JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Woord en wereld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woord en wereld

9 minuten leestijd

(8)

De ontferming van Jezus Christus

Als we in ons leven iets hebben mogen ervaren van de onpeilbare genade van God, Die Zich in Jezus Christus over „wederhorigen" ontfermt, dan verstaan we ook uit ervaring de ontzaggelijke ellende van het leven zónder Hem.

Vaak zijn we bikkelhard, ontstellend onbewogen met de geestelijke nood van talrijke buitenstaanden, omdat we zelf niet verstaan cle ontferming Gods in Jezus Christus. Dan begrijpen we ook Paulus niet, toen hij — terwille van zijn broeders naar het vlees — wel van Christus verbannen wenste te zijn; omdat we dan Hem niet verstaan Die, terwille van vijanden!, uitschreeuwde: „Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten? "

Jezus Christus vereenzelvigde Zich zó met de geestelijke ellende der Zijnen clat dit Hem het leven kostte! En daarom kon Paulus later cle joden als een jood, cle grieken als een griek zijn.

Laat ons dit voor ogen staan als we nu gaan letten op de maatschappelijke achtergronden van de toenemende buitenkerkelijkheid. We dienen ons er voor te hoeden cle feiten en hun oorzaken mooier voor te stellen dan ze zijn, omdat er talrijke mensenlevens op het spel staan! Misschien zal cle diagnose, die in de komende artikelen gesteld wordt, u verbijsteren. Ik wijs u op de troon der genade, opdat u er winst mee zal mogen doen terwille van uw buitenstaande naasten.

Roept hen tot de bruiloft! Gocl is machtig hen, door uw dienst, te roepen uit de dood tot het leven.

Maatschappelijke gebondenheid der kerk

In Amerika zijn de kerken in 't algemeen sterk gebonden aan bepaalde maatschappelijke groepen. Sommige kerken en gemeenten zijn daar bepaald „deftig", andere zijn bestemd voor de „business class" (middenstand), en weer andere voor de „lower classes" (arbeiders e.d.). In Amerika is het in 't algemeen „fashionable" („netjes") om tot een kerk te behoren. Klimt men op de maatschappelijke ladder, dan gaat men daarom vaak van de ene kerk over naar een andere kerk.

Deze verschijnselen komen ook (nog) in ons land voor, hoewel lang niet in die mate. In maatschappelijk opzicht zijn de remonstranten, waals-hervormden en doopsgezinden echte élite-groepen. Daarin komen praktisch geen fabrieksarbeiders, maar wel veel middenstanders en intellektuelen voor. De fabrieksarbeiders zijn — evenals de intellektuelen — in de Ned. Herv. Kerk in sterke mate onder-vertegenwoordigd. Dit is eveneens het geval in de andere kerken der geref. gezindte. Zowel de Ned. Herv. Kerk als laatstgenoemde kerken zijn, wat men noemt, „middenstandskerken".

Nu is in ons land in 1956 een onderzoek gedaan naar de manier, waarop de stadsbevolking de zondag besteedt. Dit in 4 steden: Zaandam, Hilversum, Rotterdam en Amsterdam.

Van de bevolking ging op zondag ter kerk (schrik niet!) in: Zaandam 22, 5%, Hilversum 28, 5%, Rotterdam 18, 1% en Amsterdam 19, 8%. Van de bevolking van deze 4 grote steden ging dus gemiddeld 78% 'szondagsmorgens niet naar de kerk. Van de verschillende maatschappelijke groepen in deze steden ging op zondagmorgen ter kerk:

arbeiders : 17, 8% bedrijfshoofden : 18, 3% winkeliers : 27, 8% hogere employés en vrije beroepen : 23, 6% lagere employés : 27, 8%

U ziet dat arbeiders verhoudingsgewijs weinig ter kerk gaan. De bedrijfshoofden geven eveneens een laag percentage te zien. Ook de hogere employés en de vrije beroepen zijn minder kerks dan de middenstandsgroepen. De middenstandsgroepen (winkeliers, lagere employés) zijn daarentegen trouwe kerkgangers, voelen zich dus het meeste bij de kerk betrokken a ).

