JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Verzekeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verzekeren

8 minuten leestijd

Over dit onderwerp heb ik zoveel brieven gekregen, dat ik ze onmogelijk allemaal in z'n geheel kan opnemen. Briefschrijvers moeten het me dan ook niet kwalijk nemen, waanneer ik de inhoud van hun epistels verkort weergeeft. Natuurlijk zal ik er daarbij naar streven, de bedoeling van de schrijver niet te kort te doen.

Ik begin met een brief uit Middelburg. Schrijver is op grond van Gods Woord en de leer van onze vaderen van mening, dat de verzekering in strijd is met de Voorzienigheid Gods: atth. 6 : 24 waar Jezus ons leert niet bezorgd te zijn. Zie ook Ps. 37 : 5, Filip. 4 : 6 en 1 Tim. 6:8.

„Wat is verzekeren? In het Wetboek van Koophandel wordt verzekeren omschreven als een overeenkomst, waarbij de verzekeraar zich jegens de verzekerde tegen genot van een premie, verbindt, hem schadeloos te stellen wegens een verlies, schade of gemis van verwacht voordeel, welke hij door een onzeker voorval zou kunnen lijden. Het gaat ons hier om de vrijwillige verzekering."

Dan valt de Middelburger de vriend uit Zoetermeer aan over de mening, alsof niet verzekeren God verzoeken zou zijn. Uit een brochure van wijlen ds. Kersten haalt hij dan aan: „Bij cle verdediging van de verzekering durft men van neo-Gereformeerde zijde zo ver te gaan, dat men spreekt van God verzoeken zo men van verzekering zich onthoudt, terwijl anderzijds men de verzekering in strijd acht met het kinderlijk, afhankelijk leven des geloofs. Wie verzekert zijn huis, zijn vee en wat meer zij met de bedoeling zijn naaste te helpen? Wie handelt hier uit het edel motief van naastenliefde? Op ieder van ons rust de plicht te zorgen voor de veiligheid van het leven van zichzelf en de zijnen. En wordt nu die plicht gezien in het zich verzekeren? Wat beweegt nu anders tot verzekeren dan ongelovige, Gods vaderlijke zorg wantrouwende bezorgdheid, hoe wij het maken zullen als wij eens in deze of dergelijke omstandigheden komen? In de verzekering ligt het wantrouwen van Kaïn toen hij een stad bouwde om zich te verzekeren tegen kwaad, niettegenstaande de Heere zei: Daarom al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden en niettegenstaande de Heere een teken stelde aan Kaïn. Er is een andere rust clan clie van het verzekeringswezen, de rust des geloofs, clie overblijft voor het volk van God.

Ds. Kersten stelt duidelijk de plicht onze naaste te beschermen, te beveiligen; de overheid e.d. doen dit door de dijken te verhogen (Deltawerken). Ieder betaalt daaraan mee.

Wat schrijver uit Z. stelt over cle diaconie deel ik geenszins. De diaconie ontvangt en besteedt haar gelden van de gemeente Gods, rustend op: „Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus."

Elia werd onderhouden door de zeer bijzondere Voorzienigheid Gods, welke gaat over de uitverkorenen. Doch ook die 100 profeten werden door diezelfde bijzondere Voorzienigheid onderhouden. Ik kan deze heilige geschiedenissen zo moeilijk in verband brengen met het al of niet financiëel verzekeren. (Zie de brochure „Obadja, Achabs hofmeester" door P. Kuyt.)

Materiële voorzorgsmaatregelen worden genomen door Jozef in Egypte (korenschuren).

Laten wij de Voorzienigheid Gods niet gering achten. Hellenbroek leert ons: Waartoe is de leer van cle Voorzienwo heid nuttig? Zij leert Gods volk in tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar en in het toekomende vertrouwend te zijn."

Een lezer uit Nunspeet ziet verschil tussen verplicht verzekeren en een vrijwillige verzekering. Over cle tweede schrijft hij: Hij ziet wel verschil tussen een materiële en een financiële voorzorgsmaatregel. De verhoging van een zeedijk kan hij geen verzekering noemen, „want men weet, als de dijk niet verhoogd wordt, dan komen claar vroeg of laat ongelukken van. Maar nemen we b.v. een brandverzekering, dan gaan we ons ergens tegen verzekeren, waarvan we niet weten of het ons ooit zal overkomen. Verder zegt schrijver, dat er in de Bijbel geen belofte is, dat hem geen ongeluk zal overkomen, maar er staat toch ook niet, dat hem wel een ongeluk zal overkomen. Ik geloof niet, dat er in cle Bijbel grond is, waarop de verzekering steunen kan en dat we door al het verzekeren God minder nodig hebben en minder vertrouwen op Hem stellen. Job was ook niet verzekerd en toen hij alles kwijt was, mocht hij nog zeggen: De Heere heeft gegeven, cle Heere heeft genomen, cle naam des Heeren zij geloofd en tegen zijn vrouw zegt hij: Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet ontvangen? en de Catechismus zegt ons clat wat ons ook overkomt, het niet bij geval maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomt en dat Hij het ons alles wil doen ten beste keren. Groter dan de Helper is de nood toch niet.

En daarom zal m.i. Gods volk, wanneer zij op hun plaats zijn, geen verzekering kunnen hebben, maar zullen zij zeggen met de dichter van Ps. 65 : 2: n God is al mijn heil, mijn eer. enz."

