JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het hervonden Wetboek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het hervonden Wetboek

5 minuten leestijd

Het geschiedde nu, als de koning de woorden des Wetboeks hoorde, dat hij zijn klederen scheurde. (2 Kon. 22 : 11)

De geschiedenis waarvan onze tekst een deel is, speelt zich af in het rijk der twee stammen onder de Godvruchtige Koning Josia. Hoe wonderlijk was Gods weg. De vrome Hiskia had een zeer goddeloze zoon Manasse, die, tot de tijd dat de Heere hem bekeerde, vreselijke dingen in Juda deed. Helaas, wie nu hoopt dat zijn zoon Amon in de goede lijn zal blijven van zijn vader Manasse nadat deze tot God bekeerd was, wordt teleurgesteld.

Amon deed dat kwaad was in de ogen des Heeren, gelijk Manasse in zijn eerste dagen. Bij een paleis-revolutie verliest Amon het leven. Nu zet het in opstand gekomen volk de achtjarige Josia, de zoon van de goddeloze Amon, op de troon. Wat koi echter verwachten van een jonge ie nogwel aan zo'n hof was grootgebracht. Toch, ja in deze tijd en in een zoon uit zulke ouders verheerlijkt de Heere Zijn genade. In het achtste jaar zijner regering begon hij de God van zijn vader David te zoeken en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de afgoden te zuiveren. Daarna werd de tempel des Heeren weer gereinigd en hersteld. Bij het reinigen van de tempel vond de Hogepriester Hilkia het Wetboek weer. Het was het Wetboek dat door Mozes geschreven was en bewaard moest worden aan de zijde van de ark en waarvan de Koning van Israël een afschrift bij zich moest hebben. Dat Wetboek was vergeten.

Langzaamaan was Gods Wet niet alleen naar de inhoud maar zelfs naar de vorm vergeten. Safan, de secretaris van de Koning, ziet het grote belang van dit Wetboek voor Israël en geeft daarom van een en ander kennis aan de Koning. Nu leest de jonge Koning voor het eerst weer de eigenlijke Wet, door God aan Israël gegeven. De Wet, welke het hele leven van Israël, godsdienstig en burgerlijk moest leiden. We vragen ons af hoe het mogelijk is dat de Wet in Israël verloren is gegaan en pas nu, onder Josia, weer gevonden wordt. Och, de geschiedenis herhaalt zich. De kracht der Wet sleet uit het hart van het volk. Valse godsdienst, vreemde priesters, doodse rust deed hen de inzettingen des Heeren vergeten en weldra is dan ook het Woord vergeten.

Zo was het ook vóór de Hervorming. Waar was Gods Woord? Niet meer onder het volk. Zelfs niet meer onder de zogenaamde geestelijken. Want Luther had al wat afgeworsteld in het klooster eer hij van een vriend de raad kreeg eens in de Bijbel te lezen. De roomse kerk had het volk losgemaakt van het Woord met de bedoeling het steeds meer aan de „geestelijkheid" te binden. En had Rome nu zelf de leer der Schrift maar bewaard. Maar weldra preekte men een andere weg ter zaligheid dan Jezus Christus en Die alleen.

Ja, na enkele eeuwen was zelfs de Bijbel niet meer te vinden bij Rome dan hier en daar onder het stof binnen de muren van het klooster. God heeft echter nog gedachten des vredes over Europa gehad. En wij mochten weer gedenken hoe de Schrift door Luther weer werd gevonden. Hoe kort hebben de kerken van Klein-Azië zich maar verheugd in het Licht. Wij mogen bijna vier en een halve eeuw later deze dag nog met blijde dankbaarheid gedenken. Laat het ons dan een wonder zijn en laat het ons uit de lauwheid waarmede wij zo dikwijls bevangen zijn, doen ontwaken. Het waarachtige Licht schijnt nu. De gevaren die ons omringen zijn groot. Rome dringt op. Het Christelijk volksdeel is op de terugtocht. Langzaam maar zeker wordt de invloed die de Schrift na de reformatie kreeg op ons volksdeel minder.

Josia ontroerde toen hem de Schrift werd voorgelezen. Hij dacht misschien wel al heel wat gedaan te hebben, maar toen hij de Schrift las, zag hij pas aan het begin te zijn. Zo moeten wij ook ieder persoonlijk in contact komen met de Schrift. Want bij velen van ons is het als bij Israël en in de dagen vóór de

Hervorming. De Schrift is hier en daar nog wel maar wie gebruikt hem als zijn levenskompas? Wie scheurt het hart bij het lezen van de Schrift? Ja, het is nodig dat het Woord ons aan onze ontzettende staat buiten God ontdekt. Maar ook dat het Woord ons doet wederkeren van onze zondige wegen.

•Opdat wij mogen zeggen: wij komen tot U gevloden, hoor toch de stem van mijn gebed. Weet U, Heere, voor mij nog een middel om van mijn zonde verlost en weer in Uw gemeenschap hersteld te worden? Dan zal dat Woord ons niet ledig laten maar nadat wij met Luther de smart van het gemis van God hebben doorleefd, ook de zalige geheimen der verlossing ontsluiten.

Dan zal dat Woord ook ons, kinderen der Reformatie kracht geven om staande te blijven in de aanstaande nood. En zal alleen het Woord onze sterkte zijn, als — wat God echter genadiglijk verhoedde — de tijden komen van vervolging onder Rome, welke samenspant met het communistisch beest, ons kracht geven om in de gemeenschap met de strijdende kerk in de dagen van Luther, te zingen:

Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken, Beef Satan, Hij die ons geleidt Zal u de vaan doen strijken. Delf vrouw en kind'ren 't graf, Neem goed en bhed ons af, Het brengt u geen gewin. Wij gaan ten hemel in en erven Koninkrijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1963

Daniel | 8 Pagina's

Het hervonden Wetboek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1963

Daniel | 8 Pagina's