Wat dank hebt gij?
(Lukas 12 : 32b)
Het is een goede gewoonte om in de week een dag van afzondering te houden en twee-of driemaal in des Heeren huis te komen om de Heere te erkennen voor al hetgeen Hij schonk in het afgelopen jaar seizoen.
Jongens en meisjes, het is betamelijk ook in onze jeugd met de ouders op te trekken.
Nu zullen jullie zeggen: „Dat kan niet, ik moet leren, diploma zus en zo halen". Geen tijd? Wacht eens even. De Heere had van de j.1. biddag tot de dankdag ook tijd, Goddelijke aandacht, om jullie te onderhouden. God had de tijd om jullie in staat te stellen te leren, door gezondheid en verstand, eten, drinken, kleding, schoeisel enz. te geven, of niet? Ja, maar....!
Luistert nu eerst eens naar 't woord van de Heere Jezus: „wat dank hebt gij? ". In het licht van dit woord, in het hebt van Zijn heerlijke deugden krijgt alles een andere kleur. Dan is er aiepe beschaamdheid, hoogrood kleurt dan ons gelaat, dan is er een wegschamen. Dat wij clan de moed durven te bezitten om met argumenten te komen van (vul ze zelf maar in). Ik stel jullie een vraag.
Is er één avond geweest dat je met een lege maag naar bed moest? Is er één morgen geweest dat je ouders moesten zeggen: „Kinderen, wat erg, ik heb geen eten"?
Jullie antwoord zal zijn: „Neen, dat niet, maar
Hoe is het gegaan toen je ziek was in het afgelopen jaarseizoen? Wat een zorgen, bidden om beter te mogen worden.
En nu, Wat dank hebt gij? Ja, maar....!
Moest je in huis blijven omdat er geen kleren waren of schoenen ontbraken? Ja, maar....!
Toen je op school kwam was er iemand om je te onderwijzen. Ja, maar... 's-Avonds vermoeid, maar een heerlijk bed stond te wachten en je mocht een verkwikkende nachtrust ontvangen. Ja, maar....!
Och, houdt maar op, want Zijn goedertierenheden zijn geweldiger dan de baren der zee die zich verheffen in hunne kracht.
Dankdag. Dankdag in Gods Huis en dan moet alles op zij, want God is het waard. Dan, dat geheel andere, wat hart en zinnen streelt, immers:
Iloe vrolijk gaan de stammen op, Naar Sions God gewijde top, Met Isrels acht'bre vaadren. Wat dank hebt gij?
O, die vraag uit Jezus' mond, niemand onttrekke zich.
Ja, maar ik kan niet danken. Gods volk ook niet. Ja, maar ik kan niet bidden. Gods volk ook niet
Maar de eis blijft, of dacht je dat je de mond alleen gekregen hebt om te eten en te drinken? Geen sprake van.
In Psalm 81 staat niet, „Doe Uw mond een kwart open" of „Doe Uw mond half open", neen er staat „Doe Uw mond wijd open".
Wat dank hebt gij?
Jonge vogels hebben twee kostelijke eigenschappen. Als de moedervogel aankomt gaan de bekjes open, ze schreeuwen, piepen. Beschamend voor de mens, beschamend voor de jeugd.
Ik stel jullie weer een vraag. Vragen, smeken, jullie: „Heere door de zonde kan ik niet bidden en danken, ik doe het met de mond maar wilt U het mij leren zoals Gij door de Heilige Geest het Uw volk leert".
Wat dank hebt gij? Het erkennen wat de Heere voor jullie geweest is en blijven wil? O Heere, hoe wordt Uw goedheid ooit volprezen,
Gij doet op aard aan alle scheps'len wel. Beluisteren jullie Zijn weldadigheid, Zijn trouw, Zijn zorg, Zijn liefde in je jeugd? De Heere spreekt ook in daden, Hij wilde zich bemoeien met jullie.
En...., maar...., och...., nu geen tijd? Dat is zonde, grote zonde. Dat je de Heere te voet zou mogen vallen en
zeggen, belijden: „Heere, nu hebt Gij het zo wel gemaakt voor de tijd, maak Uw rijke bemoeienissen nu, uit genade, ook in mijn jonge hart voor de grote eeuwigheid". Dan wordt het in Gods Huis, in het verborgen: „Heere, waar heb ik dit nu alles aan verdiend". Wat dank hebt gij?
Niets, o Heere. Ik heb niets dan schuld, zonde, ellende, vanwege mijn bestaan Zo gij in 't recht wilt treden, o Heere en gadeslaan mijn ongerechtigheden, ach, wie zal dan bestaan? Wat dank hebt gij?
Heere, wat een wonder, dat ik nog komen mag in Uw Huis.
Dan wordt Gij, Heere, met beving, recht kinderlijk gevreesd.
Dan verdwijnen al onze uitvluchten in de zee van Zijn goedertierenheid. Wat dank hebt gij?
Niets, o Heere, niets dan een gebroken hart en een verslagen geest welke Gij nooit meer zult verachten.
Ds. G. Schipaanboord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1963
Daniel | 8 Pagina's