets anders als alle andere zaken, die wij misbruiken door de zonde. Dan is voor de één zijn kerkgang een afgod en voor de ander zijn zwarte kleding en voor de derde nietverzekerd zijn. Moeten wij daarom kerkgang en zwarte kleding afwijzen? Ik meen van niet. Maar hoe gebruikt men die?
Bovendien heerst er m.i. een wanbegrip over het verzekeren. Er wordt gesproken over verzekering tegen ziekte, tegen ongeval, tegen werkloosheid enz.,
maar het gaat om de geldelijke gevolgen. Als de lezer uit Goes meent, dat het is om armoe te ontgaan, dan is dat gedeeltelijk waar. Meen echter niet, dat we die door verzekering kunnen ontlopen. Het is m.i. meer zorgen dan voorkomen.
Vervolgens acht ik de Goesenaar en anderen inconsequent door verschil te maken tussen verplichte en vrijwillige verzekering. Als verzekeren in strijd is met Gods Woord, dan is verplicht verzekeren evengoed fout. Het gaat dan niet op daarvoor de verantwoordelijkheid op de overheid te schuiven. Men dient Gode meer gehoorzaam te zijn dan de mens en de overheid niet te volgen, als ze iets van ons eist, dat in strijd is met Gods gebod. De overheid heeft zelf in bijna alle soc. verzekeringswetten een ontheffingsmogelijkheid geschapen. Ik vind het bepaald onjuist te zeggen, dat in dat geval een aanslag in de inkomstenbelasting hetzelfde is als premie betalen. De besteding van de extra aanslag inkomstenbelasting is voor verantwoordelijkheid van de overheid, premie betalen echter voor de verzekerde. Deze opvatting van de Goesenaar wordt m.i. meestal gedragen door de portemonnaie. Ook met de opvatting van hem over de verplichte autoverzekering ben ik het in het geheel niet eens. Daar blijkt uit, dat zaken doen voor velen eigenlijk een voor principes onaantastbaar heilig huisje is in onze kringen, wat feitelijk in vele gevallen niet beinvloed wordt door geloofsopvattingen. Als de zakenman tegen verzekeren is, dient hij de risico's daarvan net zo goed te nemen als een gewone werkman. Als de fabriek, waar de laatste werkt, een continubedrijf wordt en hij moet daardoor op zondag werken, kan hij zich dan ook verontschuldigen, dat hij dat werk nodig heeft en gaan werken op zondag, als niet werken op die dag ontslag inhoudt? Daarom als verzekeren in strijd is met Gods Woord, dan geldt dit evengoed voor een zakenman, die „beslist" een auto voor zijn zaak nodig heeft.
De vriend uit Hoogeveen benaderde het m.i. zuiverder. Doch ik zou hem willen vragen: Meent u, dat bezorgd zijn in het verzekeren zit? Ik meen, dat men als verzekerde niet automatisch bezorgd behoeft te zijn, zoals in Gods Woord staat, maar dat veel niet-verzekerden bezorgder kunnen zijn. Tenslotte geldt hier ook de wens van de apostel Paulus, dat zij die goederen bezitten mochten zijn als niet bezittende enz. Dat ontheft echter niet van de zorg voor hetgeen ons is toebetrouvvd."
Iemand uit Rotterdam meent, dat Zoetermeer niet begrepen wordt. „Hij (De Zoetermeerder) schreef, dat hij het niet meer weet, vooral inzake de ziektekosten (ziekenhuis, operatie). Deze inrichtingen moeten er zijn, dus ook onderhouden worden. En wie moet dat betalen? Zelf daarvoor zorgen is plicht, doch over het algemeen genomen kunnen de kosten zeer bezwaarlijk opgebracht worden. Is nu een ziekenfonds, waarvan de bijdragen door de leden bijeengebracht worden, te veroordelen op grond van Gods Woord: moeten wij dat niet zien als een onderlinge hulpverlening?
Zeer te waarderen zou het zijn, indien vanuit de onderscheidene Ger. kerkgroepen een zodanig fonds gesticht zou kunnen worden, b.v. door een minimum bijdrage vast te stellen, vrij latende een ieder om boven het minimum bij te dragen.
Want hoe ook, gelijk Petrus, met Gods Woord als met een zwaard geslagen wordt, nochtans hebben wij licht van boven nodig om onze weg wel aan te stellen en genade om in de vreze des Heeren te mogen wandelen.
Wel ben ik persoonlijk tegenstander van alle verzekeringen, die mij alleen persoonlijk dekken.
In deze moge het ons vergund zijn om te bukken onder de Heere, indien Hij ons bezoekt met sterfgevallen, brand, enz."
Voor dit keer als laatste nog een brief uit Middelburg. Hij schrijft: „Als werkgever moest ik plm. 50 jaar terug al spoedig kennis maken met het verzekeringswezen en heb ik door Gods genade N.G.B. art. 13 en H. C. vraag en antw. 26—28 mogen hooghouden, soms met minder, dan weer met meer vrijmoedigheid en het is meermalen en zelfs zwaar beproefd geworden.
De onderscheiding materieel of financieel is voor mij in wezen eenzelfde bezwaar. Volgens Gods Woord zijn we van nature zoekers van onszelf. Dat geldt ook onze rechtzinnigheid en mogelijke gemoedsbezwaardheid. En wat al met genade kan gepaard gaan, is ons in Gods Woord duidelijk gesteld. Bezit van genade is geen maatstaf. Wel mogen we vaststellen, dat het kinderlijk vertrouwen (H.C. antw. 26) alleen kan beoefend worden op de weg van genade. Dan wordt ook mijn — de Voorzienigheidvooruitlopen — en vele bezorgdheden in het dagelijkse leven mij tot schuld tegenover Zijn Vaderlijke goedheid, die voor mij zorgde vanaf mijn eerste aanzijn. De Heere draagt nog deze wereld in al haar Godsmiskenning. Wij hebben, naar Zijn getuigenis, deze wereld te gebruiken als niet misbruikende. Een mens zoekt waarborg. Dat zien we ook in het stellen van de gouden standaard in financiële zaken, bij borgtocht bij geldleningen. Dit vanwege de zondige wereld. Door waar kinderlijk geloofsvertrouwen vermag ik eigen middelen in Zijn hand te leggen, maar dit kan ik onmogelijk van mijn naasten vergen. (Hebt gij geloof, heb dat voor u zelf). Zonder maar een lans te breken voor het verzekeringswezen, moet elk voor zich, als belijdend Christen tussen God en zijn ziel uitmaken, hoe te handelen. In het zakenleven van vandaag is dit geen gemakkelijke zaak en toch dringen hier de omstandigheden.
Leefden we in een wereld, waar in feite werd beoefend: „Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus, " dan was het gehele verzekeringswezen overbodig. Ook hieromtrent moest ik droevige, doch ook beschamende ervaring opdoen, " aldus de vriend uit Middelburg.
De toegemeten plaatsruimte is weer overvol. Hartelijk dank voor uw medewerking en D.V. tot de volgende keer.
Gesprekleider
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1964
Daniel | 8 Pagina's