Goede Vrijdag
En het hoofd buigende, gaf de geest . (Joh. 19 : 30b).
Hier zien wij de Heere Jezus de doodsjordaan betreden. Na het ontzaggelijk kruislijden rolt thans de laatste golf aan. De dood zwaait de zeis; de kille ijzeren hand grijpt naar Jezus' borst; nu is Zijn ure gekomen, de ure des doods, het moment dat ziel en lichaam uiteen gescheurd worden. Wat moet dat een ontzaggelijke gewaarwording zijn geweest voor Hem, Die het leven is.
Voordat Christus het hoofd buigt om de geest te geven, spreekt Hij eerst het laatste kruiswoord: „Vader, in Uw hand beveel ik Mijn geest".
De zeven kruiswoorden vormen samen een gesloten kring, waarvan het einde naar het begin buigt. Het eerste kruiswoord was eveneens een aanroeping des Vaders: „Vader, vergeef het hun want zij weten niet, wat zij doen". In het midden, tijdens de drie-urige donkerheid, toen Christus onderging in de geestelijke dood, heeft Hij de Vader verloren, al klemt Hij Zich in de donkerheid nog vast aan Zijn God: „Mijn God Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? "
Maar ten laatste klimt Hij dan toch weer op uit de donkere diepte van de Godverlatenheid, waarin Hij plaatsbekledend voor Zijn kerk wilde afdalen en vindt Hij thans Zijn Vader terug: „Vader in Uw hand beveel Ik Mijn geest".
De Heere Jezus stierf met een psalm op de lippen want in psalm 31 vinden wij dit laatste kruiswoord.
Daar in psalm 31 is een dichter aan het •u woord, die door de vijanden belaagd wordt. Zijn leven wordt bedreigd; hij kan zichzelf niet redden; in een net is hij verstrikt. „Gij zijt", zo roept hij, „mijn steenrots en mijn burcht", daarom: „In Uw hand beveel ik mijn geest". De dichter wil zeggen: mijn leven (mijn geest) kan ik zelf niet meer bewaren, maar Heere nu betrouw ik het aan U toe ter bewaring en ter behoudenis. Uw hand van almacht en trouw moge mijn leven bescherven. In Uw hand beveel ik mijn geest.
Alleen zouden we kunnen vragen: hoe is dit te verstaan, dat David hier in psalm 31 deze bede opzendt als een bede om bewaring van zijn leven en dat Christus juist met deze bede Zijn leven aflegt? Wel lezers dit is te rijmen als we zien dat ook Christus hier om levensbehoud, levensbewaring vraagt dwars door het sterven heen. De satan stond immers aan de voet van het kruis te wachten om, wanneer Christus stierf, Zijn geest, Zijn ziel weg te slepen naar de afgrond, maar nu vraagt Christus of de Vader Zijn ziel wil bewaren gedurende de dagen die Hij in het graf zal liggen. „Vader, in Uw hand beveel Ik Mijn geest". Als David in psalm 31, temidden van zijn bange nood heeft uitgeroepen: „in Uw hand beveel ik mijn geest", dan laat hij er dadelijk op volgen: „Gij hebt mij verlost Heere, Gij God der waarheid".
Hij verkeerde nog midden in doodsgevaren en toch roept hij uit: „Gij hebt mij verlost". Zo is zijn geloof werkzaam midden in de bangste gevaren. Ten volle wordt dit psalmwoord echter vervuld in Christus. Hij is verlost, Zijn kerk is in Hem verlost, nu Hij de poorten des doods ingaat. Want nu is aan Gods Gerechtigheid en Waarheid genoeg gedaan.
Dit offer van Christus aan de Vader, deze aanbieding van Zijn geest is de Vader zo welbehaaglijk geweest, dat op Golgotha volgt de opstandingsmorgen. Nadat Hij Zijn geest in de hand des Vaders bevolen heeft, mag nu de dood Hem vrij de laatste slag toebrengen. „En het hoofd buigende, gaf de geest".
Christus buigt het hoofd. Hij buigt hiermee vrijwillig onder de vloek, daar Hij thans de dood moet ingaan als vloek, als bezoldiging der zonde, borgtochtelijk voor Zijn kerk. Door het buigen van het hoofd betuigt Hij Zijn bereidwilligheid om thans die vloek te aanvaarden.
Ja, Christus buigt ook het hoofd, waar Hij Zijn kerk aan de voet van het kruis als toeknikt en spreekt: „Mijn volk, Ik sterf voor U, daar gij anders de eeuwige dood moest sterven."
„En het hoofd buigende, gaf de geest". Daar bezwijken Zijn vlees en hart. Hij hoort de golving van de doodsjordaan; Zijn gebeente verkilt, Zijn vlees verstijft, Zijn oog is omfloerst. Daar wordt Zijn kruik aan de bornput in stukken gebroken. Het lichaam zwoegt ten onder,
het hart schokt in Hem op en neder, daar velt de koning der verschrikking met ijzeren scepter Hem neder.
„Jezus sterft, maar Hij werft op het kruis van Golgotha". gena
Omdat Christus gestorven is, is nu de dood voor Gods kerk van karakter veranderd. Er is een volk, dat van sterven beter wordt, want Christus heeft de dood diens giftige angel ontnomen en in Hem is nu de dood geen vloek meer, maar de poort en doorgang tot het eeuwige leven.
Bij deze Jezus, Die de dood heeft overwonnen, is hulp ook tegen uw dood.
O gij allen, die met de vreze des doods bevangen zijt en die zielsuitgangen naar deze Borg kent; Hij heeft op het kruis een balsem bereid, die alle wonden heelt en geneest. Hij ontsloot in Zijn stervenssnik het Vaderhart Gods voor allen die uit de banden des doods leerden roepen tot Hem.
En volk des Heeren, als Gij dan straks nadert tot de doodsjordaan, denk er aan, dat toen Israël door de Jordaan moest, de ark hen voorging. Zo ging Christus vóór u door de doodsjordaan.
En toen het volk Israël de Jordaan door was, trokken de priesters met de ark rond Jericho. En bij de zevende rondgang vielen de muren van die stad. Zo zijn bij het zevende kruiswoord de muren van Jericho gevallen.
O volk, nu ligt de weg open naar het eeuwige Jeruzalem en daar zal het kind, het door dierbaar bloed gekochte kind, de Vader zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1964
Daniel | 8 Pagina's