Woord en wereld
11.
Het gezin als gemeente
Als het woord „gemeente" genoemd wordt, denkt u misschien meteen aan de gemeente, die in het kerkgebouw bijeen is. Maar bestaat de gemeente dan alléén tijdens kerkdiensten en daarbuiten niet?
Uit het N.T. kunnen we beter weten! Daarin wordt het gezin als een deel van de kerk (gemeente) gezien. Daarom is het geen ongepaste bemoeizucht van de apostelen als zij richtlijnen geven voor de onderlinge omgang van gehuwden, ouders en kinderen.
Er bestonden in die tijd gemeenten, die niet in een officieel kerkgebouw bijeenkwamen, maar gebonden waren aan een bepaald huis. Zo waren er huisgemeenten te Efeze, Rome, Laodicéa en Kolosse. Tot een „huis" behoorde niet alleen het gezin, maar ook de slaven enz. Gezin en bedrijf behoorden toen, zoals nu nog vaak op het platteland, bijeen. Daarom zou men deze huisgemeenten ook bedrijfsgemeenten kunnen noemen. Het gezinsleven was tóen een stuk kerkelijk leven, dat aantrekkingskracht zou uitoefenen op buitenstaanden. Immers, het is gemakkelijker om buitenstaanden in de huiselijke kring dan in een kerkgebouw te krijgen.
Is het gezinsleven nü in werkelijkheid nog een stuk kerkelijk leven? Bij een antwoord op deze vraag mogen we niet schromen om de feiten eerlijk onder ogen te zien.
Uit talrijke sociologische onderzoekingen in de kring der geref. gezindte blijkt, dat het Godsdienstige leven in veel kerkelijk-meelevende gezinnen op een ontstellend laag peil staat. In veel gezinnen wordt Gods dienst beperkt tot 2 a 3 maal per dag aan tafel de bijbel lezen en de tafelgebeden, waarbij de „sleur" er helaas vaak duimendik bovenop ligt.
Het komt voor dat de gezinsleden, zelfs echtgenoten!, volslagen onbekend zijn met eikaars geestelijk leven, niet weten wat er in de ander omgaat.
Als in zon situatie de huisbezoekavond aanbreekt, ontstaat er vaak een paniekstemming en vindt het huisbezoek plaats in een sfeer, die veel lijkt op die van een kruisverhoor. Want hoe zal men, als men onderling nimmer over het geestelijk leven spreekt, er in aanwezigheid van „vreemden" over praten, waarbij alle gezinsleden ook nog aanwezig zijn?
Een eerste voorwaarde voor gesprekken over het persoonlijke geestelijke leven is een sfeer van onderling vertrouwen én.... openheid voor de nood en vragen van de ander. Als de ander merkt dat we élk woorcl van hem op een goudschaaltje wegen en klaar staan om een vernietigend oordeel uit te spreken, heeft die ander dan ongelijk als hij zich in stilzwijgen hult?
Met dergelijke gesprekken moet men al beginnen als de mens nog in z'n kinderschoenen staat. Het kind reageert spontaan, ook op de bijbel, zegt wat het denkt. Er komt echter een moment dat de opgroeiende mens liever met vreemden dan met gezinsleden over zichzelf praat. Maar laten we, ondanks dit feit, die spontaneïteit niet nodeloos afremmen!
Zo'n gesprek mag nooit en tenimmer los van de bijbel gevoerd worden, omdat ons geestelijk leven — als het goed is! — rust op het profetische Woord. Daarom is het goed om na het bijbellezen aan tafel hierover na te praten. Zó kunnen gesprekken ontstaan die onvergetelijk zijn en, wat meer is!, eeuwige winst kunnen inhouden!
Of.... gaan we na het „amen" van het tafelgebed liever onmiddellijk over tot de orde van de dag? Reageren we op Gods Woord met „zie, 't is mooi weer buiten, en nu gaan we "? Vele gemeenteleden zijn niet in staat om met buitenstaanden over het Evangelie van onze Heere Jezus Christus te spreken, omdat zij dit in de huiselijke kring ook niet doen.
