JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De invloed van Schwartz

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De invloed van Schwartz

4 minuten leestijd

Het is een heel warme junimorgen van het jaar 1786. Drie engelse officieren zitten onder de veranda van een huis in de koelte, en nog puffen ze van de warmte. Twee hindoejongens moeten met een waaier de engelsen wat verkoeling aanbrengen. Een eindje van hen af rijst de berg van Tanjour op. Maar nog dichter bij hen staat de kerk. Plechtig klinkt gezang door de muren heen.

„Het is bidstond, " zegt een jonge officier spottend. „Schwartz houdt godsdienstoefening met de zonen van Mars." (soldaten).

„Zo moet je niet spreken, " zegt een oudere officier. „Dat bevalt me niet. Ik ben ontevreden over mezelf dat ik hier zit. Ik moest ook in de kerk zitten. Ik ben dat mijn ziel schuldig, maar ook de heer Schwartz. Wat zouden we zijn in Tanjour als hij er niet was? "

Er komt geen antwoord. De jonge officieren halen hun schouders op.

„Ik kan verder terugdenken dan jullie. Ik weet nog goed dat men hier de zendeling niet kende. In die tijd had een houthakker beter leven dan een officier. De bende van Korach uit de Bijbel was nog mak bij de bende onder de engelse militairen. Het was een wonder dat men de tering niet kreeg van ergernis. Nu moet je onze troepen eens zien. je kent ze niet meer. Wanneer moeten we nu straffen? Is er geen goede geest, geen orde en tucht? Hoe heet onze oppercommandant? "

„Stuart!" zeggen de jonge officieren tegelijk.

„Volstrekt niet, " zegt de oudere officier met hardere stem. „Onze oppercommandant heet Schwartz. De gehele ommekeer en vernieuwing hebben we aan die man te danken. Wie niet geloven wil dat er nog wonderen in de wereld gebeuren, moet maar eens naar Tanjour komen en het garnizoen bekijken. Onze commandant weet dat heel goed en weet het ook te waarderen. Zien jullie de werklui daar bezig naast de kerk? "

De officieren kijken even op.

„Ze maken het dak van de nieuwe school. Dat gebouw is de dank van overste Stuart voor de vele diensten, die Schwartz hem bewezen heeft."

Plotseling houdt het gesprek op. De officieren en de hindoejongens kijken met verbazing naar de straat. Daar trekt een menigte mensen voorbij, schreeuwend en tierend. Ze zijn beladen met pakken en zakken. Ze verlaten de stad en velen zullen nog volgen.

De officieren kijken elkander bedenkelijk aan. „Wat moet dat worden? Als dat zo doorgaat, houdt de rajah geen mens meer over in de stad. Dan kan hij niemand het vel meer over de oren trekken."

„Het is al ellende met die rajah. Zijn leven is tragisch. Tweemaal wou hij al een christen worden, maar telkens is hij teruggedeinsd."

En de oudste officier gaat verder: „Nu is de verharding over hem gekomen. Na de plotselinge dood van zijn enige zoon, de troonopvolger, schijnt zijn verstand wel verduisterd te zijn. Nadien kwamen nog verscheidene sterfgevallen in zijn familie voor."

De jonge officieren luisteren aandachtiger.

„Nu zit hij eenzaam in zijn paleis, nu het oude vuur van dronkenschap en wellust is gedoofd. Een slaaf van de hebzucht is hij en daar weten de ministers munt uit te slaan. Die ministers, het zijn bloedzuigers, het zijn schelmen. Ze vullen hun zakken door te speculeren op cle hartstocht van de koning. Het volk wordt wanhopig en vlucht voor deze vilders weg. Het wil rustig wonen onder een rechtvaardig bestuur. Weten jullie wel, clat er al zestigduizend in wanhoop op de vlucht zijn gegaan? "

Op deze vraag krijgt de officier geen antwoord, want eensklaps roept één van de jonge officieren: „Daar komt Schwartz! Hij gaat naar het paleis. Dat staat vast. Wat zal dat betekenen? Zou de man Gods nog een laatste poging wagen met cle rajah? "

„Ik denk, dat de dagen van de rajah geteld zijn. De maat van zijn zonden is vol." Dat zegt de oudste, en hij gaat verder: „Onze regering kan niet langer werkeloos toezien. Zij wil de rampzalige gevolgen van dit wanbestuur niet nog erger hebben."

„Zou je denken? "

„Vast! Het gaat ernst worden. Arme rajah!" Niet lang daarna stond de zendeling voor rajah Tolossi. Het gesprek was ernstig. „Als u uw ministers niet ontslaat, moet u het ergste maar vrezen, " sprak Schwartz met klem.

De rajah keek bezorgd vóór zich en zei met doffe stem: „Het gaat niet. Ik kan niet meer terug."

De zendeling had medelijden met de man. Bewogen sprak hij: „Ga dan verder op uw weg en u zult de vruchten oogsten van hetgeen u zaait. Ik zal echter niet ophouden voor u te bidden."

Toen liet Schwartz de rajah alleen achter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1963

Daniel | 8 Pagina's

De invloed van Schwartz

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1963

Daniel | 8 Pagina's