Naar 't heilig land
2.
HET VERTREK
„Gaat uit, gaat uit, want wij zijn allen dood! Vertrekt van hier! Wie zou nog blijven leven? Ons zilver en ons goud zij u gegeven. Wat kan 't ons baten in de grote nood?
Uw God is heilig en Zijn macht is groot. Zijn zware plagen hebben ons doen beven. Wat is er van ons goede land gebleven? De dag verging voor ons in bloedig rood."
Toen gingen wij, door hoge Macht gedreven, in lange rijen naar de nieuwe dag, die ieder in 't verschiet verschijnen zag.
Door allen voer een vreemd en heilig beven. Het schip koos zee met wijdontplooide reven. Het land verdween, verwoest en vol geklag.
M. Nijsse.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964
Daniel | 8 Pagina's