Vervolg verslag Contactmiddag te Utrecht
Ds. Rijksen stelde eerst de rondvraag aan de orde.
Een der afgevaardigden vertelde, dat het zo moeilijk is om voor de jaarvergadering een of meer geschikte gedichten te vinden en vraagt of het niet mogelijk is om bij de beloofde boekenlijst ook een lijst met gedichten te zenden. De voorzitter vraagt, of elke vereniging, die gedichten heeft, die voor dit doel geschikt zijn, deze op wil zenden aan de secretaresse, zodat het hoofdbestuur daar alvast een richtlijn heeft. Van deze gedichtjes zal een lijst worden samengesteld — of misschien kunnen ze tot een boekje worden gebundeld. De secretaresse verzoekt op de toegezonden gedichten toch vooral de naam en adres van de afzendsters te plaatsen, opdat zij ze weer kan terug sturen.
Een andere vraag is: Is het wenselijk een koop-avond of - middag met gebed te openen? Aangeraden wordt, dat de vereniging te voren bijeen komt b.v. een half uur voor de koopavond of - middag begint of de avond er voor en dat op deze vergadering door de presidente, een ouderling of predikant een
gebed wordt uitgesproken, opdat de koopavond officieel wordt geopend.
Een der afgevaardigden vraagt of het ook goed is geld af te staan voor de inwendige zending, dus de zending te Merksem. Ds. Rijksen vertelt, dat ook de inwendige zending steun nodig heeft. Zij kan het hoofd boven water houden om alles gaande te houden. Maar er is nog een grote schuld. Men heeft een groot huis moeten kopen en daarvan de benedenverdieping verbouwd tot een kerkzaal. Hiervoor heeft men geld geleend en de schuld bedraagt momenteel ƒ 40.000. Aflossen is op het ogenblik niet mogelijk omdat al de inkomsten gebruikt worden voor de gewone onkosten.
Ds. Rijksen vertelt van zijn ervaringen daar en merkt op, dat de Heere daar zeer zeker met zijn Geest werkt onder de Roomse bewoners. Verder werden er nog enkele vragen gesteld, die door onze voorzitter tot aller genoegen werden beantwoord. Hierna kreeg mevrouw Kirpestein het woord om te spreken over de pedagogiek op het terrein van de moeder.
De voorzitter dankt mevrouw Kirpestein hartelijk. Enkele gestelde vragen worden beantwoord.
Daarna krijgt onze presidente het woord en zij bedankt de aanwezige dames voor hun belangstelling en voor de aandacht die er is geweest. Vervolgens spreekt zij: Ik heb onder het •openingswoord van ds. Rijksen zitten denken, toen hij zo sprak over die gast en die vreemdeling, dat het voor ons allen een groot voorrecht zou zijn als we hier gasten en vreemdelingen mochten zijn. Want het is toch niet zo best met ons gesteld als we op de wereld zo thuis zijn, als we ons hier zo erg thuis voelen.
Ik geloof, dat als we allemaal eerlijk zijn, we zullen moeten klagen dat we hier veel te veel thuis zijn. Dan zal het wenselijk zijn — en ik hoop, dat de Heere ons dit geeft — dat het onze bede moge worden, dat de Heere ons hier maar vreemdeling wil maken. David was zo gelukkig dat hij zegt: Ik ben, o Heer, een vreemdeling hier beneên, maar hij had er het gebed bij:
Laat uw geboón op reis mij niet ontbreken.
Ik wil u allen toewensen, dat dit ook de keus van ons leven is of wordt, en mag blijven.
Wij hopen van harte, dat u allen goed thuis komt en dat de Heere u in deze winter, die we nu weer zijn ingegaan, Zijn zegen moge geven over uw verenigingsleven en dat bovenal de eeuwige dingen maar de grootste plaats in ons leven mogen hebben.
Dominee, we danken u vriendelijk voor uw leiding van deze middag en we wensen ook u van harte toe, het gast en vreemdeling zijn persoonlijk te mogen beleven. Want dan hebben we de Heere nog zo nodig. Gasten en vreemdelingen moeten nog wel eens onderwijs hebben. Als we thuis zijn, weten we het zo best.
Ook de Meisjes vereniging van Utrecht wordt hartelijk dank gebracht voor haar goede zorgen en bediening. Het wordt zo'n gewoonte, dat deze meisjes alles zo maar doen. Daarom wil zij de meisjes nog heel hartelijk bedanken en gaat daarna voor in dankgebed en vraagt tevens een zegen voor de broodmaaltijd die we met elkaar nog nuttigen en waar onderling nog heel wat afgebabbeld wordt.
We hebben wel weer de indruk gekregen dat de vergadering voor ieder een aangename herinnering achter laat. Wij hopen dat we de vele vriendinnen die zo graag ook gekomen waren met dit nogal uitgebreid verslag van de vergadering een genoegen gedaan hebben.
