Diskussiehoek
Naar aanleiding van een brief uit Gouda, gepubliceerd in „Daniël" no. 25 van vrijdag 21 juni 1963 kreeg ik een schrijven uit Doetinchem van de volgende inhoud:
„Aangezien de brief van de lezer uit Gouda nogal vraagtekens oproept, wil ik er graag even op ingaan.
Om te beginnen: Schr. wil nog geen oordeel vellen, maar naar mijn mening doet hij niet anders.
Het zou b.v. niet veel veranderen of een psalm naast de N.V. dan wel naast de S.V. wordt gelegd. Maar is hij dan niet op de hoogte met de bezwaren, die in onze kringen bestaan t.a.v. de N.V.? De voorzitter van het L.V. heeft deze gemotiveerd in gehouden lezingen uiteengezet. Zouden verschillende van deze bezwaren ook niet gelden ten opzichte van de nieuwe berijming? Als schr. dus konsekwent is, moet een afwijzende houding t.o.v. cle N.V. ook gelden voor de nieuwe berijming.
Dat in cle berijming van '73 enkele onjuistheden staan, wordt vrij algemeen aanvaard, dacht ik. Het moet mogelijk zijn, deze weg te nemen. Is de enige oplossing: „een geheel nieuwe berijming? " Die dan nog veel meer fouten bevat?
Ik vraag mij echter af, of het onderwerp, op deze wijze gebracht, zich wel leent voor diskussie, omdat slechts weinigen op cle hoogte zijn.
Zou het niet aanbeveling verdienen, dat beide berijmingen door een terzakekundige in „Daniël" worden vergeleken en van commentaar voorzien. Een dergelijk iemand moet de redaktie wel kunnen vinden. Diskussie met cleze commentator blijft altijd mogelijk. Een dergelijke wijze van behandeling heb ik ook in een ander kerkelijk blad gelezen (bedoeld wordt het Gereformeerd Weekblad. Gespr. 1.) Hierdoor is m.i. een meer verantwoorde diskussie en voorlichting het gevolg.
De schr. is blijkbaar nogal voorstander van ritmisch zingen, maar ook hier zit ik met vragen.
Waarom gebeurt dit, onder ons, nu niet meer, hoewel Calvijn dit ingesteld heeft? Staat cle voorstanders van nu hetzelfde doel voor ogen dan Calvijn? Wanneer cle behoefte aan „ritmisch zingen" voortkomt uit de zucht naar vernieuwing of verandering, kunnen we het beter zo laten.
En tenslotte, voor mij is zeker, dat wanneer ook maar iets van de inhoud van cle psalmen wordt verstaan, er meer over is dan een „slepend en moeizaam gezongen „psalm", aldus onze Doetinchemse vriend.
De beurt is nu dus weer aan Gouda. Mag ik op een brief van u rekenen?
Wat betreft de kritiek op de vorm van de diskussie, diene het volgende:
Dat slechts enkelen op de hoogte zouden zijn, acht ik geen bezwaar. Gesprekleider was ook niet op de hoogte. Hij heeft echter cle nieuwste berijming van zijn Gereformeerde buurman (synodaal) geleend en er een avondje in gelezen. Het resultaat was zijn inleidend schrijven. Dat kan toch iedereen doen? Bovendien is het een mooi onderwerp voor cle Verenigingen, waarbij cle Studie-en Mannenverenigingen. Indien ze hun bevindingen naar „Daniël" sturen, komt dat cle Diskussiehoek ten goede. Dat gebeurt nog veel te weinig. Wanneer we alles uitputtend in „Daniël" gaan behandelen, blijft er niet veel ruimte voor diskussie meer over. De beste manier lijkt gesprekleider nog steeds: een korte inleiding. Bij de diskussie worden dan de puntjes wel op de i gezet. En wanneer dan na afloop de betreffende artikelen nog eens in zijn geheel worden doorgelezen (u laat toch allemaal de „Daniël-nummers" inbinden), dan krijgt men toch wel een aardige indruk. Vroegere onderwerpen hebben dat bewezen. Er liggen nog brieven te wachten, waarin door de schrijvers vrij uitvoerig op de inhoud van cle nieuwste berijming wordt ingegaan, terwijl in vroegere jaren uitvoerig is geschreven over de berijming van 1773 cloor „Rondkijker" en
door de heer van Dijk. hierover. Maar genoeg
We stappen over naar een brief uit Spijkenisse. Onze vriend schrijft: „Het standpunt van de briefschrijver uit Gouda kan ik ten volle delen.
