JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geen zonde, geen wonde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen zonde, geen wonde

5 minuten leestijd

En geen inwoner zal zeggen: ik ben ziek". Want het volk dat daarin woont zal vergeving van ongerechtigheid hebben. (Jesaja 33 : 34)

Wij zijn de herfst weer ingegaan. De bladeren dwarrelen naar., omlaag, grauwe nevels spreiden zich over het land, de stoppelvelden zingen ons het lied van de naderende winter.

Alles roept ons toe dat het einde van de zomer er weer is en zo ook dit jaar weer heensnelt. Ook ons leven snelt heen, het is zelfs een gestadig sterven en het hartgeklop speelt een doffe treurmars naar het einde. De dood zendt zijn boden vooruit en menigeen klaagt over pijnen en kwalen als gevolg van het gure jaargetij. Er wordt alom zoveel geleden, lichamelijk en ook geestelijk, ja soms wel in lichaam en ziel.

In de tekst lees ik van een stad waarin nooit over ziekte geklaagd wordt. Die wordt daar niet gevonden. De eerste dingen zijn weggedaan. Die stad is het nieuwe Jeruzalem. Jesaja spreekt daar van. Hij leeft onder een volk, dat om zijn zonden werd bezocht. Hij heeft de pijn der slagen gevoeld. De benauwdheid bracht vruchten voort. In ware boetvaardigheid heeft het volk zich verootmoedigd. Nu laat God Zijn vriendelijk aangezicht weer zien aan Zijn bemind volk en redt hen uit het bang gevaar. De Heere vergeeft de schuld van zijn volk en nu heft Hij ook hun ellende op en dan zo, dat geen inwoner van die Godsstad meer zeggen zal: ik ben ziek.

Het volk dat in Sion woont heeft immers vergeving van zonde ontvangen. Het is wel duidelijk dat dit alles niet meer dan een zeer aanvankelijke vervulling heeft gehad in de verlossing van Jeruzalem ten tijde van Assur's bedreiging. De profetie reikt verder en opent het gezicht op het Hemels Jeruzalem. Hier wordt gesproken van een overwinning die zich steeds zal voortzetten, totdat zij volkomen is. Deze overwinning wordt niet verkregen door het denken; ziekte en dood voeren geen schijnbestaan en zijn dan ook niet weg te denken. Evenmin wordt zij behaald door de schitterende resultaten der wetenschap, die wij wel op hoge prijs hebben te schatten, voornamelijk die op medisch gebied. Toch komt de overwinning niet daar vandaan.

Geen wetenschap kan de ziekte van de aarde verbannen, want zij vermag niet de oorzaak weg te nemen. De ziekte is eigenlijk de nakomeling van de zonde. Daarmede bedoel ik niet dat elke bijzondere ziekte het gevolg is van een bijzondere zonde. Nee, dat is voor ons vaak verborgen, maar in alle smart is de werking der schuld, die van Adam af op ons rust.

De zonde is vreselijk in haar aard, ook in haar gevolgen. En nu is alleen genade bij machte om de mens te herstellen, volkomen te herstellen. Genade van God delgt de zonde uit in Jezus bloed. Dan wordt daarmee dus de oorzaak van alle smart en pijn weggenomen, namelijk de zonde. En waar de oorzaak weggenomen is moeten de gevolgen ook wijken.

Zoals zonde en ziekte bij elkaar horen, is er ook verband tussen genade en gezondheid. Deze genezing is een vrucht van verlossing. Vanwege onze zonden hebben wij geen recht op leven en gezondheid maar nu is het enkel uit genade bij Jezus te vinden. Zijn bloed alleen reinigt van zonde en ziekte. O, schuldige, daar is vergeving, daar redding, daar alléén. Hij heeft door Zijn voldoening ook een recht op gezondheid verworven voor schuldigen. Heeft Hij niet onze krankheden gedragen? Niet elke ziekte, één voor één onderging Hij. Maar door de oorzaak, de zonden te verzoenen met Zijn offerbloed. Reeds op aarde zijnde genas Hij in liefdevol erbarmen de zieken en wees Hij niemand af die tot Hem kwam om genezing. Dit eist Gods eer. De zonde weg, dan ook de ziekte weg.

Maar; klaagt menig hart: waarom moet dan Gods gunstgenoot hier op aarde soms toch zoveel lijden? Ieder kind van God heeft toch deel aan de vergeving der zonde en is in beginsel het eeuwige leven deelachtig?

Och, dit komt omdat het leven der heiligmaking hier nog maar ten dele is. God loutert Zijn kinderen door het lijden. En Hij doet ons daardoor ook zien hoe bitter het is tegen de Heere te zondigen. Dan leggen wij de hand op de mond en kussen de roede.

Hij doet pijn om te kunnen helen. Hij bedroeft om te kunnen troosten. De verlossing gaat dikwijls schuil achter een smartelijk lijden. Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat. Soms zeggen we, is dat nu een kind van God, een Koningskind? En toch, ja, hij die uit die fontein van Christus' bloed mag drinken, die gelovig hoopt op Zijn offer, die onder ramp en smart Hem als zijn Koning verkiest om meer en meer van de zonde verlost te worden, die als een arme bedelaar niets anders wil en weet dan Jezus Christus en die gekruist, hij zal het zien en de hele wereld zal het zien dat degene clie op de Heere betrouwen, niet zullen beschaamd worden. Straks als de vrucht des kruises wordt ingeoogst, geheel wordt ingeoogst, dan blijft er voor ziekte geen plaats meer over, dan wordt het rouwkleed afgelegd, dan houdt het wenen op. Daar is de oorzaak van alle geween voor eeuwig weggenomen, is de zonde niet meer, dus ook geen ziekte en geen rouw. Daar zal het lijden des harten en des lichaams zwichten en eeuwige blijdschap op onze hoofden zijn.

Bedroefden naar God, dat is onze toekomst.

(H.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1963

Daniel | 8 Pagina's

Geen zonde, geen wonde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1963

Daniel | 8 Pagina's