JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

David Brainerd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

David Brainerd

5 minuten leestijd

Bidden en arbeiden

In het dagboek van zendeling Brainerd wordt niet zozeer gesproken over het werk onder de Indianen, maar meer over het zieleleven van de zendeling. Hoe dichter wij mogen leven bij God, hoe meer we onze ongeschiktheid en onze tekortkomingen zullen zien. Dan moeten we ons verfoeien in stof en as. Dan zijn wij zó afhankelijk, dat we elk ogenblik opnieuw de ondersteuning van de Heere behoeven. Dan willen we Hem volkomen dienen, maar we zullen gewaar worden, dat ook in dit opzicht alles slechts ten dele is. Maar gelukkig zijn de Indianen, die door zo'n persoon bearbeid worden. Dan kan ook gezegd worden als indertijd tegen Monica: „Vrees niet, een kind van zoveel gebeden kan niet verloren gaan."

Laten we een gedeelte lezen uit het dagboek van Brainerd. Dan zullen we zien hoe nauw hij leeft ten opzichte van zijn Zender:

„O, ik gevoel het de hemel te zijn, Hem te mogen behagen en zó te wezen als Hij wil dat ik zal zijn. Ach, dat mijn ziel heilig mocht zijn, gelijk Hij heilig is! O, dat ik rein ware, gelijk Christus rein is en volmaakt, gelijk mijn Vader in de hemel volmaakt is!

Deze bevind ik de beminnelijkste en zoetste bevelen te zijn in Gods gehele Boek, alle andere insluitende.

Zal ik die overtreden? Moet ik die overtreden? Is dit noodzakelijk voor mij zolang ik in deze wereld leef?

O, mijn ziel, wee mij, dat ik een zondaar ben en deze gezegende God noodzakelijk vertoorn, Die zo oneindig goedertieren en genadig is!

Mij dunkt, indien Hij mij om mijn zonden zou straffen, zou dit mijn hart zo diep niet verwonden, als dat ik Hem vertoornde. Maar ofschoon ik gedurig tegen Hem zondig, zo vernieuwt Hij nochtans Zijn goedertierenheid aan mij. Ik zou alle lijden kunnen dragen, maar hoe kan ik dragen om deze gezegende God te bedroeven en te onteren? Hoe zal ik Hem tienduizendmaal meer verheerlijken? Wat zal ik doen om dit beste van alle wezens te eren en te dienen!

O, dat ik mijzelf met ziel en lichaam voor eeuwig aan Zijn dienst kon toewijden. O, dat ik mij zó aan Hem mocht kunnen overgeven, dat ik nooit meer poogde mijnszelf te zijn, noch enige wil noch genegenheden te hebben, die niet volmaakt met Hem gelijkvormig waren.

Maar helaas, ik bevind, dat ik niet volkomen aan God kan toegewijd zijn. Ik kan niet leven zonder te zondigen.

O, gij engelen, verheerlijkt Hem gestadig en zo het mogelijk is, buigt u nog lager neer voor de gezegende Koning van de hemel. Ik verlang daarin deel met u te nemen en u, indien het mogelijk was, te helpen."

Het is onbegrijpelijk dat een man met zo'n zwakke gezondheid zoveel heeft kunnen reizen en trekken, om overal te kunnen arbeiden voor de komst van Gods Koninkrijk. Aan hem werd wel bewaarheid wat Jesaja heeft geprofeteerd: „De jongen zullen moede en mat worden en de jongelingen zullen gewisselijk vallen, maar die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen, zij zullen lopen en niet moede worden, zij zullen wandelen en niet mat worden." Brainerd bezat een uitermate sterk plichtsgevoel en de tijd heeft hij uitgebuit om zijn God te kunnen dienen.

In een brief aan Zijn broeder Israël te Haddam schreef hij: „Draag zorg om een goed gebruik te maken van de kostelijke tijd. Wanneer gij ophoudt met arbeiden, besteed dan uw tijd in het lezen, overdenken en bidden en terwijl uw handen arbeiden, zo laat uw hart, zoveel mogelijk is, met hemelse gedachten werkzaam zijn. Ziet toe dat gij het werk, dat gij in de wereld te doen hebt, getrouw verricht, uit aanmerking van Gods geboden en niet uit een eerzuchtige begeerte om beter als anderen geacht te worden. Wij moesten onszelf altijd aanzien als Gods dienaren, die geplaatst zijn in de wereld om Zijn werk te doen en daarom getrouw voor Hem te arbeiden, niet met het oogmerk om rijk en groot te worden, maar om God te verheerlijken en al het goed te doen dat wij maar doen kunnen."

Hoe lagen de heidenen hem na aan het hart! Dat kunnen we opmaken uit een brief, gezonden aan een biezondere vriend, de 31ste juli 1744, uit „De hoeken van Delaware": „Ik ben in een zeer geringe staat van gezondheid en mij dunkt, dat ik haast nooit zwakker geweest ben. Doch ik ben door Gods goedheid onder mijn zwakheid en bepaling tot deze woestijn niet onvergenoegd. Nooit ben ik dankbaarder geweest voor iets dan ik onlangs ben geweest voor de noodzakelijkheid waaronder ik ben om mijzelf in vele opzichten te verloochenen. Ik heb er vrede mee een gast en vreemdeling te zijn in deze woestijn. Zulks schijnt voor zulk een arm, onkundig, onwaardig en veracht schepsel als ik ben, allerbetamelijkst te wezen. Ik zou mijn tegenwoordige zending niet willen verwisselen voor enig ander werk in de gehele wereld.

Ik mag u vrijmoedig zeggen, zonder ijdele roem, dat God mij onlangs grote vrijmoedigheid en vurigheid in het gebed gegeven heeft, wanneer ik zo zwak en machteloos geweest ben, dat mijn natuur scheen verbroken te worden. Ik gevoel mij voor deze wereld een verdorven man, indien de arme heidenen niet bekeerd mogen worden.

Ik bevind mij geheel anders als toen ik u laatst zag, tenminste meer gekruisigd aan al de genietingen van dit leven. Het zou mij zeer verkwikkelijk zijn, u hier in deze woestijn te zien, in mijn zwakke en troosteloze uren, doch mij dunkt, ik zou tevreden zijn 0111 u, noch enige van mijn vrienden nooit in deze wereld te zien, indien God mijn arbeid alhier, tot bekering van de heidenen, beliefde te zegenen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964

Daniel | 8 Pagina's

David Brainerd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964

Daniel | 8 Pagina's