De nieuwe psalmberijming.
De lezers van „Daniël" moet het met mij toch wel opvallen, dunkt me, dat ik voor deze rubriek zoveel brieven krijg uit het westen van het land, meer speciaal nog uit Zeeland. Kom, waar blijven onze vrienden uit het oosten? Daar zijn toch ook grote Ger. Gemeentes en naar ik aanneem, ook veel abonnees van ons blad? De brief, die nu voor me ligt, komt weer uit Zeeland en wel uit Grijpskerke.
De schrijver valt meteen maar met de deur in huis door te zeggen: ik ben tegen deze nieuwe berijming. Ik zal u ook schrijven waarom.
„Hij is veel minder dan de berijming van 1773. Allereerst de inhoud. Te veel om op te noemen. U noemt ps. 2 : 4, ps. 22, ps. 62, ps. 83 : 4, ps. 100 : 3, ps. 87 : 1. Van harte mee eens. Over ps. 42 : 1 wil ik een kleine opmerking maken. U schrijft: aar is de nieuwe vertaling aangehouden, maar in 't Hebreeuws schijnt, dat er werkelijk van een vrouwelijk hert gesproken wordt, dan is daar toch geen bezwaar tegen? (Nee, natuurlijk niet, maar ik ken geen Hebreeuws en heb dus alleen maar vergeleken met de Bijbel. Gesprek. 1.) Neen, ps. 42 : 1 vind ik nog zo gek niet. Dan over ps. 31 : 12: n Uwe hand zijn mijne tijden, zingen wij. U schrijft: n de nieuwe berijming vindt men hier niets van terug. Er staat: aar ik mag schuilen in Uw hoede. Ja, maar leest u nog even verder: n Uwe hand, o God, Is heel mijn levenslot. Niet zo mooi, maar toch wel ongeveer goed weergegeven.
Dan schrijft u: n de Herv. en Ger. Kerken worden ze gezongen. Er komt, naar ik meen, ook van al die kerken veel kritiek op. Wist u, dat we dan moeten zingen in ps. 75 : 4: od verhoogd de mensen niet. Want het is de bedoeling, dat we het dan ritmisch zingen. Er staat: od verhoogd, de mensen niet, maar men mag niet even rusten voor die komma bij het ritmisch zingen. (Maar dan zal „verhoogd" ook met een t geschreven moeten worden. Gespr. 1.) Dan ps. 105 : 11
Water werd bloed, met witten lijven Kwamen de vissen boven drijven.
Water werd niet zo maar bloed, in de Bijbel staat: od sprak. (Akkoord, maar als schoolkinderen de tien plagen opzeggen, zeggen zo ook: ater werd bloed en in de beschrijving lees ik ook in Exodus 7 : 20: en al het water in de rivier werd in bloed veranderd." Ik geloof, dat we daar geen bezwaar tegen kunnen hebben Gespr. 1.)
Dan ps. 116 : 2: ood scheen zijn banden om mij heen te slaan. Hier wordt de dood als een persoon voorgesteld. De Bijbel spreekt over de dood.
Waarom zoveel veranderd in deze nieuwe berijming? (niets verbeterd).
Een enkel voorbeeld. Ps. 42 : 3: art onrustig, vol van zorgen Vleugellam geslagen ziel. enz. Verbeterd? Meer naar de tekst? Nee,
Verbeterd? Meer naar de tekst? Nee, daar valt niet veel aan te verbeteren, want het staat letterlijk zo in de tekst. Hetzelfde geldt van ps. 65 : 2. Daar valt niets aan te verbeteren, want het staat letterlijk zo in cle tekst.
Hetzelfde geldt van ps. 130 ook, behalve dan de laatste regel, maar dat laten we juist weer staan. Het is beter zo:
Hij hoort naar uw gebeden, God blijft Zijn volk nabij. Van ongerechtigheden Maakt Hij Zijn Isrel vrij.
Ps. 84 is niet goed verdeeld. Vindt u ps. 73 mooi?
Deze berijming is nooit aanvaardbaar voor ons. En dan de Naam, er wordt mee gesold. Dan is het Heer, dan weer Here. Laat het in een berijming maar Heer zijn, anders krijg je dit:
Geeft aan de Heer, alle geslachten, Geeft aan de Here lof en krachten.
en
Brengt aan de Heer met reine handen, Breng aan de Here offranden. (Proeve ps. 96 : 3 en 4).
