JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De nieuwe psalmberijming.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De nieuwe psalmberijming.

6 minuten leestijd

Eerst een opmerking vooraf. De briefschrijver uit Zoetermeer hartelijk dank voor uw tip voor een nieuw onderweqo. Ik hoop het te zijner tijd in diskussie te brengen.

In de tweede plaats zal de schrijver uit Doetinchem („Daniël" nr. 2 van vrijdag 2 aug.) wel gemerkt hebben, dat onze hoofdredakteur ds. H. Rijksen in „De Saambinder" begonnen is met een bespreking van de verschillende psalmberijmingen, zodat de bezwaren bij genoemde schrijver wel zullen zijn weggenomen.

Ik heb hier de reaktie uit Gouda op de brief uit Doetinchem, opgenomen in „Daniël" nr. 2. Onze Goudse vriend laat het er dus niet bij zitten. Bravo! Hij schrijft: „Inderdaad heb ik een oordeel geveld, zoals de schrijver uit Doetinchem beweert, maar dit geldt slechts de 5 genoemde psalmen, die ik heb vergeleken met de grondtekst (zowel in de Statenvertaling als in de Nieuwe Vertaling). Een oordeel vellen betreffende de gehele nieuwe berijming was juist niet mijn doel. Wel wilde ik daarmee uitdrukken, dat we deze psalmberijming niet zonder meer op zij moeten schuiven, b.v. omdat we de Nieuwe Vertaling afkeuren, en de nieuwe psalmberijming deze heeft gebruikt als grondtekst.

Vervolgens wilde ik graag weten van de schrijver uit Doetinchem, waarom hij beweert dat er „nog veel meer fouten" in de nieuwe psalmberijming zijn te vinden. Berust dit oordeel wel op een degelijke studie door vergelijking van beide berijmingen?

Ik ben wel op de hoogte van de verschillende bezwaren, die in onze kring (en) bestaan t.a.v. de Nieuwe Vertaling. Of ik hier volkomen achter sta, is een andere kwestie, welke niet terzake is. De meeste verschilpunten van de Oude en de Nieuwe Vertaling liggen in het N.T. en zeker niet in de Psalmen. Stel nu, dat er in cle Psalmen nog enkele onjuistheden staan in de Nieuwe Vertaling, is dit dan te merken in de Nieuwe Psalmberijming? Indien de briefschrijver daarvan duidelijke bewijzen vindt, zal ik hem zeer erkentelijk zijn als hij deze wil vermelden. Is het bovendien ook niet zo, dat de in cle Statenvertaling staande psalmen (welke dus zuiver zijn) in de berijming van 1773 soms volkomen onjuist uitgedrukt zijn? Gezien deze punten vond ik het dus niet zo verschrikkelijk belangrijk, welke vertaling gebruikt werd. Het gaat er alleen om, of de psalmen zo dicht mogelijk bij de grondtekst staan. Dit is voor ons als Calvinisten het belangrijkste, de literaire vorm komt op de tweede plaats. Bij Luther niet, en toch bewonderen we zijn „Een vaste burcht is onze God" (een zeer vrije versie van Ps. 46)!

Over het ritmisch zingen slechts enkele woorden. Een behoefte aan ritmisch gezongen psalmen heb ik niet direkt, zeker niet uit zucht naar vernieuwing. De schrijver uit Doetinchem zal met me eens zijn, dat er vaak wel gezongen wordt, zonder dat de inhoud verstaan wordt, (helaas!) De oorzaak daarvan ligt volgens mij gedeeltelijk ook in het zingen. Als Ps. 51 en Ps. 150 precies even vlug (even langzaam) gezongen worden, komt er tenslotte een gedachteloos meezingen in het altijd zelfde ritme; dan gaat het eigen karakter, ook uitgedrukt in het ritme, volkomen verdwijnen. Dit geldt voor al onze psalmen, maar ook voor elke psalm apart."

Geachte vriend, hartelijk dank. En nu is dus Doetinchem weer aan de beurt. We wachten af.

