Vragenrubriek
De J.V. te Af. heeft verschil van mening over het geloof, waar Jacobus in zijn brief over spreekt in het 17e vers van het 2e hoofdstuk.
In dit vers schrijft Jacobus: „Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelf dood."
De vraag van de J.V. is nu: „wordt hier het zaligmakend geloof bedoeld, dat jarenlang de oefening mist, of is dit het historisch geloof."
Als antwoord op deze vraag meen ik, dat het uit het verband van dit hoofdstuk zonneklaar blijkt, dat Jacobus hier niet spreekt over het zaligmakend geloof.
Immers in vers 15, 16 en 17 vergelijkt Jacobus het geloof met de liefde. En dan zegt hij daar, dat zoals de liefde geen oprechte liefde is, wanneer zij alleen met woorden en niet met de daad betoond wordt, dat zo ook een geloof,
dat geen goede werken voortbrengt, geen waar geloof is, maar een dood geloof. Het is een dood geloof, dat wil zeggen het bezit geen rechtvaardigende en zaligmakende kracht. In vers 26 van hetzelfde hoofdstuk vergelijkt Jacobus een geloof zonder goede werken met een lichaam zonder ziel.
Een geloof, dat geen goede werken voortbrengt is niet meer dan een algemeen geloof, zoals ook de duivelen bezitten, zoals Jacobus in vrs. 19 zegt. Het ware geloof, dat door de Heilige Geest in het hart is gewerkt, brengt vanzelf goede werken voort, „want het is onmogelijk, dat degenen, die Christus door een waar geloof zijn ingelijfd, niet zouden voortbrengen vruchten der dankbaarheid."
Zoals de zon vanzelf schijnt, zoals een bloem vanzelf bloeit, zo brengt het geloof vanzelf vruchten der dankbaarheid voort.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1964
Daniel | 8 Pagina's