Een aantrekkelijk geschiedverhaal voor onze knapen.
Joh. van Hulzen: „Onze Vaderlandse Geschiedenis." Vierde, herziene druk. Vier delen. Boeket-reeks 50, 51, 52 en 53. Uitgave van Uitgeversmaatschappij J. H. Kok N.V. te Kampen, 1963. 179, 189, 120 en 119 blz., per deel f 1.75.
Het is niet eenvoudig speciaal voor onze knapen iets te vinden dat geschikt is om op de verenigingen dienst te doen. Zoiets mag niet al te moeilijk, maar moet ook weer niet onnozel zijn. Aan deze beide eisen nu voldoet de onderhoudende geschie-denis waarvan de vierde druk hier aangekondigd wordt.
Van Hulzen, vroeger werkzaam bij het onderwijs, schreef meer dan dit. Zelfstandig speurwerk ligt er aan zijn boeken meestal niet ten grondslag, maar als popularisator doet hij het niet onverdienstelijk.
Op een eenvoudige manier vertelt de schrijver de geschiedenis der Nederlanden, althans van het gebied dat nu het Koninkrijk der Nederlanden vormt. De zuidelijke streken komen enkel maar ter sprake voor zover ze met die van het noorden iets te maken hadden, enzovoort. Het is geschiedenis des vaderlands beschouwd van Holland uit! Belangrijk is dat het verhaal is bijgewerkt tot op het jaar waarin de boekjes zijn verschenen. Men had dit van de schrijver, op zijn leeftijd, eigenlijk niet meer verwacht.
Heeft schrijver bij het maken van zijn indeling niet de verhoudingen wat uit het oog verloren? Deel drie en vier zijn van dezelfde omvang. Het derde deel beslaat een periode van haast anderhalve eeuw, terwijl het vierde zich met de geschiedenis van nauwelijks een kwarteeuw bezighoudt. Het is een algemeen bekende neiging eigen tijd belangrijker te achten dan die van het voorgeslacht.
Op kleine slordigheden moet men in een werk als dit niet telkens wijzen. Natuurlijk zou men hier en daar 't aksent wel eens wat anders hebben willen zien. Aperte fouten zijn er echter vrijwel niet. Filips de Schone huwde inderdaad in 1496 met een prinses van Spanje, maar erf prinses was deze toen nog niet. Pas door een reeks van sterfgevallen, die uiteraard in 1496 niet waren te voorzien, werd zij de erfprinses van 't Spaanse wereldrijk. De voorstelling die in deel I op bladzij 80 wordt gegeven — alsof 'haar huwelijk op het moment dat het gesloten werd staatkundig van uitzonderlijk belang geweest zou zijn — is dus onjuist. Het vonnis over Oldenbarnevelt is door de vierentwintig rechters niet geveld bij meerderheid van stemmen — aldus deel II op bladzij 50 — maar met eenparigheid van stemmen. Het had geen kwaad gekund erbij te zeggen dat er ook een vriend van Oldenbarnevelt in het kollege zat!
vriend van Oldenbarnevelt in het kollege zat! Stijl-en spellingfouten zijn er, maar niet overmatig veel. Het aantal drukfouten is zeer gering. Doorgaans goede tekeningen sieren deze deeltjes op, terwijl de frisse omslagen ze uiterlijk aantrekkelijk doen zijn. Estetisch onverantwoord echter is dat bladzij 146 van het tweede deeltje blanco is gebleven. Op bladzij 145 vindt men weliswaar een groot portret, maar elders treft men dat toch ook wel aan: in deel I op bladzij 64 vindt men evengoed een groot portret, maar.... bladzij 63 is bedrukt! Alles bij elkaar genomen: een geschikt geschenk voor knapen, en in elk geval een aanwinst voor de kast van hun vereniging!
J. Kwekkeboom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1964
Daniel | 8 Pagina's