JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

7 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

Ja, nu moet ik heus aan deze bladzijde beginnen anders ben ik te laat voor het nummer van vrijdag 13 maart; morgenochtend moet deze copie op de drukkerij zijn, anders komt het er niet meer in. Ik heb zolang mogelijk gewacht, want ik wilde zo graag de namen vermelden van hen, die een nieuwe abonnee aanbrachten, maar zeer tot mijn spijt heb ik nog van niemand iets gehoord. Ik begrijp dat wel een beetje, want jullie willen me natuurlijk gelijk een groot aantal nieuwe adressen geven. Ik wacht dus vol spanning af. Wanneer zal de stroom beginnen? Jullie hebben natuurlijk al veel mensen bezocht. Zullen we afspreken dat jullie me nu zo gauw mogelijk berichten hoe of het gaat. Maak van je propaganda-bezoekje maar eens een leuk opstel, dan komt het zeker op deze bladzijde te staan. Nu gaan we verder met

Guido de Brés

In 1556 werd het de stedelijke overheid te erg. De roomse priesters klaagden hun nood en er werden maatregelen genomen. Het begon met de gevangenneming van vier leden van de familie Oquen. Zij moesten voor het gerecht komen. Op de vraag van de rechter hoe het op hun samenkomsten toeging, antwoordde één hunner vrijmoedig: „Wanneer wij samenvergaderd zijn in 's Heeren naam om Zijn heilig Woord te horen, dan buigen we ons allen op onze knieën met ootmoedige harten en doen belijdenis van onze zonden voor God en bidden daarna om de zuivere verkondiging van Zijn Woord en heffen ook een gebed op voor de koning en zijn raadslieden." Dit moedige woord mocht niet baten, de vervolging werd nog heviger en de kleine gemeente scheen ten onder te gaan. Ook Guido cle Brés moest vluchten. Hij ging naar Gent en vandaar naar Frankfort aan de Main, waar hij al spoedig in heftige twistgesprekken werd betrokken met de Anabaptisten. We stellen de strijd van onze voorouders wel eens te eenzijdig voor, maar dat is zo niet, want men moest niet alleen tegen Rome strijden, maar ook tegen Luthersen en Doopsgezinden. Guido maakte hier ook kennis met Jean Crespin en ook ontmoette hij Johannes Calvijn. Vooral de gesprekken met laatstgenoemde zijn het geweest, die Guido tot meerdere studie dreven. Hij vertrok naar Lausanne en Genève om daar zijn studie te voltooien. Vroeger predikten en studeerden de studenten tegelijk, dus hadden ze twee taken, die zeer gevaarlijk waren, omdat de handlangers van Rome voortdurend in de weer waren het te beletten. Het was zeer gevaarlijk om in een stad te prediken. De samenkomsten werden in een geheime kelder of bex'gplaats gehouden, ze werden dan ook in alle stilte voorbereid en de bezoekers mochten slechts in heel kleine groepjes tegelijk komen en waren dan nog vermomd. Guido had dus een heel gevaarlijke taak, want als hij gevangen genomen zou worden zou de dood hem wachten. In 1559 trad hij in het huwelijk met Catharina Ramon, die hem op 31 augustus 1560 een zoon schonk, die de naam van Israël kreeg. Nu was Doornik zijn woonplaats geworden. Ongeveer twee jaar heeft hij hier gewoond en in die twee jaar hing zijn leven aan een dunne draad. Enkele van de meest vertrouwde vrienden wisten wat hij deed en waar hij verbleef. Een van zijn vrienden had hem een oud vervallen tuinhuis afgestaan, dicht bij de stadsmuur. Daar bevonden zich zijn boeken n.1. van Luther, Melanchton, Zwingli, Calvijn en vele anderen. Hier schreef hij ook zijn brieven en hier maakte hij zijn plan de campagne in de strij tegen Rome. Hier schreef hij zijn beroemde Confession de Fry — de Belijdenis des Geloofs, de bekende 37 artikelen, die in 1561 'hot licht zagen en dit alles geschiedde onder het oog van de vijand; maar deze kon hem niets doen omdat hij werkte onder het wakend oog van God, in Wie hij geloofde. Hij vertaalde zijn belijdenis ook in het Frans. In 1562 verscheen de Nederlandse vertaling, die geliedelijk door de Zuidnederlandse Gereformeerde Kerken werd overgenomen en op de Synode van Antwerpen werd bekrachtigd. Op een volgende synode herzien is ze op de Nationale Synode van Dordrecht (1618—1619) veilig gesteld als één der formulieren van enigheid.

