Droeve en blijde dagen
Hyder Ali was niet meer. Zijn zoon volgde hem op en deze moest nu de strijd voortzetten en het leger aanvoeren. Dat viel hem erg tegen; hij was niet zo'n bekwaam aanvoerder als zijn vader was geweest. Het gevolg was dan ook, dat hij in de slag werd verslagen en er al spoedig vrede moest worden gesloten.
Langzaamaan kwam er nu verandering. De geslagen wonden moesten geheeld en cle vluchtelingen konden weer naar hun haardsteden terug keren. Zo zag Schwartz zijn verstrooide gemeente weer aangroeien. Helaas, die gesneuveld waren konden niet meer komen; ook niet degene, die door de hongersnood waren omgekomen of die aan besmettelijke ziekten waren bezweken. Er bleven veel lege plaatsen in de gemeente open.
En hoe was het met cle overgeblevenen? Hadden die hun geloof behouden te midden van de verwarde oorlogstoestand? Tot grote vreugde van de zendeling zag hij, dat vele leden door de drukkende omstandigheden tot het geloof waren gekomen en dat anderen in hun geloof werden versterkt. De oorlog had dus eensdeels veel kwaad gesticht, maar anderdeels vruchten van bekering voortgebracht.
Als de vrede is getekend, komen er in de regel naweeën van de oorlog. Dat ondervond Schwartz. Tijdens de oorlogsjaren had hij zich voorbeeldig gehouden. Niets was hem teveel geweest; dag en nacht had hij vaak gewerkt. Hij was ook ziek geworden, maar werd ook weer beter. Nu echter werd hij aangegrepen door een ernstige ziekte, erger dan tijdens de oorlog. Het ergste werd gevreesd. Ook Schwartz zelf dacht, dat hij van deze ziekte niet meer zou opstaan. Zijn trouwe dienaar Jozef hoorde tot zijn ontsteltenis de laatste wilsbeschikkingen van de zendeling. Nu zou er geen genezing meer verwacht worden. En toch, Schwartz herstelde. Als het uur van sterven nog niet is aangebroken, kan het er wel heel slecht voorstaan, maar nog komt het einde niet. Heel langzaam kwamen de krachten terug, en zachtjesaan ook de begeerte om aan het werk te gaan.
De engelse stadhouder Sullivan, die al veel voor de zendeling had gedaan, moest naar Marawerland en bij die reis had hij een tolk nodig. Wie zou daarvoor beter kunnen dienen dan Schwartz? Deze bewilligde in het verzoek van de stadhouder en reisde mee. Tijdens die reis herstelde de zendeling helemaal en de verloren krachten kreeg hij weer terug. Maaier was nog meer. Onderweg sprak hij veel met Sullivan. Er werd ook een plan besproken om hier en daar in het land engelse scholen te stichten. Die scholen zouden ook heidenkinderen mogen bezoeken en zodoende zouden die in aanraking komen met het christendom. Zaait aan alle wateren, dat stond Schwartz geregeld voor ogen. Na de terugkeer uit Marawerland werd het plan ten uitvoer gebracht. Sullivan had grote invloed en weldra werden op verscheidene plaatsen scholen gebouwd, tot grote vreugde van cle zendeling. Ook zag hij spoedig met grote blijdschap dat heidenkinderen de school bezochten. Weldra ging daarvan een gezegende invloed uit. Met eigen ogen mocht Schwartz aanschouwen, dat velen hun afgoden verlieten. De ouders kwamen door middel van hun kinderen onder de invloed van het evangelie en begeerden de doop te mogen ontvangen.
Ondertussen was er nieuw leven gekomen in cle provincie Tinnewelly. Klarinda, cle vroegere heidense vrouw, die niet zo onberispelijk van levenswandel was geweest, zat in haar stad niet stil. Zij was naar Tanjour gereisd om Schwartz te verzoeken arbeiders te zenden. De zendeling was toen niet thuis en daarom werd Klarinda naar Tranquebar gestuurd. Vandaar kon ze twee inboorling-onderwijzers meenemen. Dat gebeurde, maar na enige tijd zag men, clat die twee mannen niet voor hun werk geschikt waren. Nu zond cle ijverige vrouw nog een verzoek naar Tanjour. Schwartz zond nu twee onderwijzers met veel ervaring naar Palamkotta. Dat ging beter. Toen cleze na enige tijd verslag kwamen uitbrengen, waaruit Schwartz opmaakte dat het goed ging, zond hij zijn beste vriend Sattianaden naar Klarinda.
In juni 1785 kwam deze vriend met gunstige berichten naar Tanjour. In Palamkotta was men zeer dankbaar voor de ontvangen hulp. Grotendeels op eigen kosten had Klarinda een nieuwe kerk laten bouwen, en nu was haar vurige wens, clat Schwartz die in gebruik kwam nemen.
Dit verzoek kon Schwartz niet afwijzen. In augustus van datzelfde jaar reisde hij naar Palamkotta. In het huis van Klarinda nam hij zijn intrek. Wat werden het aangename dagen, niet alleen voor de zendeling, maar ook voor heel de gemeente. Van de omliggende plaatsen kwamen verzoeken tot hem: „Kom tot ons en laat ons ook uw aangezicht zien."
Vele plaatsen werden bezocht en het was voor cle zendeling alsof cle krachten van zijn jeugd terug keerden. En toch kon hij niet in Palamkotta blijven. Tanjour, het grote centrum van de zending, trok hem. Daar moest hij weer heen. Het afscheid viel zwaar, en om de mensen enigszins te troosten, liet hij zijn trouwe vriend Sattianaden in de stad, niet voor een tijd, maar voorgoed. Nu kon hier ook een vast bolwerk worden aangelegd, om van daaruit aanslagen te doen op het rijk van de vorst der duisternis.
In Palamkotta wist men haast zeker, dat Schwartz voor het laatst in hun midden was geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1963
Daniel | 8 Pagina's