Meditatie
„De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebraeht, namelijk onze Heere Jezus Christus, Die volmake u in alle goed werk." (Hebr. 13 : 20, 21)
(4)
In de boven afgeschreven tekst wordt gesproken over het geheim van de volmaking der gemeente. In de vorige meditatie hebben wij erbij stilgestaan hoe de God des vredes de bron is van deze volmaking der gemeente.
Van Hem is echter ook het werk der volmaking. We lezen immers: „De God nu des vredes, Die volmake u in alle goed werk".
„Volmake", dat wil dus zeggen, dat het begin er al is. Want als er geen begin is van alle goed werk kan er ook geen sprake zijn van een volmaken daarvan. Neen lezers, van nature is er in ons geen begin van alle goed werk. Van nature geldt van ieder van ons, dat we onbekwaam zijn tot enig goed werk en geneigd tot alle kwaad. Van nature kunnen we niets doen, wat in Gods oog goed is, wat Hem behagelijk is. Beseffen we dit, hoe diep ellendig wij geworden zijn door onze val in Adam? Alleen door wederbarende genade kan dit anders worden. Want door het werk van Gods Geest wordt het verstand, dat door de zonde verduisterd is, verlicht, het hart vernieuwd, de hartstochten geregeld en de wil, die van nature uitgaat naar wat God haat, omgebogen, zodat zulkeen leert willen wat God wil, en haten wat God haat.
Wat vroeger een last was, wordt dan een lust en wat een lust was weleer, wordt dan een last.
Het leven gaat dan in omgekeerde orde van eerst en dan wordt het de diepste levenskeuze, om de Heere welbehaaglijk te mogen zijn.
Zo wordt het begin geboren in alle goed werk.
Maar dit begin moet volmaakt worden. Immers naast de nieuwe mens leeft in de wedergeborene de oude mens met al zijn zondige verleidingen en verkeerdheden. En deze mens moet gekruisigd worden meer en meer. En naarmate dit geschiedt, zal de nieuwe mens opstaan en zo zal Gods volk volmaakt worden in alle goed werk.
Maar hoe nodig is hiervoor de bekwaammaking van cle God des vredes. Immers van u en mij is op onszelf niets goeds te wachten. Onze oude mens, onze eigen natuur, blijft na alle genade verdorven, verkeerd en Gode vijandig. En die vijand binnen de vesting, ons eigen vlees, zet telkens weer de poort open voor de vijanden van buiten, de duivel en de wereld, die niet ophouden ons aan te vechten.
Daarom zou het een hopeloze zaak worden als de God des vredes niet Zelf instond voor de volharding der heiligen. Maar nu is het zulk een troost, dat Gods kerk door de kracht Gods bewaard wordt tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd. Daarom zegt ook de tekst: „De God nu des vredes, Die volmake u in alle goed werk."
Maar wat ligt daarin dan ook een ernstige waarschuwing om geen ogenblik op onszelf te vertrouwen. Ook niet op ons schaap-zijn, want ge weet toch dat juist een schaap een verkeerd en dwaalziek dier is?
Neen, hier komt de Goddelijke vermaning tot ons: „Gij nu, o Mijn schapen,
zijt mensen, maar ik ben de Heere, Uw ontfermer."
O lezers, als de Heere de Zijnen aan zichzelf overliet, zouden ze nog wel honderd keer afvallen en nog wel duizend keer de zaligheid verzondigen. Maar o zalige troost, die God, Die Zijn liefde heeft geopenbaard in de schenking van Zijn Zoon, zal ook instaan voor het blijvende werk in de harten van Zijn schapen.
Lezers, is in u een beginsel van alle goed werk gewrocht?
Wij hebben pas pinksteren gehad. Smeek daarom dat die Geest, door Christus van de Vader tot Zijn kerk gezonden, een breuk sla in uw hart, opdat ook in uw hart dat beginsel gewerkt worde en ook in u, bij aanvang en voortgang vervuld worde: „De God nu des vredes, Die volmake u in alle goed werk."
En dan blijft hier op aarde een beginsel.
Gods volk ziet soms meer achteruitgang dan vooruitgang in goede werken.
Hier blijft het een klagen: „Ik ellendig mens."
Daarom blijft de Heere Jezus heel het leven door voor Gods volk dierbaar en noodzakelijk.
Zij hebben steeds weer, ja dagelijks de kracht van Zijn bloed tot reiniging nodig.
En straks komt de volmaaktheid, als de heiligmaking voltooid zal worden in de heerlijkmaking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1963
Daniel | 8 Pagina's