Dhr. P. F. te N. schreef:
„Vindt u het niet bedenkelijk dat nu al verschillende jongens en meisjes regelmatig de bioscopen bezoeken (selecteerden ze nu nog maar!), maar dit wordt een vorm van verslaving. Wordt het geen tijd om, nu de feiten eenmaal zo liggen, ook eens aandacht aan dit medium te besteden? Zou een goede voorlichting op dit gebied niet te verkiezen zijn boven een botte afwijzing? , al geef ik toe dat het eerste oneindig veel moeilijker ligt (Cefa). Ook het bespreken van het soms walgelijke leven van vele z.g. artisten zou misschien aansporen tot selectie, hoewel ik niet geloof dat we al zo ver zijn."
Het genoemde bioskoopbezoek van jongens en meisjes uit onze gemeenten op Schouwen-Duiveland, wordt bevestigd door het G.S.I.-rapport „Jeugd en gezin in het rampgebied Schouwen-Duiveland 1955/56" in de uitspraak; „Het percentage jongelui, dat géén of slechts een enkele film gezien heeft is voor de Gereformeerde Gemeente 72, 7 %. In militaire dienst gaan veel jongens hun tijd doden met „een bioscoopje pikken."
We kunnen hieruit konkluderen dat in 1955/56 dus 27, 3% van de in het onderzoek betrokken, tot de Ger. Gem. behorende jongelui méér dan „een enkele film" gezien had in hun leven.
De film als kommunikatiemiddel
De film is - als élk kommunikatiemiddel — in zichzelf noch goed noch slecht. Dit middel is alleen werkzaam door én geheel afhankelijk van de mens, die dit gebruikt. De mens, die dit middel gebruikt of misbruikt, bepaalt de waarde ervan. Dit geldt dan zowel voor de mens achter de kamera en de mikrofoon, als voor de mens vóór het filmdoek en de mens óp het filmdoek. Nu moeten we helaas konstateren dat de filmproductie zich in 't algemeen niet door de bijbelse normen, maar door de vraag van het — denkbeeldige — bioskooppubliek laat leiden. De filmproduktie is, evenals die van vele andere kommunikatiemiddelen, een kommerciële onderneming geworden, beheerst door vraag en aanbod. Dit aanbod is daarom ook zeer verscheiden: natuur-en andere dokumentatiefilms, maar ook avonturen-, wildwesten misdaadfilms.
De film kan, als élk ander kommunikatiemiddel, bepaalde lofwaardige gedragingen — b.v. trouw, eerlijkheid etc. — op indringende wijze in beeld brengen. Maar ze kan ook houdingen van ontevredenheid met het eigen bestaan oproepen én valse levensverwachtingen verwekken, doordat uiterlijke macht, rijkdom, seksualiteit, erotiek enz. als de hoogste levenswaarden worden aangeprezen. Op deze wijze wordt het menselijke leven zeer eenzijdig getekend, hetgeen m.n. in de ruwe wereld van de avonturen-, wildwest-en misdaadfilms gebeurt. In deze films lijkt het leven vaak slechts uit gevaar, misdaad, vlucht en vervolging — kortom, uit harde strijd — te bestaan.
Films, die mondaine woningen en hypermoderne kleding als doorsnee-komfort voorstellen, verwekken levenseisen die niet te vervullen zijn.
Uit het voorgaande kunnen we besluiten dat een werkelijk gevaar van de film, in vele van haar huidige vormen, is: de onwaarachtigheid van gedachten en gevoelens, de onechtheid van emoties en hartstochten.
Nu zoeken vele mensen de bioskoop op, om te ontkomen aan de zware druk van de alledaagse plichten, aan de dwang om te beslissen. Men neemt vakantie van de werkelijkheid. In de bioskoop kan men zich dan in een buitengewone rol (der filmakteurs of - aktrices) verplaatsen en zich zodoende overgeven aan zijn verlangen naar geluksbelevingen.
Nu verleent de film, als geluksurrogaat, meestal echter een kortdurende verheviging van de fantasie en het zelf-respekt, en dwingt — door deze kortstondigheid — a.h.w. weer tot het zien van nieuwe en andere films. Men komt op deze wijze in een gesloten cirkel terecht, men kiest niet langer — aan de hand van bepaalde normen — een film uit, maar wil in principe élke film zien, die de geluksbeleving tot stand kan brengen of vergroten.
De werkelijkheid buiten de bioskoop blijkt echter anders te zijn dan die op het filmdoek. De belevingen, die het zien van de filmbeelden opriep, blijken in het dagelijkse leven met totaal andere gevoelens samen te hangen. De ontmoeting met de alledaagse werkelijkheid maakt de ij delheid van de filmbeelden bewust, ze blijken denkbeeldig te zijn en slechts denkbeeldige gedragsregels te hebben aangedragen.