(Dit is een kwestie van ritme. Gespr. 1.)
Neen, ik ben niet tegen vernieuwing van de taal, maar laten ze het dan goed doen, d.w.z. naar het Woord van God.
Ps. 116 b.v. zo:
1. God heb ik lief, want Hij die trouwe Heer, hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen. Hij neigt Zijn oor, 'k roep tot Hem al mijn dagen. Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.
2. Reeds deed de dood mijn hart van angst vergaan, zijn felle greep had mij geheel omgeven; Het dodenrijk bedreigde reeds mijn leven, maar 'k riep in nood de Naam des Heren aan.
3. Ach, werd door U mijn leven toch gered. Toen hoorde God, de Heer was mij genadig; De Heer is groot, rechtvaardig en milddadig; Ja, onze God ontfermt zich op 't gebed.
4. Hij is het, die eenvoudigen bewaart. Ik was verzwakt, maar Hij vernam mijn bede.
Keer nu tot rust, mijn ziel, hervindt Uw vrede; Gij zijt verlost, Zijn trouw heeft u gespaard. (Ps. 116 : 1—4)
Ik voel veel meer voor de Psalmen van Hasper, die stukken beter zijn dan de Proeve. Waarom die niet beproefd? De Proeve hoop ik nooit te zingen, al zijn er wel enige mooie verzen bij. Er valt nog veel meer van te zeggen, maar ik wil nu eindigen. De Proeve beproefd, gewogen en te licht bevonden, " aldus onze vriend uit Grijpskerke.
Hartelijk bedankt voor uw brief, ook voor de eigen weergave van ps. 116 : 1 —4 al zou ik voor dodenrijk een ander woord gezocht hebben en Heren met twee e's hebben geschreven.
De volgende brief komt al weer uit Zeeland, om nauwkeurig te zijn uit Middelburg.
Schrijver „wenste van harte, dat meer en meer het standpunt van onze vriend in Spijkenisse onder ons groeide, (zie „Daniël" van 2 aug.) In het gewone leven spreken we wel van „verandering van spijze doet eten." Wat betreft de orde van de dienst moeten wij beslist niet zo angstvallig doen. „Gods Woord horen" is niet gebonden aan: Ten eerste, ten tweede enz. enz.
Wanneer de schrijver het heeft over de grondslagen van de eredienst, dan valt de gemeentezang daar m.i. beslist niet buiten. Zijn Naam aanroepen doen we ook in ons zingen. Wanneer God Zijn Woord ons verklaart door een predikant, spreekt als het ware God tot de gemeente. De gemeente spreekt tot God door haar predikant in het gebed, maar ook in haar zingen. De lofzang klimt uit Zions zalen tot U enz.
Eerlang gedenkt hieraan het wereldrond; Haast wendt het zich tot God met hart en mond, En waar men ooit de wildste volken vond Zal God ontvangen Aanbidding, eer en dankb're lofgezangen.
De gemeentezang val dus m.i. niet buiten, maar is een wezenlijk onderdeel van de eredienst, evenals het gebruik
der sacramenten en de dienst der offeranden."
De rest van de brief gaat over onderwerpen buiten het in diskussie-zijnde.
Ook deze schrijver hartelijk dank. Op één ding wil ik nog graag even wijzen. In „Daniël" van 2 aug. heb ik de diskussie afgebroken, omdat we buiten ons onderderp gingen. We waren n.1. terecht gekomen bij de eredienst. Daar onze Middelburgse vriend er nu weer over begint, slechts een enkel woord: Het ging in de genoemde „Daniël" niet om het feit, of er al of niet psalmen in de eredienst hoorden, het ging om de grondslagen van de eredienst. En wat dat betreft gaat het in de eredienst om het spreken Gods en bm het horen van de gemeente: „Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God." Dit is het antwoord op de vraag: „Hoe zullen zij geloven, indien hun niet gepredikt wordt? " vraagt Paulus in Rom. 10. Dat is de Reformatorische grondslag. Zie ook Zondag 38. Dit sluit natuurlijk niet het gezang der gemeente uit en dan ben ik het verder met schrijver eens, al is het ook bekend, dat Zwingli alle kerkgezang, ook psalmgezang, uit de eredienst gehouden heeft. Luther en Calvijn dachten daar anders over.
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1963
Daniel | 8 Pagina's