Voor onze lezeressen
Zoals u allen weet hebben we j.1. woensdag onze jaarlijkse contact-middag gehad.
Dank zij een bandrecorder zijn we in staat geweest de hele vergadering op een bandje op te nemen.
We zijn er van overtuigd, dat velen, die deze middag niet konden komen, graag iets over deze middag willen lezen.
Het was weer een heel prettige en nuttige middag. Ruim 75 dames waren aanwezig. Jammer dat verschillende verenigingen niet konden komen wegens verkoopmiddag. We zullen proberen volgend jaar, bij leven en welzijn, de datum heel vroeg bekend te maken.
We zullen nu het openingswoord van ds. Rijksen plaatsen. De volgende keer het referaat van mevrouw Kirpestein over: De Psychologie van de Moeder.
Het was een stukje uit de practijk. Vooral de moeders hebben hier zeer zeker wat van kunnen leren, en de jonge meisjes als toekomstige moeders.
Natuurlijk krijgt u ook nog het verslag van de reis naar Israël, maar we dachten dat u het prettig zou vinden eerst het verslag van de vergadering te lezen.
Namens het bestuur,
M. F. Hardon-Kieviet Schelluinse Vliet 89, Gorinchem.
Contact-middag van de Bond van Meisjes-en Vrouwenverenigingen gehouden te Utrecht op 17 oktober.
De voorzitter, ds. H. Rijksen opende deze vergadering, waar afgevaardigden uit alle oorden van ons land waren samengekomen, met te laten zingen: s. 119 : 53:
Uw Woord is mij een lamp uoor mijueu i; oet, Mijn pad ten licht om 't donker op te klaren.
Hij las vervolgens Hebr. 11 : 1—16 en ging voor in gebed. Vervolgens sprak onze voorzitter: amens ons hoofdbestuur van onze Bond roep ik u gaarne een hartelijk welkom toe.
U weet, dat deze jaarlijkse contact-middag wordt gehouden om de huishoudelijke zaken van onze Bond te bespreken en vooral in de rondvraag verschillende zaken naar voren te brengen, gedachten en suggesties ook, van ieder van u, waarvan wij allen kunnen leren, wat ten goede kan komen voor de arbeid van onze plaatselijke verenigingen. En daarom is het onze hartelijke wens, dat wij deze middag in aangenaamheid mogen samenzijn, en dat wij mogen bezig zijn tot welzijn van onze bond en plaatselijke verenigingen. En bovenal moge de Heere zich ons in ons persoonlijk leven rijkelijk verheerlijken.
Ik heb u voorgelezen uit de Hebreeën-brief en daar wordt van die aartsvader gezegd: Deze allen zijn in het geloof gestorven, de belofte niet verkregen hebbende, maar hebben ze van verre gezien en geloofd en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Dat zij gasten en vreemdelingen hier op cle aarde waren, staat hier. Ja, dat hebben zij beleden met hun woorden, maar ook met hun daden.
Dat hebben zij beleden met hun woorden. Ik denk aan Abraham, die van de zonen van Heth een stuk grond wilde kopen om daar zijn vrouw Sara te begraven. Toen zei hij tegen de zonen van Heth; Ik ben een vreemdeling en bijwoner bij u. En toen Jacob voorgesteld werd door Jozef aan de Farao van Egypte en Farao aan Jacob vroeg, hoe oud hij wel was, antwoordde Jacob: De jaren van de dagen mijner vreemdelingschappen op deze wereld zijn 130 jaar.
Dus hebben de aartsvaders met hun woorden beleden, dat zij vreemdelingen op aarde waren. Maar ze hebben het ook met heel hun leven beleden, want die aartsvaders woonden niet in vaste woningen, zij bouwden geen stad, zoals Kaïn, ze woonden in tenten. En als we dan het leven van Abraham nagaan, zien we dat Abraham maar trok. Hij heeft het land Kanaan in alle richtingen doorkruist en overal bleef hij maar kort. Het is of een onrust hem voortdrijft. In het leven van Abraham is iets, van wat we van de Heere Jezus lezen: De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet, waar hij het hoofd op neer legge.
Die aartsvaders waren dus vreemdelingen op aarde. Dat hebben ze beleden met hun woorden en met hun daden; met heel hun leven. Dat wil niet zeggen, dat zij het aardse verachtten; dat alles van deze wereld hen niet interesseerde. Want dat is niet schriftuurlijk. Gods Woord leert ons geen wereldmijding, geen wereldverachting, want dat zou een afwijzing zijn van onze verantwoordelijkheid. Wij moeten altijd maar goed er aan denken: de beste hemelburgers zijn ook de beste aardeburgers. Want zij zien ook hun aardse taak, hun van 's Heeren wege opgelegd. En zij zijn daar trouw in. Zij weten van geen wereld verachting en wereld mijding om hun verantwoordelijkheid af te wijzen. Zo is het ook met de aartsvaders niet. Zij hebben niet het aardse afgewezen, want zij waren gasten, staat er, gasten en vreemdelingen. Een gast weet heus wel te waarderen, wat hem voorgezet wordt, en hij kan er ook blij mee zijn. Alleen.. hij blijft gast. Al is zo'n gast dertig dagen bij u in huis, hij blijft gast; hij wordt geen inwoner, geen huisgenoot.
