Een vaag, vertekend beeld.
Dr. A. Alberts: „Wilhelmina. Koningin der Nederlanden. Vorstin in oorlog en vrede." Uitgave van J. Philip Kruseman's Uitgeversmij N.V., 's-Gravenhage. 112 blz., geb. ƒ 5, 90.
Dr. Alberts begint zijn boekje over koningin Wilhelmina met de opmerking dat velen het als een hachelijke zaak beschouwen een biografie samen te stellen van iemand die nog maar ternauwernood tot de historie behoort. Hij wil echter toch reeds nu met een biografietje komen om legendevorming te verhinderen. Wij merken daarbij op dat het een nog hachelijker zaak is, de biografie te willen schrijven van iemand die door vele banden met haar voorgeslacht verbonden was, als men zelfs de meest elementaire kennis van dit voorgeslacht nog niet bezit. En hoe zal men legendevorming tegengaan wanneer men zelf nog door legenden blijkt beïnvloed?
Koningin Wilhelmina heeft herhaaldelijk getuigd van haar verbondenheid met haar geslacht, met name met prins Willem. Waarschijnlijk daarom heeft de schrijver in een „Aanhangsel", een overzicht van jaartallen en een beknopte „Stamboom" achterin zijn boek hierover een en ander willen zeggen. Maar wat een schoolkind daarvan weet, weet Dr. Alberts blijkbaar niet! Hendrik III zou, volgens het „Aanhangsel", zijn goederen vermaakt hebben — hij had geen zoon, zegt schrijver — aan de tweede zoon van zijn broer Hendrik, en wel in 1538. Die tweede zoon moet dan prins Willem zijn. Alsof Hendriks zoon René niet heeft bestaan! En ieder weet toch dat prins Willem niet de tweede, maar de oudste zoon van Hendriks broeder Willem was? Jan van Nassau was de tweede zoon. Schrijver ziet prins Willem overigens ook maar enkel als verdediger van een maatschappelijke zaak (zie bladzij 100 enzovoort). Het is te dwaas om erbij stil te staan! Het overzicht van jaartallen noemt Willem van Oranje's vader echter Willem (bladzij 105), maar aan het jaartal 1538 houdt de schrijver vast. En nu wordt ook René genoemd, maar, onbegrijpelijk, als achterneef van Willem van Oranje. Trouwens, heel dit lijstje jaartallen had beter weggelaten kunnen zijn: het is niet meer dan vulling en heeft dus geen enkel nut. De „Stamboom" (bladzij 109) zit, hoe klein hij is, vol fouten. Hendrik III heeft ook hier geen zoon en Jan van Nassau heet ook hier de oudere ten opzichte van Willem van Oranje. En bovendien laat schrijver Hendrik Casimir II trouwen met een dochter van de Stedendwinger, Albertina Agnes, die.... zijn moeder was! Wij vinden dit heel ongepast! Nu de legendevorming. Een taaie voorstelling is deze, dat Willem III door zijn tweede huwelijk de redder van de dynastie geworden is. De feiten liggen echter anders. Kroonprins Willem leefde nog ten tijde van dit tweede huwelijk. En nu zegt schrijver wel dat niet verwacht kon worden dat de kroonprins trouwen zou, althans een huwelijk zou aangaan dat zou worden goedgekeurd, maar dat zegt nog niet alles. De kans bestond toch altijd nog. Waarom tekent schrijver niet de achtergrond van de verhoudingen? Willem III komt hier met zijn jonge vrouw in een te gunstig, een enigszins romantisch licht. Dr. Alberts, die legendevorming wil voorkomen, houdt bewust aan een legende vast!
Is dus de achtergrond niet best getekend, het beeld is zelf ook niet te scherp. Schrijver stelt het voor alsof voor heel ons volk de koningin tot op het jaar waarin de dood zijn intrede in de familie deed — 1934 — vrijwel niets betekend heeft. Maar dan vergeet hij toch dat voor een deel van 't Nederlandse volk — doordat er in 't verleden tussen het Oranjehuis en dat gedeelte van het Nederlandse volk een band gegroeid was — de koningin wel degelijk ten allen tijde iets betekend heeft. Er zijn genoegzaam feiten om dit te bewijzen. Maar daarvan wordt, indien ze al genoemd worden, door schrijver de betekenis geminimalizeerd. Zie wat hij zegt van de betoging op het Malieveld! In iedere biografie mag men verwachten dat besproken wordt wat van belang was voor degene die beschreven wordt. Kunst en godsdienst hebben veel betekend voor de oude koningin. Over het eerste zegt de schrijver niets, over het tweede enkel dat hij er niets over zeggen kan. Waar haalt men dan de moed vandaan om iemands leven te beschrijven?
Bij schrijver geen gebrek aan rnoed! Hij schrijft alsof hij alles weet. Dit was de oorzaak hiervan, dat de oorzaak daarvan. En dat terwijl hij ook maar gissen moet!
Dat Hare Majesteit zich niet ontzag om openlijk te spreken van „de rotmoffen", wordt zeer geprezen (bladzij 75). Wij vinden dit niet bijster mooi. Maar dit is een verschil in stijlgevoel. Dat schrijver op dit punt niet erg gevoelig is, blijkt uit zijn boekje duidelijk: zijn stijl is tamelijk vulgair (zie b.v. bladzij 74: vóór de mensen zover waren „hadden ze al gegeten en gedronken", of bladzij 93: het volk beschouwde zijn monarch als zijn bezit en het verlangde „dat dit bezit echt spul was"). Ook zijn gevoel voor de verhoudingen is niet erg sterk. Herhaaldelijk vult hij zijn boekje op met stukken die van geen belang zijn. Men zie de uitweiding over Het Loo aan het begin van 't vierde hoofdstuk. Die is onnodig lang en de biezonderheden ervan zijn maar nauwelijks, of niet, interessant.
We wezen op de vele slordigheden achterin het boek. Op bladzij 50 treft men ook een slordigheid. Daar wordt geschreven over een vermakelijke tekening van Braakensiek naar aanleiding van de geboorte van de troonopvolgster. Dezelfde prent is afgebeeld bij bladzij 40. Het bijschrift dat hierbij vermeld wordt, klopt niet met het bijschrift dat op bladzij 50 staat. Bovendien staat er op bladzij 50 dat de baker „een kind in haar armen" heeft, waarnaar men op de afbeelding vergeefs zal zoeken......
Al met al dus niet een boekje waar men iets mee opschiet, al is het niet zo dat er helemaal niets goeds van valt te zeggen: het is voortreffelijk gekorrigeerd — wat vrijwel nooit meer voorkomt — en door de uitgever biezonder netjes uitgegeven. De technische verzorging echter redt een boekje niet!
J-Kwekkeboom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1963
Daniel | 8 Pagina's