Een bladzijde voor en van onze jeugd
Een praatje vooraf
Ja, eindelijk, hier is onze bladzijde weer. Dat is lang geleden, niet waar? Jullie hebben een paar maanden te vergeefs naar onze pagina uitgekeken. Of ik soms ziek ben geweest? Nee hoor, gelukkig niet, maar ik heb het een tijd erg druk gehad, zodat ik echt geen gelegenheid had om onze bladzijde te verzorgen; in de toekomst hoop ik weer trouw op mijn post te zijn. Jullie zijn me toch nog niet vergeten? We gaan nu weer vol goede moed verder en ik reken, als van ouds, ten volle op jullie medewerking. Het spreekt vanzelf dat iedereen mee mag doen. Dus iedere jongen en ieder meisje doet mee; het is nu nog vakantie, dus hebben we tijd genoeg om een briefje of opstel te schrijven. Schrijf maar eens iets over je vakantiebelevenissen. Ik heb jullie ook nog niet verteld, wie de gelukkige winnaars van de prijzen waren van de vragen-serie. De winnaars zelf weten het echter wel, want zij hebben al een boekje toegestuurd gekregen. Iedereen is echter wel nieuwsgierig naar z'n aantal punten. Wanneer er door broertjes of zusjes een boek gewonnen is, dan is dat voor allemaal, want ik heb slecht één boek per gezin gegeven. Hier komen de tien, die 100 punten behaald hebben: Janny v. d. Berg, N. a.d. R.; J. L. Boogert, 'sG.; Albert Goorman, R.; Nico Koning, T.; Mientje Nijsse, C.; Kees Roukema, R.; Piet Verweij, M.; Henk Visscher, G.; Rinus de Witte, N. en Bep Vroegindeweij, S. Deze tien hebben dus alle vragen goed beantwoord, nu, dat is wel een felicitatie waard. Ik had het met de prijzen hierbij kunnen laten; er waren er echter twintig, die maar één klein foutje gemaakt hebben en die heb ik ook een boek gestuurd. Hier zijn de namen: Leen Bosschaart, O. a.d. IJ.; J. Buteyn, St. P.; Jo Brink, IJ; Wim Boone, O; Jannie Hol, G.; Truis Kruitbosch, T.; Piet de Kam, O.; Mattie, Ria en Louis van Keulen, M.; Arie en Sjaan van Lenten, D.; Leen, Flip, Ria en Rinus Markwat, D.; Rietje de Meulmeester, M.; Herman v. d. Noort, R.; Berend v. Olst, G.; Gerrit Roos, Z.; J. M. Sanderse, W.; Piet Terlouw, S.; Frans Timmermans, G.; Dineke Verschoor, G.; Jan Wilbrink, A. en Jan Zuurmond, S.; ook jullie gefeliciteerd. Hebben jullie allen het boekje ontvangen? Het waren allemaal pocket-boekjes, want om dertig dikke boeken te kopen gaf de penningmeester van ons L.V. geen toestemming, dat zou veel te duur worden. Zo'n pocket is echter ook een leuke herinnering. Sommige winnaars stuurden me een briefje van goede ontvangst, dat heb ik zeer op prijs gesteld, dan weet ik tenminste dat het ontvangen is.
Het is wel jammer, maar niet ieder kan een prijsje krijgen; dat is nu eenmaal zo met elke wedstrijd. Ik geef wel even het behaald aantal punten; een volgende keer winnen jullie natuurlijk. Wouter Bos, A. 69; Joke v. d. Ende, B, 69; Janneke Hoogendoorn, W, 98; Rini Jongepier, M, 97; Rie Kaashoek, S, 97; Ferry de Kraker, W, 97; Koos van Lenten, D, 60; Dineke Louwes, M, 98; K.V. „Joas", N.B. 94; Jan Maljaars, S, 98; Jan Paardekooper, O, 97; Jaap en Cor Roozemond, D, 60; Gert van Stempvoort, V, 95; Sien de Visser, K, 59 en Dies Kaashoek, S, 98. Jullie vinden het allen toch wel goed dat ook de heer Boonstoppel uit Rotterdam een mooi boek gekregen heeft? Zo, dit was dan een heel verhaal over de vragen. Over enkele weken beginnen we vol goede moed aan een nieuwe serie.
Nu een mooi gedicht, dat me toegestuurd werd door Corry van Fraassen uit weet ik niet. Op de envelop staat geen afzender en het poststempel is onduidelijk. Waar woon jij ergens in Nederland Corry?
De herderstaf
Ik was nog blond en jong van jaren, Toen ik een sterke, rechte tak Zag wuiven met zijn vlag van blaren, En tot hem op klom, en hem brak.
Ik boog mij zingend tot hem over, Dien kloeke telg van de oude es, En ras verloor hij schors en lover Onder 't knarsen van mijn mes.
Toen heb ik half in droom gesproken: „Ook mij, Heer, bid ik, breek mij af, En ben ik uit Uw kroon gebroken Snijd mij ook tot zo'n schone staf."
