Psalm 23
De Heere is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden: Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.
Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om zijns Naams wil.
Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij.
Gij richt de tafel toe voor mijn aangezzicht, tegenover mijn tegenpartij ders;
Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens, en ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte van dagen.
In deze psalm zien wij, dat David zich de zaligheid van een oprecht kind Gods voor ogen stelt, en dit doet hij als de overpeinzingen van een schaap in eenvoudige woorden vertolkt. Deze psalm heeft niet alleen een diepe betekenis voor ons, maar ook voor herders.
We verplaatsen onze gedachten naar een oude schaapherder. Fernando D. Alfonso heet hij, en woont in het Baskenland. Hij was een patriarch in een gilde waarvan de tradities en de geheimen van generatie op generatie waren overgegeven. Hij was vol van de legende, de mysteriën, en het godsdienstig vuur van het heuvelland waar hij geboren was.
We zien ons in gedachten op een avond bij hem zitten onder de heldere sterrenhemel, terwijl zijn schapen voor de nacht waren ondergebracht naast een glinsterend meertje.
Opeens begint hij plotseling een heel betoog in een mengelmoes van Grieks en Baskisch, en als hij klaar is vragen wij hem wat hij nu gezegd had.
Als antwoord reciteerde hij Psalm 23, en zo krijgen wij te horen hoe een oude herder deze psalm uitlegt.
Het dagelijks zeggen van deze psalm vervult de schaapherder met eerbied voor zijn beroep.
Het is ons bolwerk, als de dagen heet of stormachtig zijn, als de nachten donker zijn of als de wilde dieren onze kudden bedreigen.
Vele van de regels geven de eenvoudige plichten en behoefte aan, zoals die bestonden en nog bestaan voor een herder in het Heilige Land ca. 6000 jaar geleden, maar ook nu nog.
Zin voor zin heeft het een niet mis te verstane betekenis voor ons.
De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.
Schapen voelen instinctief, zei D. Alfonso dat de Herder, voordat ze gekooid zijn voor de nacht, al weet waar ze de volgende dag zullen grazen.
Misschien zal hij ze over dezelfde heuvelrug mee terugnemen. Het kan ook zijn dat hij naar nieuwe weidegrond zal gaan. Zij maken zich geen zorgen. Zijn leiding is altijd goed geweest, en ze hebben vertrouwen in de toekomst, omdat ze weten dat hij hun welzijn op het oog heeft.
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden.
Schapen grazen van ongeveer half vier 's morgens tot een uur of tien. Dan gaan ze drie of vier uur liggen uitrusten. Als ze vredig kunnen herkauwen, weet de herder dat ze er vet van worden.
Daarom begint een ervaren herder in de vroege morgenuren met zijn kudde op de ruige gronden, en naarmate de ochtend verstrijkt gaat hij naar de rijkere, vettere gedeelten, om voor de middag op prachtig groene grond in de schaduw te zijn, de beste weidegrond van de dag.
Schapen die in zulke gunstige omstandigheden kunnen rusten, voelen zich tevreden.
Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.
Iedere herder weet, zei de Bask, dat schapen niet uit stromend water drinken. Hoog in de heuvels van het Heilig Land zijn veel kleine bronnen, waarvan het water door de dalen naar beneden stroomt om alleen maar te verdampen onder de hete woestijnzon.
Hoewel de schapen het water nodig hebben, zullen ze niet uit deze snelle stroompjes drinken. De herder moet een plaats vinden waar door rotsformaties een poeltje is ontstaan, of anders maakt hij met zijn handen een dijkje waarachter zich minstens een emmer vol water kan verzamelen.
Hij verkwikt mijne ziel: Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om Zijns Naams wil.
