JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Goedgekeurd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Goedgekeurd

4 minuten leestijd

Deze week wil ik eens een praatje maken met de jongens die pas in dienst zijn of binnenkort in dienst zullen gaan.

Wanneer je in dienst moet, of pas je burgerpak hebt verwisseld voor de militaire uniform, ga je vaak mopperend je weg. Je vindt zelf dat je het slecht hebt getroffen nu je militair bent of gauw moet worden. Je rekent eens uit welke pech je eigenlijk hebt, want je burgerbestaan komt immers, tenminste 18 maanden (of langer) stil te liggen. Er zijn onder de nieuwe lichtingen altijd jongens die het jammer vinden dat ze niet werden afgekeurd. Zij hadden tijdens de keuring stilletjes op een of andere lichamelijke afwijking gehoopt. Helaas bleken ze te voldoen aan de gestelde eisen. (Er zijn zelfs wel ouders die hopen dat hun zoon zal worden afgekeurd).

Ik kan me heel goed voorstellen dat de dienstplicht een niet erge welkome onderbreking is van je „privéleven". Je vakontwikkeling wordt tijdelijk onderbroken, maar ook de verdiensten houden, voor de meesten van jullie, op. Rijk worden in dienst doe je beslist niet (ƒ 1, 50 per dag is niet te veel). Alles bij elkaar genomen zijn er dus redenen tot klagen genoeg. Toch zit er aan het in dienst moeten nog een andere kant.

Iedere twee maanden, wanneer er een nieuwe lichting is opgekomen, hoor ik steeds één der geestelijke verzorgers van de kazerne de nieuwe rekruten toespreken. Hij zegt dan ongeveer het volgende:

„Jongelui, ik ben één van de geestelijke verzorgers van deze kazerne en ik mag jullie vandaag hier een welkom toeroepen namens de militaire en burger geestelijke verzorging. Ik ben blij weer zo'n club voor me te zien. Het doet me altijd goed een stel gezonde jonge kerels te begroeten. Je zult vandaag in de kazerne je ogen hebben uitgekeken en misschien fluiten je oren nog van alles wat je hebt gehoord.

Nu zijn jullie hier bijeen om kennis te maken met de geestelijke verzorging van de kazerne maar ook met die van de plaatselijke kerken....

Ik ben blij dat ik jullie een welkom mag toeroepen, want ik wil jullie graag feliciteren met het feit dat je vandaag soldaat mocht worden. (Op dit moment wordt er gelachen, soms gejoeld), want hiermee is bewezen dat jullie jongens zijn waaraan lichamelijk niets mankeert, jullie zijn gezond. Dit betekent dat God jullie heeft willen bewaren voor ziekten en gebreken waarmee honderden van jullie leeftijdsgenoten tobben. Dit alles is niet alleen voor jullie een felicitatie, maar meer nog dank waard aan Hem Die je dit gaf.

Nu zullen jullie deze woorden misschien wat overdreven vinden, maar, wanneer je er geen geloof aan hecht, kijk dan tijdens je eerste weekend eens rond op de straat, in de plaats waar je woont, in ziekenhuizen en andere inrichtingen waar jongelui van jullie leeftijd worden verpleegd. Die jongens zouden graag soldaat willen worden, maar helaas laat hun lichamelijke toestand dit niet toe.

Ik begrijp heel goed dat met deze woorden niet al jullie moeilijkheden en bezwaren zijn weggepraat, maar wanneer je over deze woorden eens wilt nadenken en het militair-zijn ook eens van deze kant wilt bezien, zullen jullie het met me eens worden dat jullie bevoorrechte jongens zijn. Niet in de eerste plaats omdat je militair bent geworden maar omdat God je datgene gaf om het te worden, n.1. gezondheid, terwijl je toch niets beter bent dan al diegenen die dit moeten missen.

Nu zullen deze woorden ook geen hoeraroepers of idealisten van je maken en dat is ook de bedoeling niet. Wat deze woorden wel van jullie willen maken is dankbaar te zijn. Dankbaar jegens

Hem die leven en dood in Zijn hand heeft."

Tot zover deze toespraak.

Ik vind het altijd de moeite waard om naar deze woorden te luisteren, omdat ze zo'n grote waarheid inhouden. Proberen jullie ook eens „het in dienst moeten" van deze zijde te bezien, je zult er dan vast anders over gaan denken, 't Is waar, je zult met deze toespraak geen idealist worden. Ook krijg je er geen vrijstelling mee, maar je kunt er wel een dankbaar mens door worden. Waar dankbaarheid is, is ook tevredenheid (Geen berusten in een lot, want dat is wat anders) en dat neemt het mopperen en de onverschilligheid, die jammer genoeg zoveel onder de jongens voorkomen, weg.

Militair.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1964

Daniel | 8 Pagina's

Goedgekeurd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1964

Daniel | 8 Pagina's