En dan heb ik hier een brief uit Lisse. De brief begint met een „aanval" op de Gouwenaar. Juist, dezelfde als de voorgaande schrijver. Ik lees:

„De onbekende vriend uit Gouda komt

aan het slot van zijn brief over het ritmisch zingen tot de conclusie: „dat we ons beter niet meer op Calvijn konden beroepen als we zijn eredienst ook niet aanvaarden. Zijn eredienst was een wezenlijk onderdeel van zijn leer."

Dit laatste betwijfel ik zeer. Het was toch juist Calvijn, die steeds meer de nadruk legde op het Woord en het Woord alleen, omdat dit Gods Woord is. Volgens dat Woord te leven maakt al het andere daaraan ondergeschikt, ook de liturgie. Wij zingen toch ook: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast. Bovendien, als u Calvijn geheel wilt volgen in zijn eredienst, dan moet u ook de kerkorgels afschaffen, want daar was hij ook tegenstander van.

Wat het ritmisch zingen in de praktijk betreft, daarover schreef onlangs cle bekende ds. Doornebal uit Oene. Hij had in een andere gemeente gepreekt en daar werd ritmisch gezongen; het ging goed, schreef hij; maar.... ze moeten me toch maar eens vertellen hoe je ritmisch kan zingen: O mijn ziel, wat buigt g' u neder. Ik ben het daar van harte mee eens en zou dit wel op alle treurpsalmen willen toepassen. Natuurlijk zingen kan men altijd wel, maar als men zelf, persoonlijk, onder druk en bestrijding leeft, clan is het zo geheel anders, b.v. als men cle klacht van Ps. 42 persoonlijk beleeft.

Wat de „nieuwe" berijming betreft, claar zijn wij volgens mijn mening in de Ger. Gemeenten nog lang niet aan toe. Ook in verschillende andere kerken nog niet.

Is de berijming van 1773 dan helemaal goed? Verre van dat. Persoonlijk zou ik het zeer op prijs stellen als deze verbeterd werden, maar clat zie ik helaas niet gebeuren. Wel zou ik dankbaar zijn als overal in onze Gemeenten de berijming van 1773 zou gebruikt worden, want nu zijn we na de vereniging van 1907 nog steeds een verdeelde schare.

Ofschoon ik niet bij de berijming van Datheen ben opgevoed, ken ik toch tientallen verzen van die berijming uit het hoofd en wij hebben ze thuis ook vaak gezongen, dus ben ik geen vijand van die „oude" psalmen. Ik ben het wel geheel eens met de schrijver uit Oostkapelle, dat aan de oude berijming veel taalkundige fouten kleven; zo erg zelfs, dat het dikwijls geen gewoon Nederlands meer is. Als voorbeeld geef ik het tweede gedeelte van Ps. 68 : 6 weer:

Al is 't dat gij (die algemein Gods volk zijt uit genaad allein) Hier voormaals hebt geleken Dengenen die daar zitten hard Tussen ketels als kolen zwart In oneere versteken.

Datheen heeft deze berijming dan ook in Frankental gemaakt en komt de Duitse taal in zijn woordkeus dan ook heel sterk naar voren.

Hoe veel mooier klinkt datzelfde gedeelte in de berijming van 1773, niet alleen mooier, maar ook in beter Nederlands:

Al laagt g o Isrel als weleer Gebukt bij tichelstenen neer Toen gij uw juk moest dragen En zwart waart door uw dienstbaarheid U is een beter lot bereid Uw heilzon is aan 't clagen.

Ik ben blij, dat ook de oude leden in Oostkapelle nu met genoegen de berijming van 1773 zingen en dat alle gemeenten op Walcheren dit nu doen en hoop maar, dat alle andere gemeenten hen spoedig daarin volgen."

Als post scriptum staat er dan nog onderaan cle brief: In de „nieuwe berijming" is het boven aangehaalde gedeelte uit Ps. 68 : 6 niet te vinden.

Ook deze schrijver uit Lisse hartelijk dank voor zijn bijdrage.

Gesprekleider

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1963

Daniel | 8 Pagina's

De nieuwe psalmberijming.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1963

Daniel | 8 Pagina's