Diskussiehoek
Verzekeren. Voordat we verder gaan met het publiceren van nieuwe brieven, moet ik eerst de reakties weergeven, die binnengekomen zijn op de brieven uit Nisse en Hazerswoude (Daniël no. 11). Onze vriend uit Zoeter meer, die het onderwerp in diskussie gebracht heeft en beide bovengenoemde briefschrijvers van repliek dient, geniet natuurlijk de voorkeur. Hij moet zich verdedigen tegen de „aanvallers". Hij schrijft als volgt: „De eerste reakties op mijn schrijven stelden mij teleur. Immers ik had deze bezwaren zelf reeds genoemd. Ik wil toch op enkele zaken even ingaan. Wanneer, zoals Nisse schrijft, de verzekering niet met dc vreze Gods gepaard kan gaan, ziet het er voor b.v. de Schotse kerk maar slecht uit, want daar maakt men van verzekeren helemaal geen probleem. En toch is er onder ons een eenparig getuigen, dat daar tere en ware vromen wonen. Wij hanteren zo gemakkelijk het zwart-wit schema.
Verder blijkt, dat beide vrienden de financiële voorzorg indelen bij het „bezorgd zijn" en de materiële bij „verzorgen." Om welke reden is mij nog niet duidelijk. Want het voorbeeld van de zeedijk zou ik met vele andere kunnen aanvullen, welke niet gezien of waargenomen kunnen worden. Zelf ben ik echter zo vrij beide soorten bij „verzorgen" in te delen. Voorts als men op een verzekering wil vertrouwen, wat natuurlijk zonde is, kan dit toch maar zeer betrekkelijk en alleen het stoffelijke bevatten. Want bij brand of een ongeval staan wij aan grotere gevaren bloot, vooreerst al van het leven, maar vaak ook aan een totaal ontredderde toestand. Zodat er toch wel zeer weinigen zullen zijn, die het onverschillig zal laten, of hun een ongeluk overkomt of niet. En bij hen die hierop wel speculeren, zit het kwaad niet in de assurantie, maar in hen zelf. We kunnen van de ideaalste toestand wel misbruik maken, zelfs van de diaconie. En het misbruik heft het gebruik niet op. Ook de W.A. verzekering is niet de grote oorzaak van het woeste rijden. Nog afgezien van het feti, dat men dan aansprakelijk is voor het eigen voertuig, is het onze duivelse hoogmoed. Men wil de held spelen. De volksmond zegt ook niet van een wegpiraat: „Hij spot met zijn auto of met zijn bezitting, maar met zijn leven."
Tenslotte ben ik er zeker van, clat wanneer men het woord „verzekeren" nooit had gebruikt, maar er b.v. „onderlinge hulp" van had gemaakt, niemand of bijna niemand bezwaren had. Men staart zich blind op dit woord en velen, die alleen oppervlakkig dit woord lezen, buiten het uit en maken het zo zwart mogelijk om er maar zo veel mogelijk het „bezorgd zijn" in te doen uitkomen. Wat een woordverwisseling in dit geval kan doen, zou ik kunnen aantonen door de woorden aan te halen van één onzer eminente leiders (wij zijn toch allen S.G.P.ërs) in de Tweede Kamer.
Het ligt voorts niet op mijn weg, kritiek te oefenen op de wijze, waarop vele niet verzekerden worden geholpen, want clat is ook een verkapte assurantie om op te vertrouwen. Ook wil ik niet ingaan op de wijze, waarop vele niet verzekerden zich bij het veroorzaken van een ongeluk trachten af te maken van hulp, want dan offert men niet aan deze „afgod", maar welbewust eet men het „afgodenoffer." Ik gebruik hier natuurlijk de termen van tegenstanders. Dit alles echter slechts terloops, want hiermede staat of valt het recht van assurantie niet. Het is slechts te meer een bewijs, clat het kwaad niet in dc materie, maar in de mens zit.
Ten besluite: Omdat mijn vraag niet beantwoord is, zou ik deze graag hier centraal stellen en zeggen:
Wanneer het voorwerp des geloofs God is, sprekende in Zijn Woord, en er in dat Woord geen belofte is, die mij voor ongelukken bewaart, op welke grond eist men dan een vertrouwen, die een financiële voorzorgsmaatregel onnodig maakt en verbiedt en een materiële goedkeurt? Men kome niet met bewijsplaatsen als b.v. Nisse uit Fil. 4 : 6. Want waarom past hij dit woord toe op een financiële en niet op een materiële
voorzorgsmaatregel? Met hetzelfde recht zou ik er dan Spr. 31 : 25 tegenover kunnen stellen."
