JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

David Brainerd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

David Brainerd

Zon en schaduw

5 minuten leestijd

Het is erg moeilijk om de levensgeschiedenis van Brainerd van stap tot stap te volgen. In zijn uitvoerig dagboek stipt hij zijn werk onder de Indianen slechts aan; meer gaat het in zijn dagboek over zijn zieletoestand en over zijn onbekwaamheid tot het zwaarwichtige werk.

We zullen dan ook de voornaamste zaken proberen naar voren te brengen om enigszins een indruk te krijgen hoe deze knecht van God zijn taak heeft volbracht.

Door de classis werd Brainerd uitgezonden naar Kaunaumeek, twintig mijl van Stockbridge gelegen. Op vrijdag 1 april ondernam de zendeling de reis naar die aangewezen plaats.

Hoe hij daar leefde blijkt ons het best uit een brief, die hij de 30ste van deze maand schreef aan zijn broer Johan, die studeerde aan het Yale-College te Nieuw-Haven. In die brief lezen we o.a.:

„Ik moet u zeggen, dat ik verlang u te zien, maar mijn eigen ondervinding heeft mij geleerd, dat er geen gelukzaligheid noch volle voldoening te genieten is in aardse vrienden, hoe nabestaande en dierbaar die ook mogen zijn, noch ook in enige andere genieting, die God Zelf niet is.... Maar helaas, de tegenwoordigheid van God ontbreekt mij.

Ik woon in een allereenzaamste woestijn, omtrent achttien mijlen van Albany. Ik ben in de kost bij een arme Schot, wiens vrouw nauwelijks een woord engels kan spreken. Mijn spijs bestaat hoofdzakelijk uit waterbrij, gekookt koorn, brood in de as gebakken en soms een weinig vlees met wat boter. Mijn slaapplaats is een hoop stro op enkele planken, die een beetje van de grond liggen, want het is een houten vertrek zonder vloer waarin ik woon.

Mijn werk is uitnemend zwaar en moeilijk. Ik reis bijna dagelijks anderhalve mijl te voet en weer terug, langs een allermoeilijkste weg, zo ver woon ik af van mijn Indianen. Ik heb in een maand tijds geen engelsman gezien.

De Heere geve dat ik hardigheden en verdrukkingen lere lijden als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.

Belangende mijn werk hier, kan ik nog niet veel zeggen. De Indianen schijnen algemeen vriendelijk en zijn mij wel genegen. Zij zijn daar oplettend als ik ze onderwijs. Zij schijnen verder geleerd te willen worden. Twee of drie zijn er, zo ik hoop, onder enige overtuigingen. Maar op het ogenblik schijnt er nog weinig bijzondere werking van Gods Geest onder hen te zijn.

Soms hoop ik, dat God een overvloed van zegeningen voor hen en voor mij heeft weggelegd. Op andere tijden echter word ik door benauwdheden zo overstelpt, dat ik niet kan zien hoe Zijn handelingen met mij met Zijn verbondsliefde en getrouwheid overeen komen. Dan zeg ik: Immers houden Zijn goedertierenheden in eeuwigheid op.

Wees gij evenwel door mijn verdrukking niet moedeloos. Ik was in grote verlegenheid aan het huis van Mr. Pomroy, wanneer ik u laatst heb gezien. Maar sedert die tijd is God in der waarheid met mij geweest. Hij heeft mij soms troostelijk geholpen te Long-Island en elders.

Laat ons altijd bedenken, dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in Gods eeuwig Koninkrijk van rust en vrede. De rechtvaardigen worden nauwelijks zalig en het is een oneindig wonder, dat wij enige welgegronde hoop hebben van in 't geheel zalig te worden.

Nu, al wat gij voor mij kunt doen is onophoudelijk bidden, dat God mij nederig, heilig, onderworpen en hemelsgezind mocht believen te maken door al mijn beproevingen.

Laat ons lopen, worstelen en strijden om de prijs te bekomen en die volmaakte gelukzaligheid te verkrijgen, namelijk heilig te zijn, gelijk God heilig is."

Eind juli kon hij zijn eigen hut betrekken. Die had hij hoofdzakelijk alleen opgebouwd. Hij woonde nu rustig en beter dan in de eerste hut, waarover hij schreef in zijn brief.

Hij studeerde veel, al naar zijn zwakke lichaam dit toeliet. Verscheidene moeilijkheden moesten overwonnen worden.

Soms was hij zo in de nabijheid van God, dat hij alles goedvond wat over hem zou komen. Zijn ziel was dan vol liefde voor zijn doodvijanden en hij begeerde dat ook zij de vrede met God mochten ondervinden. Dan steunde hij op de Rots der eeuwen, die van geen wankelen weet. Hij voelde zich dan bedaard, vreedzaam en bemoedigd om de heiligmaking na te jagen zolang als hij leefde, welke zwarigheden en beproevingen er ook op zijn weg zouden opdoen.

Het gebeurde ook dat hij lichamelijk zo afgemat was, dat hij de wereld moe werd. De gedachten aan de dood kwamen hem begeerlijk voor, om dan van alle leed verlost te mogen zijn. In zijn gedachten kwam het volgende gedicht en het bleef in hem klinken:

Kom dood, geef mij de hand, ik wil niet voor u schromen, maar kus uw banden reeds, eer dat zij tot mij komen, 't Is zaligheid voor mij, dat ik eens sterven moet en daarom is er niets dat mij u vrezen doet. Meent gij, dat straks uw zeis of pijl mij zal verslinden? O neen, de dood doet mij 't onsterflijk leven vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1964

Daniel | 8 Pagina's

David Brainerd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1964

Daniel | 8 Pagina's