Een bladzijde voor en van onze jeugd
Uit het leven en lijden der Waldenzen (IX)
Dan zitten ze weer peinzend voor zich uit te staren. Plotseling worden ze opgeschi'ikt door het geluid van mensenstemmen: ook horen ze dat hun ezel buiten de tent wild met zijn poten op de harde sneeuw stampt. Hubert vliegt op om te zien wat er buiten aan de hand is. Hij ziet een oude boer met een jongen, die de ezel proberen te kalmeren en hem mee willen nemen om hem een warme stal te geven. Maar de ezel verzet zich zodanig en briest zo hard, dat de oude boer hem los moet laten. Maar dan bemerkt hij Hubert tussen de met sneeuw bedekte takken van een grote boom. „Jongeling", zegt hij, „wat doet gij hier in deze koude en eenzaamheid? " „Wel", zegt Hubert, „we zijn arme reizigers en zijn in het bos verdwaald, daarom hebben we hier een soort tent gemaakt om ons enigszins te beschutten tegen de koude van de nacht." „Ge zegt, we, " herneemt de boer, „ben je dan niet alleen? " Dan laat Hubert de oude man in de tent, waarin Gabriëlle wacht. De boer wordt erg ontroerd als hij de dode lichamen ziet, die daar op de koude grond liggen. Zonder een woord te zeggen vraagt hij als 't ware met zijn ogen aan Hubert, wat dit alles betekent. Nu vertelt Hubert in korte trekken hun droeve geschiedenis en het doel van hun reis. De boer stapt daarop naar buiten en stuurt de jongen, z'n kleinzoon, om een paar mannen om de gestorvenen naar het dorp te brengen. Als hij weer binnen is zegt hij: „Kinderen, gij hebt het niet geweten, maar als jullie gisteren nog een half uurtje doorgelopen hadden, zouden jullie in het dorp La Cime geweest zijn, dit dorpje ligt op het grondgebied van de gravin De Jeanvilliers." Terwijl ze wachten op de komst van de mannen uit het dorp, vertelt de boer uit zijn leven, hoe hij vroeger ook had moeten vluchten voor de wrede Roomsen en na veel opgejaagde omzwervingen eindelijk een schuilplaats had gevonden in het gebergte en nu woont op één van de boerderijen van de gravin De Jeanvilliers, die, hoewel ze rooms is, een afkeer aan vervolgingen heeft. Nu moet de boer ophouden, want z'n kleinzoon keert terug met enige mannen uit La Cime. Vlug wordt een draagbaar van takken gemaakt, waarop men dekens en kledingstukken legt, dan worden de dode lichamen er eerbiedig opgelegd en begeeft de kleine stoet zich naar La Cime. Bij de woning van de oude boer worden Gabriëlle en Hubert door de boerin hartelijk ontvangen. De oude vrouw maakt een lekker warm maal voor hen klaar, waar ze allebei van opknappen en dan moeten ze gaan rusten. Gabriëlle kan echter, hoewel ze het beter heeft dan in vorige nachten, geen oog dicht doen door haar grote verdriet.....
De volgende morgen wordt een graf gegraven, beter gezegd gehakt, in de harde bevroren grond. Blanche en Beauvoisin en de kleine Henri worden er eerbiedig ingelegd. De boer spreekt tot de wenende kinderen een hartelijk woord en dan gaan ze bedroefd terug in huis. Bedroefd, maar toch verheugd dat ze weten waar hun moeder en broertje rusten.
's Avonds spreken de kinderen er over om de volgende dag verder te reizen naar La Fléchère, maar de oude boer en zijn vrouw willen daar niets van horen. „Ge zijt nu van uw gezelschap verwijderd en daardoor zijn de gevaren groter, dan die ge al doorstaan hebt, " spreekt de boer. 't Is voor Hubert en zijn zuster niet gemakkelijk een besluit te nemen, want aan de ene kant lokt het hen wel om enige tijd bij de vriendelijke mensen te blijven, maar aan de andere kant trekt hun hart naar La Fléchère om daar iets van vader en verdere familieleden te horen of hen te ontmoeten. Voor Hubert is de beslissing te zwaar, daarom neemt de Heere een besluit, want als Hubert de volgende morgen zijn zuster wil wekken heeft ze zware koorts. Ze kunnen niet verder want Gabriëlle kan onmogelijk het bed verlaten.
(Wordt vervolgd)
Zo Wim, op het ogenblik heb ik geen werk meer van je. Stuur je me gauw een vervolg, want we zijn ontzettend benieuwd, hoe of het met Gabriëlle en Hubert afloopt.
