Heilzaam Tegengif.
Dr. P. Geyl: „Oranje en Stuart. 1641—1672". Palladium Paperback 9. Uitgave van de Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. te Zeist, Van Loghum Slaterus' Uitgeversmaatschappij N.V. te Arnhem en de N.V. Standaard Boekhandel te Antwerpen, 1963. 404 bladzijs, in stijf omslag f 10, 90.
Professor Geyl's „Oranje en Stuart" is een boek dat in onze historische literatuur een belangrijke plaats inneemt, een werk van invloed, dat niet weg te denken valt. Bovendien neemt het een belangrijke plaats in schrijvers eigen omvangrijk oeuvre in; het is een studie waarmee schrijver zelf biezonder ingenomen is.
De eerste druk ervan verscheen in 1939, nadat een gedeelte van de stof reeds eerder in de vorm van tijdschriftbijdragen gepubliceerd was. Het kwam als lijvig boekwerk uit, en in de loop der jaren werd het uitgesproken moeilijk om, ook antikwarisch, er een eksemplaar van te bemachtigen. De tweede druk — als paperback — is daarom welkom. Hij is in hoofdzaak aan de vorige gelijk, alleen zijn enkele stilistische verbeteringen aangebracht, is hier en daar iets duidelijker uitgedrukt, en zijn ook enkele vergissingen hersteld.
Hoofdtema van het boek is dat de band Oranje-Stuart, gelegd door het bekende kinderhuwelijk van 1641, voor ons land een ramp geweest is die ook na de dood van de betrokkenen heeft doorgewerkt. Professor Sneller heeft destijds Professor Geyl vooringenomenheid verweten bij het schrijven van dit werk. Men zou uit deze uitspraak kunnen konkluderen dat er van opzettelijk verdraaien van de feiten sprake is. Die gevolgtrekking zou echter onrechtvaardig zijn. Geyl is in deze studie wel eenzijdig, kras eenzijdig zelfs, maar toch te goeder trouw. De vreugde van de man die iets ontdekt heeft speelt hem parten. De Stedendwinger heeft soms wonderlijk gemanoeuvreerd ter wille van zijn dynastieke plannen. Geyl heeft dat overtuigend aangetoond. Nu ziet hij echter die verbintenis Oranje-Stuart haast als bron van alle moeilijkheden en van alle rampen die de Republiek gedurende de hele zeventiende eeuw heeft ondervonden of die haar gedurende die tijd getroffen hebben, en dat gaat te ver. Op vele plaatsen van zijn boek is dan ook zeer beslist een ander oordeel, een andere interpretatie van de feiten mogelijk, al moet men toegeven dat er ook vaak in zijn beschouwingen iets zit. Men kan de aksenten anders leggen, men zal elders willen onderstrepen, maar dat wil nog niet zeggen dat men schrijver dus van kwade trouw verdenken moet. Zijn voorstelling is het gevolg van 't feit dat hij maar weinig, of in het geheel niets voelt van de verplichtingen die de verbonden Nederlanden hadden tegenover het Oranjehuis. Als men daarover anders denkt, ziét men de zaken ook heel anders. Wat niet betekent dat men dan dit zeer terecht bekende werk van Geyl maar ongelezen laten moet, integendeel. Geyl heeft op velerlei gewezen waaraan vóór hem nog te weinig aandacht was besteed. Wat er vöör hem voor 't onderwerp dat hier ter sprake komt geschreven werd, was öök — het moet gekonstateerd — niet vrij te pleiten van eenzijdigheid, maar een eenzijdigheid dan aan de and're kant. Men kan het boek van Geyl het best typeren als een heilzaam tegengif!
De verzorging van de tweede druk geeft aanleiding tot enige kritiek. Het aantal drukfouten is niet ontstellend, maar toch nog vrij groot. Gelukkig zijn het er van 't soort dat elke lezer tamelijk gemakkelijk verbetert, maar ontsieren doen ze wel. Bovenaan op bladzij 40 moet niet „Hoofdstuk I", maar „Hoofdstuk II" staan. Bij de „Noten" is er één keer niet vermeld dat er een ander hoofdstuk komt (bladzij 380: Hoofdstuk V). Biezonder lastig is dat vaak de nummers die verwijzen naar de „noten" in de tekst volkomen in de war zijn, terwijl ze bij de „noten" zelf wél goed zijn aangebracht. Afgezien nog van de last die dit veroorzaakt voor de lezer, maakt het ook een rommelige indruk. Wel niet voor rekening van schrijver zal de stijlfout komen die men aantreft op de binnenzijde van het vooromslag — in regel 5 — waar van „het elan der tijd" gesproken wordt. De namen van de maanden staan in deze druk nog overal met hoofdletter. Ook overigens blijkt de schrijver zijn geschrift niet aangepast te hebben aan de voorschriften van onze hedendaagse spelling. Maar dit bezwaar is niet onoverkomelijk.
Het is te hopen dat dit boek ook in zijn nieuwe vorm weer vele lezers vinden zal. Laat het eenzijdig zijn, het heeft zijn nut bewezen, en zal voor velen nog zeer nuttig kunnen zijn. Tenslotte hoort de schrijver ervan tot die weinige auteurs van wie men, ook waar men het moeilijk met hen eens kan zijn, toch altijd heel wat leert!
J. Kwekkeboom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1963
Daniel | 8 Pagina's