JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

4 minuten leestijd

„De Gocl nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, do'or het bloed des eeuwigen tesiaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus, Die volmahe u in alle goed werk, opdctl gij Zijn wil moogt doen, werkende in u hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus, Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen" (Hebr. 13 : 20, 21)

(5).

De vorige keer hebben wij met elkander gemediteerd over het werk der volmaking van de gemeente door de God des vredes. We lezen immers in de tekst: „De God nu des vredes — Die volmake u in alle goed werk".

Thans willen we het vervolg behandelen, als we verder lezen: „Opdat gij Zijn wil moogt doen".

De wil Gods gaat menigmaal dwars tegen onze wil in. De gang des Vaders is vaak in het duister. „Uw weg was dooide zee en Uw pad door diepe wateren en Uw voetstappen werden niet bekend". Wat kan het ook in het leven van Gods kerk menigmaal moeilijk zijn om met die wil Gods verenigd te zijn. Doch wanneer de ziel van Gods kinderen dooide armmakende daad des geloofs mag openstaan voor de invloeden van de God des vredes, dan wil Hij antwoord geven op hun vragen. Ja, dan wil Hij in de donkerste wegen zulk een vrede in het hart geven, dat ze temidden van de raadselen des levens en des doods God aanbidden in Zijn doen. „Zijn doen is enkel Majesteit, aanbiddelijke heerlijkheid, en Zijn Gerechtigheid onendig".

Als ik dan hier het levensboek van Gods kinderen voor mij had, dan zou ik daarin bladzijden aantreffen, doorweekt met tranen van smart, maar waarbij ze de schoonste psalmen hebben gezongen vanwege de vrede die cle Gocl des vredes hun schonk temidden van de smartelijkste omstandigheden. Ja, door de ervaring van die vrede mag hun wil zo geheel verslonden worden in de wil van God, dat het beoefend wordt: „Opdat gij Zijn wil moogt doen".

De tekst zegt verder: „Werkende in U hetgeen voor Hem welbehagelijk is door Jezus Christus". Wat is voor de Heere welbehagelijk? Wel lezers, het is de Heere welbehagelijk als we onszelf kennen en als we erkennen voor Gocl, die we werkelijk zijn, gans verloren en de dood waardig. Zolang we uit de werken der wet leven, kennen we ons niet en erkennen we voor God niet, die we werkelijk zijn. Immers dan zoeken we onszelf nog staande te houden tegenover cle Heere en onszelf te handhaven in het opbouwen van onze gerechtigheid voor God. „Heb geduld Heere, ik zal alles betalen".

Daarom, wat is het gelukkig, als de Heere ons uit onze werken komt uit te zetten en ons gaat leren dat onze beste werken nog onvolkomen en met zonde besmet zijn en daarom voor God nooit kunnen bestaan. Als de Heere ons dat leert clan worden we werkelijk zondaar, dan worden we een verloren zondaar. Dan ontvallen al onze rechten en dan leren we ons kennen, en erkennen voor God die we werkelijk zijn en wordt een smeken geboren: „Gena o God, gena, hoor hoe een boet'ling pleit". Doch juist over zulken wil de Heere "Zich ontfermen want dat is Hem welbehagelijk als we ons niet meer kunnen handhaven, maar als we voor God worden wat we zijn.

Zulken die alle hoop om door eigen kracht behouden te worden hebben leren opgeven en die Gocl recht en gerechtigheid leren toeschrijven, die zullen bediend worden uit cle schat van Jezus' borgwerk door de toepassing des Geestes.

Want lezers, de rijkdom van dat borgwerk is zo overweldigend groot, dat heel cle kerk ; /an Adam af eruit geleefd heeft, terwijl er nu nog evenveel is als toen Adam er aan begon. En hoe armer en verlorener we nu zijn in onszelf, hoe meer de Heere Jezus aan ons kwijt kan.

Daarom gelukkig als Gods kerk de eis der wet mag leren toestemmen, dat die goed is, als ze dus hun vonnis mogen aanvaarden, als ze zo hun leven mogen verliezen om het in Jezus te vinden. Dan gaan ze het inleven, dat ze in zichzelf

tot geen goed bekwaam zijn, maar dat hun levenskracht ligt in Christus Jezus, hun Hoofd en Koning, Die hen lief gehad heeft en Zichzelf voor hen heeft overgegeven.

Onder Zijn leiding trekken ze dan door deze wereld. Zoals Hij gewandeld heeft, zo begeren zij te wandelen. Zoals Hij het kruis droeg, zo wensen zij het kruis te dragen, achter Hem aan.

Zoals Hij onvoorwaardelijk Gods Raad uitdiende, zo begören zij eenswillens Gods Raad uit te dienen.

En zo sterft hun oude mens af van dag tot dag en staat de nieuwe mens op. Zo worden ze meer en meer volmaakt in alle goed werk.

Zo leren zij Zijn wil te doen. Zo werkt God in hen wat Hem welbehagelijk is door Christus Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1963

Daniel | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1963

Daniel | 8 Pagina's