Hoe komt dit? Is de middenstander van nature soms minder goddeloos dan de arbeider en hogere employé? Uit de Schrift weten we wel beter! Nee, er zijn andere zaken in het geding.

Elke maatschappelijke groep heeft een eigen levensstijl en mentaliteit, die verschillen van die van andere maatschappelijke groepen. Zo verschillen de fabrieksarbeiders nogal wat van de middenstanders; dit verschil is aan 't verminderen.

Welnu, als één van deze 2 groepen b.v. in een kerkelijke gemeente de boventoon voert, dan krijgt die gemeente daardoor een klimaat en levensstijl, waarin de andere groep zich niet of nauwelijks thuis voelt. De manier van onderlinge omgang, de benadering van de preek, de liturgie enz. kunnen voor de ene groep geheel vanzelf-sprekend zijn, terwijl die voor de andere groep moeilijk verteerbaar, soms merkwaardig, kunnen zijn.

De middenstand „vereert" de volgende deugden: eerlijkheid, arbeidzaamheid, netheid, punktualiteit 'en betrouwbaarheid, argwaan tegen alle buitensporigheid, gehoorzaamheid aan de overheid. „Fatsoenlijkheid" en „netheid" worden door haar hoog gewaardeerd! Onder deze „deugden" vinden we echter niet de saamhorigheid met andere mensen. Want.... de middenstand (winkeliers, employés, boeren e.d.) gaat vaak uit van de veronderstelling dat onze persoonlijke inzet beslissend is voor ons levenssukses. Daarom is ze sterk op de enkeling gericht, m.a.w. individualistisch, ook op kerkelijk-godsdienstig gebied. Ziehier: één achtergrond van het grote aantal kerkscheuringen in de geref. gezindte. De middenstand leeft betrekkelijk geïsoleerd van het moderne leven in de grootindustrie en heeft veelal een behoorlijk inkomen.

In onderscheid met de middenstand, missen de fabrieksarbeiders vaak het inzicht in het ingewikkelde spel der maatschappelijke krachten, voelen zich vaak „nummer" in de grootbedrijven, kennen soms een beklemmende onzekerheid. Zij verwachten van de kerk dat die een gemeenschap is, die haar bij kan staan in de moeilijkheden van alledag, de alledaagse zorgen en problemen. Zij verwachten van de kerk een saamhorigheid met mensen in nood enz. Nu verwacht de middenstand dit, in 't algemeen, helemaal niet van de kerk. De deugd „saamhorigheid met anderen" staat bij de middenstand laag genoteerd, terwijl ze bovendien onder geheel andere omstandigheden leeft dan de fabrieksarbeiders.

Als nu de middenstand het kerkelijk leven met haar gewoonten en behoeften stempelt, vooral als ze die wil opleggen aan andere groepen, dan zien we doorgaans het kerkbezoek van die groepen verminderen. Dit zou met cijfers aangetoond kunnen worden!

Op deze manier is de kerk b.v. in de volksbuurt (Crooswijk, Jordaan e.d.) een „vreemde" geworden. Haar taal komt de volksbuurtbewoner onbegrijpelijk voor. Hij kan niet „abstrakt" denken, hij heeft dus géén woorden voor geestelijke zaken, zoals cle kerk clie wel heeft. Ofschoon ieder mens toch wel momenten kent, waarin woorden tekortschieten om de diepste gevoelens weer te geven. Wat bedoelen Paulus (Rom. 8 : 26; 2 Kor. 9 : 15; 12 : 4) én Petrus (1 Petr. 1 : 8) met het woord „onuitsprekelijk"? Als we deze mens het Evangelie brengen, moeten we dit doen met allerlei beelden uit zijn wereld. Zoals Jezus Christus heel beeld-rijke taal sprak, heel begrijpelijke voorbeelden uit het dagelijkse leven gebruikte. Hij noemde de dingen bij hun naam, misverstand was uitgesloten! Ook Paulus gebruikte beelden, uit de sportwereld (1 Kor. 9 : 24), om het Evangelie verstaanbaar te maken. En zo zullen wij dit nu ook moeten doen, wil „onze" Boodschap niet onbegrijpelijk worden. Daarvoor is nodig dat we deze Boodschap zelf beleven, zodat we die ook in eigen woorden kunnen weergeven. Zoals een getuige voor de rechtbank niet de woorden van het proces-verbaal gebruikt, maar in eigen woorden weergeeft wat hij gezien en gehoord heeft. Plechtstatigheid is bij het getuigen van Jezus Christus geheel misplaatst. Trouwens, komt plechtstatigheid niet altijd op de voorgrond daar, waar cle dagelijkse verborgen omgang met God gemist wordt? We kamoefleren onze geestelijke armoede zo graag!