Aldus onze vriend uit Zoetermeer.
Vervolgens Akkrum.
„Allereerst zou ik willen opmerken, dat m.i. een materiële voorzorgsmaatregel uiteindelijk toch ook in het financiële vlak ligt. Immers voert men een dijkverhoging uit, niet alleen ter beveiliging van de bewoners, maar tevens om zoveel mogelijk gevrijwaard te zijn tegen de gevolgen (w.o. financiële) van een eventuele doorbraak. Ik ben het derhalve met de lezer uit Zoetermeer eens, als hij zegt, dat het doel, hetwelk in beide gevallen nagestreefd wordt, hetzelfde is. Nu is het beslist niet mijn bedoeling om een lans te breken voor de verzekering in het algemeen. Wij bevinden ons hier op een zeer moeilijk terrein en het is bijna niet mogelijk om de grens aan te geven, waar de geoorloofde voorzorgsmaatregel overgaat in de zondige. Men treft in het dagelijks leven maatregelen, die vaak zo vanzelfsprekend zijn, dat men er niet eens bij stilstaat, of ze feitelijk niet onder voorzorgsmaatregelen gerangschikt moeten worden. In de meeste bedrijven bevinden zich brandslangen of blusapparaten. Waarom? Om bij een brand, die allicht nooit ontstaat, zo veel mogelijk te redden. Wij beschermen ons gewas e.d. tegen stormen en hagelbuien, die wel eens zouden kunnen optreden enz. enz. Er zijn naar mijn mening maar weinigen, die zich in bovengenoemde gevallen afvragen of de grens tussen geoorloofd en zondig overschreden wordt.
Ook wordt het nagenoeg onder alle kringen van ons volk als logisch beschouwd, dat de werknemers, die onder de sociale verzekeringswetten vallen, de uitkeringen krachtens deze wetten in ontvangst nemen. Het argument, dat het hier een van overheidswege verplichte verzekering betreft, gaat niet op. Het gaat immers om het principe! Men is vrij de uitkering te weigeren.
Wat de W.A. verzekering betreft, zou de veronderstelling van de geachte lezer in Hazerswoude inhouden, dat personen, die uit hoofde van hun beroep regelmatig op pad moeten en een W.A. verzekering sliüten, hier een „afgod" van maken. Neen, we kunnen de W.A. verzekering ook anders bezien. Wij dienen ons af te vragen in hoeverre wij in staat zijn om in het onderhoud van de nagelaten betrekkingen van een kostwinner, die door onze schuld uitgevallen is, volledig te voorzien, op dezelfde wijze als voorheen geschiedde. Wij dienen hier niet uit het oog te verliezen, dat het om enorme bedragen kan gaan. Menen wij hieraan niet te kunnen voldoen, mogen wij dan zo'n getroffen familie de dupe laten worden door geen W.A. verzekering af te sluiten?
Tenslotte zij nog opgemerkt, dat er van Gods volk zijn, die de A.O.W. uitkering als een zegen en een bijzondere zorg van de Heere beschouwen, terwijl anderen de vrijmoedigheid missen om gelden krachtens deze sociale verzekeringswet in ontvangst te nemen. Zouden wij in deze gevallen het Bijbelwoord: „Een ieder zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd" niet kunnen toepassen? Overigens moet helaas vastgesteld worden, dat bij de massa het afhankelijkheidsbesef van en het vertrouwen op de Heere, niet alleen in verband met de verzekering, maar op allerlei gebied, gemist wordt."
Zo schrijft onze abonnee uit Akkrum.
Helaas moet ik hier weer stoppen, anders zou de redaktie bezwaren maken tegen de lengte. Voor dit onderwerp zou ik wel een hele „Daniël" kunnen gebruiken. De post brengt nog maar steeds brieven. Op het moment, dat ik dit schrijf, maandag 16 december, heb ik er al achttien. Nog nooit is een onderwerp zo aangeslagen als dit. We zijn daar erg blij mee.
Door cle nood gedwongen, zie ik mij echter genoodzaakt, verschillende brieven, die geen nieuwe gezichtspunten bevatten, zeer verkort op te nemen. De schrijvers daarvan moeten mij dat in dit geval werkelijk niet kwalijk nemen.
Overigens stel ik voor alleen nog epistels in te sturen, clie reakties op geplaatste brieven bevatten, zoals de twee in dit artikel. Onze Zoetermeerse vriend mag natuurlijk zoveel schrijven als hij wil en noodzakelijk acht om zijn standpunt te verdedigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1964
Daniel | 8 Pagina's