Zaandam: „Zij zullen het niet hebben De goden van de tijd."

Tot de goden van deze tijd rekent een Zaandamse lezer de verzekering. Ook hij vindt de voorbeelden van de

Zoetermeerder wat vaag. Als cle dijk hoger gemaakt is, is dat nog geen verzekering, clat hij tegen de elementen deinatuur opgewassen is. Voorzorg is vooruitzorgen. Gods Woord leert ons dat naar het voorbeeld der mieren. Een seizoenarbeider moet van het verdiende geld wat wegleggen voor de dagen, dat er niet gewerkt kan worden. Dit strijd ook niet met Jezus' woord: Weest niet bezorgd voor de dag van morgen, want elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad. Zorgeloosheid en onverschilligheid voor de toekomst wordt nergens geleerd in Gods Woord. Maar verzekering zegt voor een bepaald doel iets weg te leggen, opdat als de nood daar is, ik verzekerd ben geholpen te zijn tegen ziekte, ongeval, invaliditeit enz. Waar tegenover staat de leer van de Catechismus Zondag 10.

Verplicht verzekerd zijn, is dat zo? Ds. Kersten heeft bij herhaling er op gewezen, dat wij er vrij van konden komen. Niemand moet, als hij niet wil. Maar dat kost moeite en daar willen wij niet aan. Of vinden we het eigenlijk, zoals het nu is, toch maar beter? Wie behoeft zich nu nog zorgen te maken? Maar hoe komt God aan Zijn eer? Geloof is ook een vast vertrouwen. Als dit in oefening is, moet alles losgelaten worden wat geen God en Christus is, aldus onze vriend uit Zaandam.

Prettig voor de redaktie van u te vernemen, dat u juist door de diskussiehoek abonnee geworden bent op „Daniël". De nummers, die u nog graag lezen wou, kunt u misschien nog aanvragen bij de sekretaris, de heer H. Hoogendoorn, Ridder van Catsweg 244a te Gouda.

De schrijvers uit Middelburg, Nunspeet en Zaandam hartelijk dank voor hun moeite. Gesprekleider.

dat hij op bladzij 174 en 175 erbij vermeld had dat wat hij daar zegt en prijst bepaald niét zo oudtestamentisch is! De juist gemaakte opmerking is wellicht wat ondeugend. Ik hoop dat schrijver ze waarderen zal. Hij is ook zelf wel eens ondeugend. Ik denk aan wat hij zegt over de jeugddienst (bladzij 19).

Soms is schrijver niet van overdrijving vrij te pleiten. Zo op bladzij 38, waar hij zegt dat Alva pas tot rust kon komen bij de dood van de prinses: zij haatte hem persoonlijk, als had zij hem gekend! Is dat dan iets biezonders? Ik heb verwonderd opgekeken toen ik deze uitspraak las. Ieder toch die de geschiedenis waarin hij zich verdiept, beleeft, heeft vrienden en heeft vijanden, en wel persoonlijke. Wanneer dit niet zo was, zou er geen band met de historie, geen zich verbonden voelen met 't verleden kunnen zijn. Ik hoop van harte, en vertrouw, dat er nog velen in den lande zijn voor wie geschiedenis beleefd verleden is!

Een enkele onjuistheid nog. Ik meen te weten dat het oude stadje Veere niet kan bogen op een uitgesproken puriteinsgezinde samenleving, zoals schrijver — bladzij 48 — suggereert. Arnemuiden zou hier beter op zijn plaats zijn (en is door schrijver hoogstwaarschijnlijk ook bedoeld). Onjuist is het te spreken van Prins Maurits als een „voorvader" van onze oude koningin (in regel 4 en 5 op bladzij 170).

Stilistisch valt er een en ander aan te merken; de woordkeus is niet altijd even mooi. Zo is „donders" echt geen woord om hier te pas te brengen (regel 1 op bladzij 72) en „uit te spinnen over" is onmogelijk (dit op bladzij 75, regel 6 en 5 van onderen). Onjuiste beeldspraak is ook nog; de „loot van de enige niet-uitgestorven stam" van het Oranjehuis (bladzij 82, regel 9 onderaan en volgende). Hoeveel stammen zijn er? Toch maar één? Het is verkieslijker te spreken van de loot van de niet afgestorven — desnoods: uitgestorven — tak van de Ox'anjeboom, wanneer men 't beeld, de stamboom, zuiver houden wil. En „een pak op zijn duvel te krijgen" (bladzij 104, de regels 19 en 20) doet ook niet prettig aan!

Overigens is dit boek wel zeer verzorgd. In dit hele werk trof ik één drukfout aan: „amiliekerkhof" (bladzij 188, laatste regel, eerste woord). De op de tekst volkomen afgestemde illustraties — foto's van de oude koningin, van het paleis Het Loo en zijn omgeving en zijn inrichting, en van de witte uitvaart — zijn biezonder fraai, en het geheel is van een keurig nette band voorzien.

Kortom, dit is een prima uitgegeven, allersympatiekst geschrift, waarvoor rnen, met heel Nederland, de schrijver en de uitgever biezonder dankbaar wezen moet!

J. Kwekkeboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1963

Daniel | 8 Pagina's

Verzekeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1963

Daniel | 8 Pagina's