De nieuwe psalmberijming.
Voor mij ligt een brief over dit onderwerp van een dame. Het gebeurt zelden, dat ook zij zich in de diskussie mengen. We hopen, dat meerdere dames dit voorbeeld zullen volgen.
De brief is afkomstig uit Leiden en heeft deze inhoud: „Het zij mij vergund ook mijn gedachten te uiten over de nieuwe psalmberijming, cloor sommigen nodig geacht. Het allernodigste, vooral in deze geestelijk schrale tijd, is de inwoning en lering des Heiligen Geestes, die in alle waarheid, dus ook in de psalmen leidt, zoals de Heere Jezus de Emmaüsgangers deed; dan zullen we nooit zeggen, dat een psalmvers zo weinig zegt.
Nu begin ik eerst met psalm 1. Waarom hebben sommigen bezwaar tegen het pad der deugd? Als we de eerste hoofdstukken van Spreuken ernaast leggen, dan valt alle bezwaar weg. Daarin toch lezen wij van het pad der oprechten; dat is welgebaand en in het pad der gerechtigheid is het leven en in haar voetpad is cle dood niet. Ook roept de Heere Zijn volk tot heerlijkheid en deugd, zoals de apostel Petrus ons leert. En Paulus vermaant Gods volk: „Zo daar enige deugd en zo daar enige lof is, bedenkt clat." Het kan dus een deugdelijk pad genoemd worden, waarop een dwaze niet zal dwalen.
Nu lees ik, dat ps. 2 te lang is. (Een van de briefschrijvers heeft het daarover gehad. Gespr.1.) Waarom moet die ingekort worden? Die nodige inlassingen zijn juist zo leerzaam. (Zie „Daniël van vrijdag 21 juni 1963. Gespr.1.) Als kind, hoewel onbekend, trof me meermalen deze psalm en er mag, dunkt mij, geen woord uit. Neem nu eens: „Hij zal op de weg uit cle beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen." En door invulling krijgen we nu het heerlijke vers:
Hij zal op weg eens uit de beken drinken$ Daar Hij gevaar, noch moeit' noch strijd ontziet. Daarom zal Hij het hoofd naar boven stteken, Met eer bekroond in 't god'lijk rijksgebied.
Ps. 89 : 21 toont ons ook zo'n leerzame en aangename inlassing: Ik heb David, mijn knecht, gevonden; met mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd." En berijmd is het: En hem met heil'ge zalf aan Mij en 't rijk verbonden."
En Ps. 119 is een kunststuk. Dus hoop ik, dat wij deze psalmbundel houden en als aansluiting op goede preken moge dienen. En niet te vlug en ook niet te langzaam gezongen worden. Geve de Heere heil in Sion, aan Israël Zijn heerlijkheid."
Briefschrijfster, hartelijk dank voor deze brief.
Onze Goudse vriend zal wel gemerkt hebben, dat dit schrijven ingegeven werd naar aanleiding van zijn brief, opgenomen in „Daniël" no. 25 van vrijdag 21 juni 1963. Een reaktie van hem zal ons welkom zijn.
De volgende brief komt uit Zeeland uit St. Filipsland.
Schrijver merkt op, dat aan de nieuwe berijming ook de „Remonstrantse broederschap" heeft meegewerkt. „Het remonstrantisme werd dus niet uitgesloten bij de verzorging van de eredienst. Is dat in de lijn van Dordt? Men kan kwalijk zeggen van: a! Het remonstrantisme is met de vrijzinnigheid sinds het midden van de vorige eeuw tot op heden wel zeer sterk verbonden. De vraag is dus omtrent de Godheid van Christus, door de kerk aller eeuwen beleden. (Matth. 16 : 16).
Ps. 45 : 4: angbare berijming: God, uw God heeft mild u overgoten met vreugdezalf.
