JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een redder in nood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een redder in nood

5 minuten leestijd

De eerste steen van het kerkgebouw was wel gelegd, maar het bouwen schoot niet op; vooral niet, nu de oorlog weer woedde. Hyder Ali, die bedrogen was, ging zich wreken. Zo vaak was Schwartz langs de plaats gegaan waar het kerkgebouw moest komen, maar slechts het fondament lag er en van de verdere opbouw kwam voorlopig niets. Er was wel wat geld, maar dat was veel te weinig voor het bekostigen van het hele gebouw. Schwartz bracht die nood aan de troon van Gods genade, maar als antwoord ontving hij telkens deze woorden: „Mijn uur is nog niet gekomen." De zendeling bevindt zich in zijn kamer. Hij zoekt naar een boek. Hij weet niet waar hij het heeft gelegd en dan zoekt men op plaatsen waar toch onmogelijk het verlorene kan zijn. In een donkere hoek van de kamer stoot zijn voet tegen een kist. „Dat is waar ook; daar heb ik nooit meer aan gedacht, " zegt Schwartz bij zichzelf. De kist wordt geopend en in het schemerdonker fonkelt het van goud!

Het duurt nu niet lang of de zendeling staat met prachtige kleren in zijn handen. Die kleren zijn met goud doorweven. Schwartz gaat dichter bij het raam staan om des te beter te kunnen zien. Hoe mooi is dat!

„Dat zijn de statiekleren van Rajah Tolossi, " spreekt Schwartz harop. „Dat ik daar nooit meer aan heb gedacht!" Jaren geleden had Schwartz deze kleren, met goud gestikt, van de rajah gekregen. Tolossi won de zendeling belonen, omdat deze hem zo trouw als tolk had gediend. Het spreekt vanzelf, dat Schwartz deze kleren nooit had gedragen; hij had ze opgeborgen en nooit meer naar gekeken. Maar nu! Het gezicht van de zendeling straalt van blijdschap. Lachend zegt hij: „Jullie zult mij helpen een kerk te bouwen."

Voor een hoge prijs werden de statiekleren verkocht en nu was het wachten ten einde. Al vrij vlug kwamen de werklui en het gebouw werd bij de dag groter. Met vlijt werd gebouwd, terwijl buiten de stad de oorlog zijn verwoestende werking uitoefende.

Geldzorgen waren er niet meer. Tijdens de bouw was de kas niet leeg. Integendeel, er kwamen geregeld giften bij.

Plechtig werd het gebouw in gebruik genomen, tot grote vreugde van Schwartz en van de gemeente.

Het gebouw was behoorlijk groot, maar toch bleek het spoedig te klein te zijn. De gemeente was ondertussen uitgebreid en vele militairen bezochten de bijeenkomsten, daar het kerkgebouw binnen de vesting was gelegen.

Een tweede kerkgebouw zou er moeten komen, maar dan buiten de stad. Dat was de wens van de zendeling. En die wens werd vervuld. Van alle kanten kreeg hij steun en zo kon na betrekkelijk korte tijd een nieuwe kerk in gebruik genomen worden, een kerkgebouw buiten de vesting, voor cle tamoelische gemeente.

Geen wonder, dat men Schwartz ging vergelijken met Salomo, die voor twee grote gebouwen had zorg gedragen: de tempel en zijn eigen paleis.

Ondertussen woedde cle oorlog voort. De ruiters van Hyder Ali rukten op tot voor de poorten van Madras. Overal kwam verwoesting en ellende. De akkers bleven onbezaaid, want niemand durfde het land te bewerken, en zo het al bewerkt werd, dan zou de opbrengst voor de vijand zijn.

Tanjour betaalde ook een zware tol aan de oorlog. Velen verlieten cle stad, omdat het einde van de strijd vooreerst niet in zicht was. Hongersnood was de poorten van Tanjour binnen geslopen en honderden stierven van gebrek en door een tekort aan de nodigste voedingsmiddelen.

Zendeling Schwartz had van de vijand niets te duchten. Hyder Ali had zijn manschappen bevel gegeven de zendeling geen kwaad te doen. Ongehinderd mocht de zendeling uiten ingaan. Schawrtz stond bij Hyder Ali hoog aangeschreven. Met alle eerbied moest men hem bejegenen, want de zendeling was een heilige man, zei de vorst, en hij zou geen schade toebrengen aan de regering van Hyder Ali. Dat had Schwartz aan het bezoek te danken, dat hij brengen moest aan de gevreesde man.

Niettemin leed Schwartz onder al de ellende, die zijn volk moest overkomen. Hij was een herder en zou een herder niet treuren als hij ziet dat de kudde verstrooid wordt? De zendeling zou doen wat hij kon om de ellende enigszins te matigen.

Zie hem daar staan in de deur van zijn huis in de vroege morgen! De zendeling is een eerbiedwaardige grijsaard geworden. En deze grijsaard staat brood uit te delen aan de hongerigen. Hij had de oorlog aan zien komen en had, als Jozef in Egypte, voor voedsel gezorgd. In de goedkope tijd had hij rijst opgekocht en van alle kanten waren levensmidelen aangekomen. Zodoende waren er volle voorraadschuren, waaruit de bevolking werd gevoed in tijden van grote schaarste. Schwartz was een redder in nood. Wat hadden de mensen veel aan hem te danken!

Mr. Burk, een engelse geheimraad, die een tijdlang in Tanjour was, had de zendeling in zijn doen en laten nauwkeurig gade geslagen. Tegen een zendeling in Tranquebar sprak Burk: „Men zegt, dat de tijd der apostelen voorbij is. Dat is niet zo, want Friedrich Schwartz is in waarheid een apostolisch man."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1963

Daniel | 8 Pagina's

Een redder in nood

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1963

Daniel | 8 Pagina's