De bioskoopbezoeker heeft nooit wérkelijk deel aan het afgebeelde op het filmdoek, en kan er daarom slechts in z'n verbeelding mee omgaan. Hij heeft m.a.w. geen wérkelijk, maar slechts een denkbeeldig kontakt met de spelers, waarbij hij z'n denkbeeldige verwachtingen meebrengt. Er ontstaat dan ook vaak een eenzaamheid van de mens, waarin hij zich sterk bezig houdt met zijn eigen belevingen. Mede omdat een aanbod, dat overstelpend is en waarvan de konsumptie in geestelijke zin onvolledig is, verwarrend werkt of men dit nu zelf beseft of niet. Men raakt er door op drift!
Om in de genoemde eenzaamheid geestelijke steun te vinden, gaat men zichzelf — ook in het gewone dagelijkse leven — beleven als deel van de beeldenwereld op het filmdoek. De film geeft dan de richtlijnen aan voor het gedrag, hierbij gehol-
pen door de moderne reklame. Men kleedt zich b.v. zoals een geliefde filmster, de liefdesromantiek uit de film wordt het model voor het bedrijven van liefde in het dagelijkse leven, enz. enz.
Kortom, men wordt een slachtoffer van beelden en kan niets anders doen dan zich er passief aan overgeven, zónder kritisch tegenover deze beelden stelling te nemen. Deze passieve, ongeremde, overgave kunnen we ook konstateren in gezinnen, waarin de t.v. pas zijn intrede heeft gedaan.
Voorlichting geboden!
In het voorgaande heb ik gepoogd de invloed van bepaalde films op het bioskooppubliek psychologisch te ontleden. Deze ontleding geldt niet voor alle films en evenmin voor alle bioskoopbezoekers in diè mate, dat deze laatsten allen „slachtoffers van beelden" zouden zijn. De kans dat men dit wordt, is echter aanwezig! Niet alleen bij het zien van een film, maar evenzeer bij het gebruik van andere kommunikatiemiddelen: boek, krant, tijdschrift, radio enz.
En al komt men dan niet in de huiselijke kring met deze kommunikatiemiddelen in aanraking, dan toch wél daarbuiten: op school, op het werk, in militaire dienst enz. Alléén om deze reden al, is een kritische voorlichting t.a.v. de omgang met èn de inhoud van alle kommunikatiemiddelen dringend gewenst.
Zoals u weet, hebben struisvogels de instinktieve gewoonte om bij naderend gevaar de kop in het woestijnzand te steken en te dóen alsof zij niets zien. U begrijpt dat zo'n houding ieder onwaardig is, die zegt Gods Woord als énige norm voor leer èn leven te aanvaarden. Dan gaan we veel vraagstukken zien en moet blijken dat het Woord ook 'hier is: „een lamp voor mijnen voet, mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren"!
Het is gemakkelijker om de kommunikatiemiddelen „dood te zwijgen", of die zonder meer te aanvaarden, dan op een kritische wijze daarmee om te gaan!
Genoemde voorlichting moet in eerste aanleg in het gezin gegeven worden, waarbij aandacht geschonken kan worden aan de vragen: welke kommunikatiemiddelen mogen wij gebruiken, waarom en waartoe? ; op welke manier(en) moeten wij met deze middelen omgaan?
De j.v. en m.v. kunnen hierbij waardevolle hulp verlenen door eens veelgelezen boeken, tijdschriften, enz. op hun vergaderingen kritisch te (laten) bespreken. In het algemeen zou ik willen stellen dat wij — als leden van de zichtbare kerk des Heeren — hebben te bedenken, dat onze omgang met de kommunikatiemiddelen gestempeld moet zijn én worden door; „en hebben beleden dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren".
Een gast, een vreemdeling verliest zichzelf niet in de kommunikatiemiddelen, omdat op elk moment het vertreksein kan weerklinken. Anders gezegd, we zijn allen op weg naar de Dag, waarop het Koninkrijk Gods in volle heerlijkheid geopenbaard zal worden. Daarom mogen wij niet doen alsof deze wereld het laatste is, want dan doen we metterdaad aan een gruwelijke struisvogelpolitiek!
Wij mogen én moeten een kritische afstand in acht nemen t.o.v. alles wat de huidige samenleving ons aanbiedt, opdat „door onze Godzalige wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden".
Als u, lezer(es), bezig bent met uzelf een roes te drinken aan de geluk-surrogaten in film, boek, krant, enz. dan komt dit omdat u weigert de leegte van uw leven te laten vol-maken door de onuitsprekelijke heerlijkheid en rijkdom van Jezus Christus!
Ontwaak uit uw roes, ga mét uw ontwrichte leven naar Hém toe, Die redt uit de huiveringwekkende armoede van het „leven" zonder God!!
Dan hebt u geen surrogaten meer nodig, wanneer u zult mogen instemmen met de jubel van de kerk der eeuwen: „uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen ook genade voor genade!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1964
Daniel | 8 Pagina's