De vorige keer heb ik gevraagd waar Corry van Fraassen ergens in Nederland woonde. Gelukkig weet ik het nu, want Corry heeft me gauw een leuke brief geschreven. Bedankt hoor Corry, als ik eens in Waarde moet zijn kom ik zeker bij jullie op de koffie. Je hebt me mooie gedichten gestuurd, ik plaats er nu weer één van je; 't is te lang voor één keer, dus nu de eerste zes coupletten en de volgende maal de laatste vijf.
De paarden
In 't Zuiden, in Zuid Beveland, Waar over alle dijken, Waar dicht over de waterkant De nevel-diepten wijken,
Waar zich tot aan de horizon De regelrechte lanen, Zover, zover ik volgen kan, Een schemerdoortocht banen,
Heb ik in 't vergeelde gras; In wat alom verdorde In wat alom verschrompeld was, De zomer oud zien worden.
Het dun gemunte lindeblad, Terzijde bij de gevels, Het hoge loof der olmen, dat Nog opstak uit de nevels.
De verten, die men vlammend zag, In avondlandse verven, 't Hing alles in de late dag, Een schone dood te sterven.
Maar op de akker lag de grond, Alweer in voren open, De landman zag men haastig rond Zijn wachtend ploegspan lopen.
Jan Prins.
Nu komt er ook weer eens een opstel over een gedeelte van de vaderlandse geschiedenis. Er staat boven:
De twaalfjarige bevelhebber
In 1590 trok Parma op bevel van Filips II naar Frankrijk om het gezag van de koning, dat daar erg wankel stond te handhaven en te versterken. Parma had het gedaan, maar met de gedachte: Nu komt het keerpunt, nu gaan de „ketters" winnen en Spanje verliezen.
Parma kreeg gelijk. Prins Maurits kwam in actie en veroverde de steden Breda (1590), Zutfen, Deventer, Delfzijl, Hulst, Nijmegen (1591), Steenwijk en Coevorden (1592). Nu sloeg Maurits het beleg om Geertruidenberg, een belangrijke vestingstad. Bij deze stad lag het dorp Raamsdonk, dat geheel in de vestingwerken lag, die de prins had laten opwerpen.
Op zekere dag was Frederik Hendrik op weg naar dat dorp, toen hij een duif op een paal zag zitten en toen hij scherper toekeek bemerkte hij dat het dier een gewonde vleugel had. Hij pakte het dier op en streelde het over de gewonde vleugel en bemerkte dat er enige strookjes papier onder zaten. Haastig liep hij met zijn vondst naar het kamp terug en gaf ze aan zijn broer Maurits, die ze dadelijk ging ontcijferen, wat ongeveer een kwartier duurde, doordat de lettertjes zeer klein waren. Maar na dat kwartier zei de prins tegen Frederik Hendrik; „We weten door jouw daad een plan van de Spanjaarden om ons te verdrijven. Het luidt: „De graaf van Mansveld moet met zijn troepen optrekken langs een hier nauwkeurig beschreven weg en Geertruidenberg ontzetten. Verder is er ook bijgeschreven dat de kerktoren van Geertruidenberg als seintoren zal gebruikt worden." „Maar", zei Frederik Hendrik, „het kan dat er meer duiven zijn gezonden met hetzelfde bericht en dat men het in de stad toch ook weet."
„We zullen zien, " zei de prins en ging overleg plegen met zijn officieren. Die nacht werd er alarm geblazen, maar het was een loos alarm, want Prins Maurits wilde alleen maar weten wat er op de kerktoren zou gebeuren. Het duurde niet lang of men zag dat er van de toren geseind werd. Maurits gaf nu bevel deze toren te bombarderen. In de stad begreep men nu dat de prins van hun plannen op de hoogte was. Enige dagen later stond Frederik Hendrik met enige officieren in de nabijheid van de stad de omgeving te verkennen, omdat ze graag een voorstelling wilden hebben van het terrein waar een mogelijke veldslag met Mansveld, die toch doorzette, zou kunnen plaats hebben. Opeens zei de 12-jarige Frederik Hendrik: „Heer officier? " „Ja, Hoogheid" „Als we ons nu eens meester konden maken van gindse schans, vergis ik me niet, dan loopt deze door tot aan de stad." „Een uitnemende gedachte, Hoogheid, " antwoordde de aangesproken officier, „laten we het aan de Prins voorstellen."
(Wordt vervolgd)
Gert van Stempvoort - Veenendaal.
Jammer Gert, dat het er niet in eens in kan. Volgende keer de rest. Onze bladzijde is vol. Allen hartelijk gegroet.
C. de Bode, Dirksland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1963
Daniel | 8 Pagina's