Nieuwe berijming: Dus heeft u boven allen God gewijd, O vorst, met olie, die het hart verblijdt." Dat dit op Christus ziet, wordt ons verklaard in Hebr. 1 . 8, 9. Christus wordt van God tot vorst (met kleine letter). En tussen God en vorst is verschil. In ps. 45 : 3 heeft de nieuwste berijming: w troon, o Heer, ... Maar we weten wel, dat dat „Heer" nog geen erkentenis der Godheid behoeft te beduiden. Temeer daar ook de gangbare berijming daar heeft: o God, " en cle tekst: Uw troon, o God". Neen, er is in cle nieuwe berijming geen erkentenis van Christus' Godheid, alhoewel in Hebr. 1 nog nadrukkelijk wordt gezegd, clat het in ps. 45 gaat om de grootheid van de Zoon Gods! Evenzo ps. 110 n. berijming: De Here God heeft tot mijn heer gesproken." (heer met kleine letter). Hier is kennelijk aan geen Godheid van Christus te denken. De eerste persoon, „de Here God" is dus wél God, Christus niet. Eren wij zo de Koning der kerk? Eigenaardige eredienst! Ps. 143 : 10: . ber.: Uw goede geest". Gangbar ber.: Uw goede Geest. Hier wordt de Godheid van de H. Geest ontkend. Zeker, in ps. 104 : 8 lezen we in de
n. ber. , , d' adem van uw Geest'. Heeft men hier wel bedoeld de Godheid van de H. Geest te erkennen? Maar dit is juist „cle Geest Zijns monds (ps. 33 : 6) Ook Datheen heeft „geest" (met kleine letter) in ps. 33 : 3 en ps. 140 : 10. Maar niet in ps. 110 „heer" doch „Heere" en ps. 45 niet „o vorst" maar „o God."
Ps. 68 : 1 spreekt van Gods „woede." De heidenen dienden Wodan = woedende. Gangbare berijming: De Heer zal opstaan tot den strijd." Hier is geen sprake van de „woede" van God. Dit woordgebruik lijkt een heidense infiltratie. Ook is het niet meer: Die door de vlakke velden rijdt", maar „Die spoorslags op de wolken rijdt" en „clie de hemelen doorkruist" (vers 10). Vreemd.
Ps. 102 verhoogt ook de eerbied niet.
„Argelóos ging ik mijn wegen, Plotseling kwam God mij tegen"
Argeloos, d.i. onschuldig, geen kwaad denken, te goeder trouw! Het lijkt wel de verrassing van een wandelaar door een kwaadwillige. Dit is geen stijl in een psalmboek!
Dan, wat ook zo nauw met de Waarheid te maken heeft, de leer der Borggerechtigheid. Zo schoon bezongen in ps. 40. Nader verklaard in Hebr. 10 : 5 t.m. 10. „Uw wet in 't binnenst ingewand" = ongeschonden gehouden, voorafgebeeld door de wetstafelen, geborgen in de ark! Wat is daarvan overgebleven in ps. 40 : 3 van de nieuwe berijming? Is dit allemaal verantwoord? Wij zoeken het nauw uit omdat het gaat
om de ere Gods! Het gaat niet om de samenvoeging der zingenden in uiterlijke eenheid.
In ps. 2 is „Zoon" vervangen door „zoon", terwijl de „Stichting" zichzelve in „Woord vooraf" steeds een hoofdletter toekent! Kust, eerbiedigt toch de Zoon!
Ik heb andere voorbeelden genomen, niet omdat ik uw voorbeelden niet goed vind, maar die hebben de lezers (lezeressen) reeds in „Daniël" gelezen.
Zeer terecht merkt u op, dat wij in zo'n dynamische wereld leven. Mogen wij dan leven met de bede: „Heer, ai maak mij Uw wegen, Door Uw woord en Geest bekend, " op de lippen.
De nieuwe berijming is wat het ritme betreft, beter. Maar gaat het zingen, de muziek, ons boven de inhoud?
Gezien dit alles lijkt het mij niet verantwoord, cle nieuwe psalmberijming in de Geref. Gemeenten in te voeren. Deze verandering is geen verbetering.
Alles woelt hier om verand'ring. Laten wij ons dan vastklampen aan die Rots der Eeuwen, die eeuwig Dezelfde blijft. Dan zullen wij niet als een stuurloos schip heen en weer geslingerd worden op deze woelige levenszee. Wanneer wij de grote Stuurman aan boord hebben, zal ons schip de behouden haven binnenlopen. Hij zal ons voeren door een nacht, hoe zwart, hoe dicht, tot in 't eeuwig licht!"
Hartelijk dank. Onze vriend uit Doetinchem (zie , Daniël" no. 2 van vrijdag 2 augustus 1963) vindt in deze brief wel iets van zijn gading. Hij wilde beide berijmingen met elkaar vergeleken zien en van commentaar voorzien. Dat is in deze brief gebeurd en dat geschiedt ook nog in een brief, die tot de volgende keer moet blijven liggen.
Ik verwacht brieven van lezers, die het met de meningen in de twee gepubliceerde brieven niet eens zijn. Inzenden aan dhr. H. Hoogendoorn te Gouda. In de linkerbovenhoek van de enveloppe het woord „Diskussiehoek".
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1963
Daniel | 8 Pagina's