In het Heilige Land zoekt elk schaap 's morgens een plaats in de grazende kudde en houdt die de hele dag, maar één keer per dag gaat elk schaap van zijn plaats om bij de herder te komen. Waarop die zijn hand uitstrekt en de neus en oren van het dier streelt, zijn hals kriebelt en vriendelijk in zijn oor praat. Intussen wrijft het schaap zich tegen zijn benen, of, als de herder op dat ogenblik zit, knabbelt het aan zijn oor en wrijft zijn wang tegen zijn gezicht.
Na zo een paar minuten bij de baas te zijn geweest gaat het schaap terug naar zijn plaats in de grazende rij.
Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen want Gij zijt met mij, Uw stok en uw staf die vertroosten mij.
Er is werkelijk een Dal van diepe duisternis in Palestina. Het ligt ten zuiden van de weg die van Jeruzalem over Jericho naar de Dode Zee voert, en het is een smalle kloof door een bergrug. In verband met het klimaat en de toestand van de weidegronden moeten de schapen elk jaar bij de wisseling van de seizoenen door dat dal geleid worden.
Het is 7 km lang. De opgaande wanden zijn hier en daar meer dan 450 meter hoog, terwijl het beneden maar drie of vier meter breed is.
Een tocht door het dal is gevaarlijk, omdat er spleten van wel 2 meter diep in de weg zitten.
Op vele plaatsen is er zo weinig ruimte op de vaste rotsgrond, dat een schaap zich niet kan omdraaien, en het is dan ook een ongeschreven regel onder de herders dat de heengaande kudden in de ochtenduren door de vallei moeten, en de terugggaande kudden tegen de avond, opdat ze elkaar niet tegen komen in de kloof.
Halverwege de kloof gaat het voetpad van links naar rechts op een plek waar het doorkruist wordt door een ruim 2 meter diepe spleet.
De ene zijde van de spleet is ongeveer 50 cm hoger dan de andere, zodat de schapen er overheen moeten springen. De herder staat bij deze spleet en lokt en dwingt de schapen om de sprong te maken.
Als er een dier uitglijdt en in de sleuf belandt, komt de herderstaf eraan te pas.
De ouderwetse krul past om de nek van een groot schaap, of om de borst van een klein schaap en zo wordt het dier naar de veilige kant getild. Als de krul modern, dus smaller is dan wordt het schaap bij de hoeven naar boven getrokken. In de schaduw van het ravijn zwerven veel wilde honden op zoek naar prooi. De herder weet zijn staf behendig te werpen en gebruikt hem als wapen. Zo weten de schapen dat ze zelfs in het Dal van diepe Duisternis niets te vrezen hebben want hun meester is er om ze te beschermen.
Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartij ders.
Het is niet moeilijk te begrijpen wat David bedoelde zei D. Alfonso, als men iets weet van de weidegronden in het Heilige Land.
Er groeit een groot aantal giftige planten, die voor een grazend dier de dood betekenen.
Ieder voorjaar opnieuw moet de herder voortdurend op zijn hoede zijn. Als hij de planten vindt, neemt hij zijn houweel en loopt voor de kudde uit om alle stengels en wortels die hij ziet, uit te graven.
De uitgegraven planten legt hij op kleine stenen brandstapels, (waarvan sommige al in dagen van het Oude Testament door
de herders zijn gebouwd) en de volgende dag zijn ze droog genoeg om te branden. Als de grond vrij van giftige planten is worden de schapen erheen gebracht en terwijl hun plantaardige vijanden vlak bij zijn, kunnen zij vredig eten.
Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.
Bij elke schaapskooi staat een grote aarden schaal met olijfolie, en een hoge kruik met water.
Als de schapen binnenkomen voor de nacht, worden ze naar een poortje geleid.
De herder legt zijn staf boven langs het poortje net boven de rug van zijn dieren.
Telkens als er een schaap langs komt kijkt hij vlug naar doorns in de ogen dit tengevolge van stof of door beschadiging. Als hij ongerechtigheden vindt, laat hij de stok op de rug van het schaap rusten en het doet een stap opzij.