Zo waren de aartsvaders gasten en vreemdelingen op de aarde. En mijn vriendinnen, dit is nu de ware levenshouding. De ware levenshouding om een gast en vreemdeling te zijn op de aarde, valt vooral tegenwoordig niet mee. Want we leven in een tijd, waarin het zelden zo goed is geweest op de wereld als nu. Een tijd, waarin dit leven ons bijzonder veel comfort biedt als nooit te voren. Veel mensen hebben het tegenwoordig erg goed en we krijgen ieder jaar een beetje meer. Dan kunt u dit weer en dan dat weer eens kopen. Over het algemeen hebben we het dus hier erg goed, en dan lijkt het heel moeilijk om op deze wereld een vreemdeling te zijn. En toch leert de Heere dit door Zijn genade.
Ik heb wel eens gezegd: Als je een keer goed gekerkt hebt, wordt je een vreemdeling op de wereld. Want als we een keer goed kerken, dat wil zeggen, dat het Woord door de Heilige Geest ingaat in ons hart, dan wordt ons het schijn schone van deze wereld getoond; van heel deze wereld zonder God. Daar tegenover staan de onvergankelijke schatten van dat eeuwig Koninkrijk. Dan ga je je'een vreemdeling op deze wereld voelen; dan zie je je eigen ongeluk, dat zo groot is, dat je nooit meer ergens vergenoeging in kunt vinden. Dan komt er op je leven te staan: „Nergens thuis."
Nergens thuis; hier in de wereld geen blijvende vergenoeging en de hemel boven je gesloten. En dit duurt tot je rust voor je ziel mag vinden bij Hem, Die een vreemdeling op deze wereld wilde worden, Die niets had waar Hij het hoofd op neer kon leggen.
Ja, dit is nu zo nodig, dat die ene vreemdeling tot de andere Vreemdeling mag komen, tot die grote Vreemdeling. En dat er dan door de Heilige Geest een band wordt gelegd met die Vreemdeling Jezus Christus. Een band die van bovenaf wordt gelegd en nooit meer kan worden verbroken, ja, die van boven steeds weer wordt aangehaald. Dan worden we een vreemdeling op deze wereld. Niet dat we dan onze verantwoordelijkheid afwijzen, niet dat we dan het aardse gaan verachten, want we blijven ook hier gast. En als een gast mogen wij de weldaden waarderen, die de Heere ons hier in onze vreemdelingschap biedt. En daar mogen we blij mee zijn ook, maar we blijven gast, wij blijven vreemdeling.
En nu kan ik u nooit beter toewensen, dat wij zulk een gast en vreemdeling mogen zijn op deze aarde en dat daarvan ons hele leven doortrokken moge zijn. Dat dat onze levensrichting moge zijn, want zulke vreemdelingen zijn gelukkige mensen. We lezen: God schaamt zich niet hun God genaamd te worden. Hij wil hen terzijde staan in 't strijdperk van dit leven.
Hij schaamt zich niet hun God genaamd te worden, want er staat: Hij had hun een stad bereid. Dit is het duidelijkst bewijs, dat God zich voor die vreemdelingen niet schaamt. Hij heeft zich een stad bereid, waar Hij eeuwig met hen wil samenwonen, want dan verhuizen die vreemdelingen straks uit de tent naar de stad. Daarom zei ik: Wij kunnen elkaar nooit beter toewensen, dan dat we gast en vreemdeling op deze aarde mogen worden. Hij, Die de hemel verliet om deze aarde te winnen, kan ons door Zijn Geest zulk een vreemdeling op deze wereld maken. Dan zijn we gelukkig, want God schaamt zich niet om onze God genoemd te worden en dan heeft hij voor de zulken een stad bereid.
Wij willen met deze woorden de vergadering voor verklaren. geopend
Hierna krijgt eerst de secretaresse gelegenheid de notulen van de vorige contact-middag voor te lezen, welke onveranderd worden goedgekeurd.
Nu staat op de agenda, zegt onze voorzitter, de rondvraag. Hierbij worden de moeilijkheden en mogelijkheden van de verschillende verenigingen naar voren gebracht, maar eerst wil ds. Rijksen enkele mededelingen doen.
Allereerst over de statuten en het reglement van onze Bond. Onze Bond heeft deze wel, maar zij zijn verouderd. Daarom moeten er nieuwe komen. Nu hebben wij een concept reglement gemaakt. Dit op deze vergadering voor te lezen zou ondoenlijk zijn, daarom zullen deze worden gestencild en aan elke vereniging worden toegezonden. U kunt ze dan op de verenigingsavond artikel voor artikel bespreken en uw op-of aanmerkingen binnen drie maanden opzenden aan onze secretaresse.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1963
Daniel | 8 Pagina's