Mien Slabbekoom.

(Wordt vervolgd)

Nu een mooi gedicht:

Hoe men geven moet

Op een eiland in West-Indië Waar men onder 't negerras Door Hernhutter zendelingen Trouw en ijv'rig werkzaam was,

Werd door Gods onmisb're zegen Menig negerhart bekeerd. En de naam van Koning Jezus Werd geloofd, geliefd, geëerd. En de vruchten der bekering Bleven dan ook wis niet uit. En door liefde Gods gedrongen, Kwamen zij tot dit besluit Om aan and're negerstammen 't Dierbaar Evangeliewoord Aan te bieden en te brengen Nimmer nog. door hen gehoord. Doch wanneer men zending-boden Zenden wil naar vreemde kust, Dan zijn geld en gaven nodig. Hiervan men was dra bewust. Daarom wilden zij beproeven 't Geld, vereist tot deze tocht, Saam te brengen met elkander, Zo hen dit gelukken mocht. Na langdurig samenspreken Kwam er dan ook zwart op wit, Werd papier en pen genomen En één hunner schreef nu dit. Eerst: „Wij willen allen geven, Off'ren voor de zending-zaak; Niemand moge zich onttrekken Aan die zegenrijke taak." Dan: „Wij willen allen geven Naar 't vermogen dat elkeen Van de Heere heeft ontvangen Naar Zijn goedertierenheen." Eind'lijk, allen willen geven, Naar vermogen — en daar bij: „Dat het willig en blijmoedig En geheel van harte zij." Dit besluit wordt aangenomen, Geven — blijde — wat men kan. Daarop zeggen alle negers: „Amen, " als een enig man.

Ook dit is een „wordt vervolgd", 't is namelijk veel te lang om het in één keer op te nemen. Rinus do Witte uit Nisse is de inzender. Bedankt Rien, jij hebt al dikwijls meegedaan. We maken nu de bladzijde vol met een kort opstel.

Zendelingen in ons land

Een twaalftal eeuwen geleden kwamen in ons land de eerste zendelingen. Deze mensen werden gedrongen door de liefde tot de Heere Jezus, nadat zij zelf met die liefde hadden kennis gemaakt, en dit ook aan andere mensen wensten mede te delen. Zij kwamen met het gebed in 't hart, dat de Heere Zijn woord, dat zij wilden brengen, met Zijn gunst en genade wilde zegenen. Hierom nu verlieten ze nl. Willebrord en anderen hun geboorteland Engeland, om in onze gewesten het Evangelie te verkondigen. Aan een volk, dat nog nooit van de ware God gehoord had, maar leefde onder de afgodendienst van stomme beelden. Op zekere dag kwam Willebrord op een plaats waar juist aan Wodan zou geofferd worden. Dit deed 'hem in geloofsijver ontvlammen en hij wees de mensen op het nietige van stenen beelden, die wel ogen hebben maar niet zien, wel oren hebben maar niet horen. Hij wees hun op de Heere Jezus, Die gekomen is om mensen zalig te maken, die in Hem behoudenis zoeken. Willebrord was zo verontwaardigd, dat hij het stenen wodansbeeld met een knots kapot sloeg. De priesters werden woedend, maar ook bevreesd voor de wraak van hun god. Toen er echter niets geschiedde, waren ze bereid te luisteren naar de zendeling en het woord droeg vrucht, want velen lieten zich dopen en zo mocht Willebrord het middel zijn in Gods hand, dat in deze gewesten het licht des Evangelies begon te schijnen, zodat vele heidenen de ogen geopend werden, er vele kerken gesticht en de ware godsdienst in ons vaderland geplant werd.

Berend van Olst — Genemuiden.

Ook Berend is voor ons geen onbekende; reeds dikwijls hebben we kunnen genieten van zijn „pennevruchten." Je hebt zeker al de „Daniëls", waar iets van je instaat, wel bewaard? Dat is leuk voor later.

Zo jongelui, onze pagina is vol. Ik eindig met de hartelijke groeten.

C. de Bode, Pr. Bernhardlaan 27, Dirksland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964

Daniel | 8 Pagina's

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964

Daniel | 8 Pagina's