Grondige bestudering van de nieuwe berijming leert, dat deze op vele plaatsen de onberijmde tekst dichter benadert dan de psalmberijming van 1773. Dat de nieuwe berijming niet voor de volle honderd procent zuiver is, kan moeilijk als bezwaar worden aangevoerd, daar dit ook van de berijming van 1773 niet gezegd kan worden.
Als men echter bedenkt, hoeveel tegenstand de berijming van 1773 te overwinnen had (en nog heeft), behoeft het geen verwondering te wekken, clat de nieuwe psalmberijming vooral in kringen der Gereformeerde Gemeenten, voorlopig nog niet algemeen aanvaard wordt. Ook hier geldt echter: onbekend maakt onbemind! Bij velen leeft nog een te grote angst om in de eredienst enige verandering (lees: verbetering) te brengen. Weliswaar moet men met deze veranderingen voorzichtig zijn, daar het gevaar voor uitwassen zeker niet denkbeeldig is, maar anderzijds meen ik te moeten stellen, dat onze erediensten in het algemeen niet meer beantwoorden aan het gestelde doel.
Met het vorenstaande wil ik geen lans breken voor het invoeren van een nieuwe psalmberijming, maar ik ben van mening, dat we deze niet zonder meer opzij mogen schuiven. Juister lijkt mij, clat de grondslagen van de eredienst, clie de meesten onder ons helaas niet kennen, grondig bestudeerd worden en dan vooral in verenigingsverband. Dan zullen de problemen en bezwaren van de nieuwe psalmberijming op een meer wetenschappelijke basis besproken en bekritiseerd kunnen worden." Tot zover onze vriend uit Spijkenisse.
Ook hier komen we dus tot de konklusie van bespreking en bestudering, voorl in verenigingsverband.
Ook heeft schrijver het over de grondslagen van de eredienst. Ik geloof, dat de gemeentezang daar buiten valt. De grondslag der eredienst moet zijn de verkondiging des Woords door middel van de ambten. Dit was ook het Reformatorische standpunt van onze vaderen. Een prachtige omschrijving van cle eredienst vinden we in Zondag 38: „Ten eerste dat ik op de Sabbath, clat is op de rustdag, tot de Gemeente Gods naarstiglijk kome om Gods Woord te horen, Zijn Naam aan te roepen, de Sacramenten te gebruiken en de arme Christelijke handreiking te doen." Dat wil dus in de taal van deze tijd zeggen: dienst des Woords, dienst der gebeden, dienst der Sacramenten en dienst der offeranden. „En ten andere, dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, God door Zijn Geest in mij late werken en alzo de eeuwige Sabbath in dit leven aanvange." Hier vind ik de grondslag van de eredienst, dienst van God, niet alleen op de eerste dag, maar op alle dagen van de week. U ziet het, over psalmgezang wordt hier met geen woord gerept. Ik geloof dan ook niet, dat dat tot de grondslagen van de liturgie behoort, al keur ik het ook af als een predikant zegt: „Maar vooraf zingen we „ter verpozing" psalm Verder zou ik hier niet op in willen gaan, omdat de eredienst thans niet in diskussie is.
Briefschrijvers hartelijk dank voor het ingestuurde en verdere reakties hartelijk welkom.
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1963
Daniel | 8 Pagina's