Van elk schaap worden de wonden zorgvuldig gereinigd. Dan doopt de herder zijn hand in de olijfolie en smeert de pijnlijke plek in. Een grote beker wordt in de waterkruik gedoopt, die koel blijft door verdamping in het ongeglazuurde aardewerk, en komt weer boven, nooit half maar altijd tot de rand toe vol.
Het schaap steekt zijn neus in het water tot aan de ogen, als die ontstoken zijn, en drinkt tot het volkomen is opgefrist. Als alle schapen rustig zijn, zo besluit deze oude herder zijn verklaring, zet de herder zijn staf binnen zijn bereik voor het
geval hij hem 's nachts nodig mocht hebben.
Dan wikkelt hij zich in zijn wollen mantel, en gaat dwars voor de poort liggen en valt zo in slaap.
En daarom zou een schaap na al de zorg en bescherming die het van de herder heeft gekregen, heel goed in de schemering de gevoelens kunnen hebben die door David onder woorden zijn gebracht.
Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens, en ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte van dagen.
Gij zalft mijn hoofd; Gij doet mijn blijdschap groeien En van Uw heil mijn beker overvloeien. Het zalig goed, mij door Uw gunst gegeven. Verlaat mij niet, maar volgt mij al mijn leven; Zodat ik in het heilig huis des HEEREN, Een lange reeks van dagen, blijf verkeren.
Geachte aanwezigen,
Naar aanleiding van dit onderwerp wat vermeld stond in het programma werd mij een vertaling van Psalm 23 uit de Indiaanse Bijbel in het Nederlands ter hand gesteld.
Aangezien deze Psalm geschreven is voor de roodhuiden en aangepast aan hun levenswijze en omstandigheden, is hij in andere bewoordingen opgesteld dan de Nederlandse vertaling. Bij nadere bestudering van deze Psalm trof mij ten zeerste de diepe geestelijke strekking hiervan, en maakte op mij een grote indruk.
Ik kan en mag er echter geen geestelijke verklaring aan toevoegen in dit onderwerp aangezien dit niet tot mijn bevoegdheid behoort.
Nu lees ik U deze psalm voor en de toepassing kunt U dan zelf maken.
Psalm 23 in de Indiaanse vertaling. De grote Vader daarboven is mijn Herder en met Hem ontbreekt mij niets. Hij werpt mij een koord toe en de naam van dit koord is liefde en Hij trekt mij daarheen, waar het gras groen is en het water niet gevaarlijk en ik eet en ga verzadigd nederliggen.
Soms is mijn hart zwak en het bezwijkt, maar Hij richt mij weer op en trekt mij op de goede weg. Zijn Naam is Wonderbaarlijk.
Te eniger tijd, het kan korter of langer duren, het kan over héél lange tijd zijn, zal Hij mij op een plaats tussen de bergen trekken.
Het is donker, maar ik zal niet weerstreven. Ik zal niet vrezen, want het is daar tussen die bergen, dat de opperste Herder mij zal ontmoeten en de honger, die ik in dit hele leven heb gevoeld, zal gestild worden. Soms maakt Hij het liefdekoord tot een zweep, maar daarna geeft Hij mij een staf om op te leunen.
Hij dekt de tafel voor mij met alle soorten voedsel. Hij legt Zijn hand op mijn hoofd en alle vermoeidheid is over. Hij vult mijn beker tot zij overvloeit.
Wat ik U zeg is waar, ik lieg niet. Deze wegen, die voor mij liggen, zal ik mijn gehele leven blijven zien en daarna zal ik ingaan in de grote Tent, om altijd bij de opperste Herder te zijn. Amen.
(Bovenstaand onderwerp werd ingeleid op de onlangs gehouden Kontaktavond te Gouda door een der leden van de Studievereniging „Tolle Lege" te Gouda).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1963
Daniel | 8 Pagina's