Onze reis naar Israël en Jordanië
(VERVOLG)
Links van ons zien we de oude Filistijnse stad Ekron liggen, waar de Ark in der Filistijnen handen viel. In 1946 is hier nog fel gestreden, waarbij ook parachutisten betrokken wax'en, waarvan de meesten zijn omgekomen; ter nagedachtenis aan deze gevallenen is een monument opgericht. Wij passeren nu een groepje Bedoeinen met hun vee; de vrouwen dezer Bedoeinen dragen een zwarte sluier.
De volgende plaatsen, die wij passeren zijn Agis en Kirjath Gath; hier woonde de reus Goliath en we lezen in 2 Samuel 21 : 20 van een zeer lange man die hier woonde; deze man had aan elke hand zes vingers en aan elke voet zes tenen; toen hij Israël hoonde werd hij door Jonathan verslagen.
Wij rijden door het land der Filistijnen en zijn nog 47 km van Beersheba af; het landschap wordt schraler en woester; de regenval is hier gering en waar geen water is, is geen leven mogelijk. Nu en dan zien we een waterput in de woestijn, waarbij soms een enkele palmboom staat en wij dachten aan de tekst uit Exodus 15, waar wij lezen: toen kwamen de Israëlieten te Elim en daar waren twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen en zij legerden zich aldaar aan de wateren. De Bedoeinen slaan in de woestijn hun tenten op in de omgeving van een waterput; zij vormen een nederzetting, die soms uit één familie of uit een gehele stam bestaat; hun tenten zijn overtrokken met zwarte geitenvellen; in de tent, waar de mensen wonen, worden ook de dieren ondergebracht en wanneer het regent, gaat zelfs de kameel naar binnen.
Sinds dertig jaren is in deze woestijn, die genoemd wordt de Negebwoestijn (in de Bijbel „het Zuiderland") een weg aangelegd; bij de aanleg van deze weg zijn vele joden omgekomen, omdat zij door de arabieren beschoten werden; ter gedachtenis aan de omgekomenen is ook hier een monument opgericht. Vroeger was de woestijn onherbergzaam en men reisde liever langs de kust, omdat men in de woestijn de kans liep overvallen en gedood te worden.
In de laatste wereldoorlog waren in de woestijn troepen gelegerd en we zien nog schuilplaatsen, waarin wapens, munitie en vliegtuigen verborgen werden. De woestijn is een onvruchtbaar bergland, omdat er heel weinig regen valt; de grond is echter vruchtbaar en klei-achtig; de bovenlaag is door de droogte hard geworden en als er een regenbui valt dan is het een stortvloed, die van de bergen stroomt. De Bedoeinen vluchten dan naar de toppen der bergen om aan het gevaar van met de stroom meegesleurd te worden, te ontkomen. Wij dachten aan de gelijkenis van de twee bouwers; de een had zijn huis op de rots gebouwd en de ander op het zand; de laatste had niet op de vloed gerekend, maar de slagregens kwamen en zijn val was groot.
Thans is men bezig met kunstmatige bevloeiing der woestijn door middel van afvalwater uit de steden, dat door bovengrondse pijpleidingen naar de woestijn wordt gevoerd; door deze bevloeiing zien wij midden in de dorre en verbrande vlakte het frisse groen van de klaver
De bevloeiing der woestijn is een enorme prestatie; de vele kilometers pijpleidingen, die aangebracht zijn, geven ons een indruk van het doorzettingsvermogen der joden voor de opbouw van de staat Israël.
Links van ons zien we het nieuwe Beersheba. (Beersheba betekend put van zeven of put des eeds). Voor de oorlog waren er 5.000 inwoners, nu echter 50.000. Hier heeft Jacob op zijn reis naar Egypte, nadat hij gehoord had dat Jozef nog leefde, de Heere geofferd, Die hem in een gezicht beloofde, dat Hij hem tot een groot volk zou maken.
Ongeveer twaalf uur komen we aan bij een groot hotel dat midden in de woestijn is gebouwd en dat de naam draagt: Beersheba Dessert Inn. Voor het hotel staat een Bedoeien, met een kameel en een ezel, naast zijn tent; tegen vergoeding mag men op de rug dezer dieren plaatsnemen, waarvan dan een foto kan worden genomen.
In het hotel gebruiken wij het middagmaal; na het eten wordt aan tafel gelezen uit Genesis 21, waarin voorkomt de geschiedenis van Abraham en Abimelech, die te Berséba een verbond met elkaar maakten.
In Beersheba is elke maandag en donderdag een kamelen-
(Zie vervolg pag. 136)
VOOR ONZE LEZERESSEN
(Vervolg van pag. 135)
markt; dan komen de Bedoeinen uit de omtrek met hun kamelen hierheen.
Wanneer wij weer verder rijden door de woestijn zien we een kruisgebouwtje waar op bepaalde tijden een dokter spreekuur houdt; ook zien we een grote textielfabriek; dichtbij deze fabriek wordt een dorp gebouwd dat de naam Linomat zal dragen. Aan de kant van de weg zit een Bedoeien, die de band aan zijn fiets repareert; ook komen we een Bedoeien per fiets tegen.
(Wordt vervolgd)
Van een van de leden van onze Meisjes verenigingen ontvingen wij het volgende briefje, waarin zij haar indrukken weergaf van haar bezoek op de Jaarvergadering van het Landelijk Verband van Jongelingsverenigingen.
De Jaarvergadering van het Landelijk Verband van Jongelingsverenigingen ligt al weer achter ons. Het was een erg gezellige, maar tevens leerzame dag. We zagen veel bekende gezichten en we zijn blij, dat velen van jullie gehoor gegeven hebben aan de uitnodiging.
Wij denken niet, dat er zijn, die er spijt van hebben gehad. Zij, die niet in de gelegenheid waren er heen te gaan, raden we aan het verslag in „Daniël" te lezen en het volgend jaar proberen er ook heen te gaan.
Heus het is de moeite waard. Niet alleen een dag voor de jongens, maar echt een jeugddag, waar niemand zich verveelde, ook niet degenen, die zich niet meer tot de jongeren durven rekenen.
We hebben al weer zin in onze Jaarvergadering, die we D.V. in mei hopen te houden.
Tot zo ver onze schrijfster. Maar ze maakt een kleine vergissing wat betreft de datum van onze Jaarvergadering. Maar dat is geen wonder, omdat de laatste jaren ONZE vergadering steeds in mei werd gehouden. Na veel besprekingen heeft het hoofdbestuur besloten de Jaarvergadering te houden op
D.V. WOENSDAG, 3 JUNI.
Uit Nunspeet kregen wij bericht, dat de Meisjes vereniging „Het Mosterdzaadje" is omgezet in een Vrouwenvereniging, welke de naam kreeg „Martha". Secretaresse is mej. G. van Dijk, Asterlaan 38 Nunspeet.
Uit Gouda ontvingen wij de blijde tijding, dat de Vrouwenvereniging aldaar zich bij onze Bond heeft aangesloten met 34 Eeden.
Hartelijk welkom in onze gelederen, Gouda!
Secretaresse mevrouw J. van Bloois-Boon, Joubertstraat 75. Gouda.
Een zelfde geluid ontvingen wij ook uit Zeist, waar de Zendingskrans „Ora et Labora" zich met haar 35 leden bij ons aansloot.
Ook deze vereniging roepen we een hartelijk welkom toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1964
Daniel | 8 Pagina's