Terwille van het Evangelie moeten we „de volksbuurtbewoner als een volksbuurtbewoner" worden. We moeten innerlijk bereid zijn, gedrongen door Christus' liefde, om met hem/haar méé te leven, zodat hij/zij gaat zien dat het Evangelie niet een ijdel woordenspel is!

„Degenen die zonder de wet zijn ben ik geworden als zonder de wet zijnde (voor God zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet) opdat ik degenen die zonder de wet zijn, winnen zou". En zoals overal en altijd: echte liefde maakt vindingrijk! Dan doet het er niet zoveel toe of u te maken hebt met een ruige havenarbeider, die z'n betoog met vloeken doorspekt, of met een uiterlijk beschaafde boekhouder, die zijn verzet tegen Jezus Christus met een beminnelijke glimlach uitspreekt.

Andere kanttekeningen

Jacobus waarschuwde de joden-christenen, buiten palestina, in hun bijeenkomsten toch vooral géén onderscheid te maken tussen de man „met een gouden ring en in sierlijke kleding" én de arme man „in schamele kleding". Want in de gemeente des Heeren dienen alle maatschappelijke verschillen weg te vallen. Geen enkel gemeentelid dient méér eer, aanzien en voorrang te genieten dan een ander lid, omdat hij b.v. een groter inkomen heeft of een mooier gemeubileerd huis bewoont. Als dit wèl gebeurt, waait de geest van de wereld en niet de Geest van Christus door de gemeente. De gemeente is dan gelijkvormig aan de wereld, waarin alle maatschappelijke verschillen opgevijzeld worden, is dan ver-wereldlijkt! En wat vindt u nu van de inhoud der volgende klachten: „zij gaat naar de kerk om haar mooie hoedje te laten zien!"; „hij kan mooi praten; hij vindt het wat fijn dat de kerkmensen h'm groeten in z'n mooie slee!"?

Het aangrijpende van de huidige toestand is dat hele bevolkingsgroepen van het Evangelie vervreemd zijn. Is het niet schrikwekkend om zónder de enige troost in het leven en sterven tóch te willen leven en sterven? En wordt het hun voorgeleefd door ons, die het Evangelie wél horen?

We moeten, met Augustinus, bedenken dat er „wolven in de schaapskooi, en schapen buiten de schaapskooi zijn". Er zijn talloze buitenstaanden, die geen voet meer in de kerk willen zetten, en toch naar radiokerkdiensten luisteren, soms nog meebidden en - zingen.

Maar hoe gaat dit met hun kinderen, hun nageslacht? Het is toch b.v. helaas een bekend feit dat vele „principiële onkerkelijken" - „met een boekske in een hoekske" - juist op clie manier onbedoeld hun kinderen het heidendom hebben ingejaagd!

Zéér jammer is clat in veel van genoemde uitzendingen het Woord Gods niet recht bediend wordt; dat gebeurt echter ook zónder de uitzendingen in diverse kerkgebouwen.

Is dit een verantwoorde reden om afzijdig te staan? In ons land komen ca. 2.000.000 buitenstaanden en talloze „randkerkelijken" uit zichzelf niet meer in aanraking met het Woord Gods. De herder verliet de hele kudde om het ene verloren schaap te zoeken totdat hij het.... vond!

Wat doen wij: u en ik?


l ) „Mensen op zondag" — rapport van de Rijksdienst v.h. Nationale Plan; 1962 p. 56.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1963

Daniel | 8 Pagina's

Woord en wereld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1963

Daniel | 8 Pagina's