De praktijk der godzaligheid
Als u denkt dat hierboven maar menselijke wijsheid verkondigd werd, dan doet u er goed aan Psalm 78 : 1—8 eens grondig te lezen!
Van de gemeenteleden in de macedonische stad Beréa getuigt Paulus dat „die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften of deze dingen al zo waren". Dus niet wekelijks, maar dagelijks de Schriften (het O.T.) lezen. Nee, niet maar „lezen"; integendeel, die onderzoeken'! En wat was het gevolg van deze Bijbelstudie?
Lucas juicht: „velen dan uit hen geloofden, en van de griekse eerzame vrouwen en van de mannen niet weinige."
Lezer(es), hoe zou het komen dat we dit Lucas in deze tijd vaak niet kunnen nazeggen? Brakel en andere dienaren des Woords uit de tijd der nadere reformatie wezen steeds op de noodzaak en het nut van de huisgodsdienstoefening.
Zij stonden een reformatie van de kerk voor, te beginnen in het huisgezin. Daar zou Gods dienst weer gestalte moeten krijgen, de praktijk der godzaligheid weer gezien moeten worden.
Door allerlei oorzaken heeft het gezin in deze tijd voor de gezinsleden lang die betekenis niet meer, die het toentertijd had. Ploegenarbeid, onregelma-
tige werktijden, enz. belemmeren vaak een gemeenschappelijke oefening van Gods dienst in het gezin. Maar.... een belemmering kan voor de ene een „pracht"-ekskuus zijn om niets te doen, terwijl die voor de andere een stimulans kan zijn om tóch naar gelegenheid te zoeken. Echte liefde maakt vindingrijk! Er zijn gezinnen waarin het gezinshoofd de dag besluit met bijbellezen en gebed, waarbij de gezinsleden dan meelezen in hun zakbijbel, en ook wel dat gezinsleden en gezinshoofd om de beurt lezen. Hier geldt: „jong geleerd, oud gedaan".
In de kerk zingen we psalmen en enige gezangen. De buitenstaanden kunnen hieruit horen dat het christelijk leven maar niet een somber en droef geheel is. Integendeel, , , 'k zal Zijn lof zelfs in de nacht zingen, daar ik Hem verwacht" (Ps. 42).
Paulus en Silas zaten in Filippi in de gevangenis en „omtrent de middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gode lofzangen". De Heilige Geest voegde hieraan veelzeggend toe „en de gevangenen hoorden naar hen".
Maar.... hoe is dit alles in het deel der kerk, dat we „gezin" noemen? Is het een doods stilzwijgen, of straatliedjes en andere „populaire wijzen", die de aandacht der buitenstaanden trekken? Of.... horen zij ons Gods lofzangen zingen?
Het gaat niet om „vroomdoenerij", niet om wat wij doen! Integendeel, het gaat erom dat Gods lof gezongen wordt in deze ontkerstenende wereld. Want.... straks zal „het nieuwe lied" de nieuwe hemel én aarde vervullen.
Wat zal er van Gods dienst in de gezinnen terecht komen, als de officiële kerkdiensten en andere samenkomsten der gemeente zouden wegvallen? In oost-duitsland en roodchina is dit nu vaak al het geval. Wie garandeert ons, dat wij hiervoor bewaard blijven? Er gaat van de kerk zo weinig uit op buitenstaanden omdat ze zo weinig „kerk" is.
Komen buitenstaanden bij een verblijf in onze gezinskring in aanraking met de krachten der toekomende eeuw? Of.... zien zij slechts een christelijk „vernis", dat de Naam van Christus tot een aanfluiting maakt?
Reformatie der kerk begint altijd in het gezin, bij u en mij! Laat elk gezin een bijbelkring, gebedsgemeenschap en zangkoor mogen worden. En van een werkelijk ge-reformeerd gezin kan terecht gezegd worden dat het een stad op een berg is. Of, in de taal van het Oude Testament: „ wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord dat God met ulieden is" (Zach. 8).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1964
Daniel | 8 Pagina's