Doch nauwelijks had ik dit gebeden, Of plotseling voelde ik aan mijn hart Het vlijmend wee van snee bij sneden, Diep kervend, want dit staal trof hard.
Ik beidde het eind, de pijn bleef duren, Terwijl ik wachtte, werd ik oud. Ja, al die zware, langzame uren Had ik Gods handgreep om mijn hout.
Ook nu nog, maar wie klaagde of morde, Niet ik, wien 't lijden alles gaf. Want onder 't werk zie ik hem worden, Die slanke, gave herdersstaf.
Aart v. d. Leeuw.
Jullie moeten dit gedicht eens enkele keren lezen; ja, ook hard op, dan begrijp je het beter. Vind je het niet mooi? Ons vervolgverhaal, geschreven door Wim Boone is nog niet uit. Reeds zeven maal heeft er een stuk in gestaan. Weten jullie nog waar we gebleven zijn? Zoek de oude „Daniël" dan maar op; jullie bewaren ze toch zeker wel? Dat doe ik ook.
Uit het leven en lijden der Waldenzen (VIII)
Hubert houdt, nadat ook Gabriëlle is gaan slapen, buiten de tent de wacht bij de trouwe ezel en het houtvuurtje. Na een uur hoort hij zijn moeder tegen Gabriëlle zeggen: „Slaapt ge kind? " Hubert gaat nu ook eens in de tent kijken en vraagt: „Hoe is het moeder, voelt U zich al wat beter? " „Ja, jongen, " antwoordt Blanche, „doch ik lig al een poosje wakker...."
En dan begint ze met haar kinderen te praten. Ze zegt hen dat ze misschien niet lang meer zal leven. „Maar moeder, " roept Gabriëlle, „wat zullen we zonder U beginnen? " „Kind, " zegt moeder, „ik zal jullie, als ik weg zal gaan, geheel aan des Heeren zorg toevertrouwen. Hij vergeet zelfs de musjes niet. En nu, kinderen, laat me nog een poosje slapen voor we verder gaan, want ik ben zo moe." Na haar kinderen hartelijk gekust te hebben, slaapt ze weer rustig in....
Gabriëlle kan het in de tent niet langer uithouden en gaat bij Hubert zitten. Zo zitten ze daar samen, de hele nacht, bij het vuur, tot eindelijk de dageraad gloort en het dag wordt. Steeds hoger klimt de zon en nog steeds slaapt moeder. Als de zon al hoog aan de hemel staat worden de kinderen zo onrustig, dat ze samen de tent ingaan om hun moeder te wekken. „Moeder, wordt wakker, zodat we verder kunnen reizen, " zegt Hubert. Maar er komt geen beweging in het daar zo rustig liggende lichaam. „Moeder, moeder, moeten we dan niet verder? " vraagt Hubert. Maar niets verandert. Dan moet Gabriëlle haar moeder maar wakker zien te krijgen. Ze valt op haar knieën en streelt het gelaat van haar moeder. Ze wil net als haar broer haar wekken, maar ze begrijpt het dadelijk; haar moeder is helemaal koud, ze is gestorven.
„O, Hubert", is alles wat ze kan zeggen en met een hevige gil valt ze bewusteloos voorover op het lijk van haar moeder.
Nu staat Hubert helemaal alleen. Voor zijn dode moeder en broertje kan hij niets meer doen, maar nog wel voor zijn zuster. In hun kruik zit nog een beetje wijn. Hij laat hiervan voorzichtig enige druppels tussen Gabriëlle's lippen druppelen, dan wast hij haar polsen en gezicht met frisse sneeuw. Gelukkig ziet hij dat zijn moeite wordt beloond. „O, Hubert, " roept ze uit, „nu zijn we geheel alleen, moeder gestorven en van vader verlaten."
„Zus, " zegt Hubert, „laten we bedenken en geloven wat de dichter van Psalm 27 zegt: mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de Heere zal mij aannemen." Gabriëlle zwijgt en blijft stil voor zich uitstaren. Ook Hubert heeft grote smart over het verlies en hij bidt om hulp en bijstand aan zijn Vader, die in de hemelen is. Eindelijk barst Gabriëlle weer in tranen uit en roept: „Die akelige Roomsen zijn de oorzaak van alle verdriet en ellende, die ons nu omringt." „Zusje", zegt Hubert, „denk aan wat moeder, vader en oom Pascal ons altijd hebben geleerd: Ik zeg u, hebt uw vijanden lief, zegent ze die u vervloeken, doet wel degenen die u haten en bidt voor degenen, die u geweld aandoen en u vervolgen, opdat ge moogt zijn kinderen uws vaders. Voor de Roomsen zelf is het het ergst dat ze ons vervolgen, want ze laden hiermee zulk een ontzettende schuld op zich." Dan zitten ze weer peinzend voor zich uit te staren. Plotseling worden ze opgeschrikt door mensenstemmen.
(Wordt vervolgd)
Zo, dit is het dan weer voor deze keer. Ik moet nu gaan eindigen en dat doe ik dan met de hartelijke groeten aan allen.
C. DE BODE, Pr, Bernhardlaan 27, Dirksland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1963
Daniel | 8 Pagina's