Namens het bestutu: ,
M. F. Hardon-Kieviet (secr.)
Schelluinsevliet 89, Gorinchem. jaar heeft mogen bestaan. Terwijl overal de schreeuw klinkt: eef ons brood en spelen, mag hier in het midden nog een jeugd zijn, die Gods Woord en de Historie van ons vaderland nog wil onderzoeken. Verder vroeg dominee zich af wat de waarde van al dit verenigingswerk was, waarop hij het antwoord meende te vinden in Spreuken 22 : 6, welke tekst ds. als uitgangspunt voor zijn herdenkingsrede gekozen had:
„Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs, als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken." Ds. Blok benoemde deze tekst: Een Goddelijk bevel, met een belofte, waarin hij zag 1. Het bevel Gods en 2 de vrucht der belofte.
In een met grote aandacht beluisterde rede ontvouwde ds. Blok deze woorden. Hierna werd gezongen Ps. 25 : 2 en 4 waarop de pauze volgde.
Felicitaties
De ere-voorzitter heropende de vergadering met het laten zingen van Ps. 84 ; 3 waarop de felicitaties volgden. Ds. wilde dan de J.V. ook namens kerkeraad en gemeente zijn gelukwensen aanbieden. Hij sprak de wens uit, dat de vereniging nog tot in lengte van jaren gespaard zou mogen blijven en het handjevol koren eens eenmaal zou mogen ruisen als de Libanon.
Burgemeester H. Bos sprak zijn gelukwensen namens het gemeentebestuur. Deze vereniging heeft betoond levensvatbaarheid te bezitten, aldus de burgemeester. Het nut van een jongelingsvereniging zag de burgemeester van twee zijden: ten eerste wat de geestelijke strekking aangaat maar ook in de tweede plaats wat de maatschappelijke kant betreft. Verder hoopte spr. dat de J.V. nog vele vruchtbare jaren zou tegemoet mogen gaan. Vervolgens sprak de heer H. Hoogendoorn, secretaris van het Landelijk Verband van J.V. Spr. bracht naar voren, dat er jaren geleden een brief uit Dirksland tot hem kwam, waaruit bleek dat de J.V. bijna aan opheffing toe was. Het water kwam dus wel aan de lippen, aldus dhr. Hoogendoorn, maar gelukkig nooit er over.
Namens de J.V. der Ger. Gemeente te Middelharnis sprak haar voorzitter, dhr. D. J. Beversluis. Hij hoopte op meer onderlinge samenwerking tussen de beide verenigingen. Cor Rozemond bracht zijn gelukwensen namens de K.V. „David en Jonathan". Verder waren nog verschillende schriftelijke felicitaties binnen gekomen, o.a. van de oud-voorzitters Kirpestein, de Winter, Triemstra en de vorige predikant ds. H. van Gilst te Lisse.
De voorzitter der vereniging, dhr. C. de Bode hield dan zijn onderwerp getiteld: erleden, Heden, Toekomst. Als uitgangspunt had hij gekozen 1 Sam. 7 : 12. Samuël had een steen opgericht en die genoemd: Eben-Haëzer. Zo zou het voor ons in deze avond ook een gedenkzuil moeten zijn: ot hiei'toe heeft ons de Heere geholpen."
Want als we dan na vijftig jaar verenigingsleven de balans opmaken, dan is ons enig batig saldo: Tot hiertoe geholpen. De voorzitter memoreerde de oprichting der J.V., de oprichter was de inmiddels overleden meester Tj. Molenaar. De eerste vergadering in 1913 stond onder leiding van wijlen ds. H. Kievit. Verder noemde spr. de oud-voorzitters. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan werd een herdenkingsdienst gehouden onder leiding van ds. de Blois. De voorzitter noemde enkele feiten uit het verenigingsleven van vroeger. In de oorlogs-winter bracht ieder op zijn beurt hout mee naar de vereniging, wat in de gang van de kerk nog gehakt moest worden!
De J.V. heeft eb en vloed gekend, wat de belangstelling aangaat, aldus de voorzitter. Spr. noemde het verblijdend, dat er nu tamelijk veel leden zijn.
Hij wees de ouders er op, dat het gezin de voedingsbodem van de J.V. moet zijn. Wat de toekomst aangaat; deze is donker. Straks is Flakkee niet meer geïsoleerd wat zijn bijzondere zorgen met zich zal brengen. Maar wanneer Gods Woord ook dan recht zal worden gepredikt, zullen de kerken vol blijven. Het overblijfsel zal behouden worden! Spr. eindigde zijn rede met het lezen van enkele verzen uit Ps. 148 en liet daarna nog zingen Ps. 150 : 1.
De voorzitter zegde dan alle sprekers hartelijk dank voor hun goede woorden, in het bijzonder ds. Blok voor de leiding op deze avond.
Ouderling G. van 't Geloof (een der oprichters der vereniging) besloot deze avond met de wens dat de J.V. nog vele goede jaren zou gespaard mogen blijven. Hij liet nog zingen Ps. 103 : 9 en ging dan voor in dankgebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1963
Daniel | 8 Pagina's