JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het weggedrevene gezocht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het weggedrevene gezocht

5 minuten leestijd

De vreemdeling kon nu niets anders doen dan heengaan. Zijn poging was mislukt. Plotseling roept Jozef uit: „Daar komt hij! Dat is mijn meester!"

De vreemde kan zijn oren niet geloven. Hij kijkt naar de kant waarheen de bruine knecht wijst, en daar ziet hij voor het eerst van zijn leven zendeling Schwartz.

Het duurt nu niet lang of de zendeling weet de begeerte van de bezoeker van zijn huis en hoort ook welke reis hij daarvoor heeft willen ondernemen. Schwartz staat een ogenblik in gedachten verdiept. Werktuigelijk maakt hij met zijn wandelstok figuren in het zand. Dan spreekt hij opeens: „Ik zal met u meegaan!"

Grote verwondering! Jozef en de vreemde man kijken elkander vragend aan, alsof ze willen zeggen: „Wie had dat nu toch kunnen denken!"

De vreemdeling is innig verheugd. Hij mag nog een paar dagen in het huis van de zendeling blijven, want deze moet nog verscheidene zaken regelen vóór zijn vertrek. Maar na drie dagen kunnen ze op reis gaan.

Ze verlaten de poort van Tan jour in zuidelijke richting. De helper van Schwartz heeft instrukties ontvangen hoe hij moet handelen als de zendeling op reis is en zo kan Schwartz met een gerust hart met de vreemdeling meegaan.

Het werd een prachtige reis die de twee mannen te voet aflegden. Zij gingen door de valleien, die tussen machtige bergen lagen. Uit de wouden klonk vaak het gehuil van wilde dieren, maar daar achtten ze niet op. Schwartz wist zich veilig in de hoede des Heeren.

Ze trokken verscheidene dorpen door en maakten kennis met de bewoners. Bij die gesprekken kon Schwartz het niet nalaten te spreken over geestelijke dingen; over de enige Naam die gegeven is tot zaligheid. Als ze dan weer verder reisden, gebeurde het vaak, dat de mensen zeiden: „Blijf toch langer bij ons. Uw woorden zijn goede woorden, maar wij vrezen dat die weer verloren zullen gaan als ge vertrekt."

Dat was wel hard voor de zendeling, maar hij moest gaan waar zijn plicht hem riep!

Eindelijk kwamen ze in Madura. „Over veertien jaar ben ik hier in de onmiddellijke nabijheid geweest, toen ik in de legerplaats was, " zei Schwartz, en wat er toen gebeurde staat hem weer helder voor de geest. „In de stad zelf ben ik toen niet geweest, maar nu wil ik ook in de stad Madura zijn."

Een dag namen ze er voor om de stad te bezichtigen. In deze stad waren de goden, volgens de overleveringen der Hindoe's, vaak verschenen. Indrukwekkend stond de tempel in het centrum. Het gebouw rustte op honderden pilaren. In de nabijheid ervan stond een groot rusthuis van tweehonderd voet lang. Het werd gedragen door vier zuilengangen. Verder zagen ze de overblijfsels van het paleis van de voormalige koningen van Madura. De tweehonderd pilaren van veertig voet hoogte waren nog in behoorlijke staat.

Na Madura kwamen de reizigers in Tatschenur. Hier ontmoette Schwartz ongeveer vijftig gemeenteleden, ingedeeld in een regiment van inboorlingen.

Hoe groot was zijn vreugde! Maar ook de inboorlingen waren verheugd om Schwartz te mogen ontmoeten. Ze werden verkwikt door de welmenende woorden van de zendeling. Het was een aangenaam ogenblik.

De dag daarop werd de plaats van bestemming bereikt. Daar, in Palamkotta, werd de volgende dag het huwelijk bevestigd en werden ook de kinderen gedoopt. Het werd een goede dag én voor de zendeling én voor de inboorlingen.

Na de plechtigheid komt een voorname vrouw naar Schwartz. Met ernst vraagt zij om onderricht te mogen ontvangen om toegelaten te worden tot de doop.

Schwartz doet een paar stappen achteruit en vraagt verwonderd: „Wat zie ik? Bent u dat? En durft u dat te vragen? " De zendeling herkende de brahmaanse vrouw, die in ongeoorloofde betrekking met overste Littleton leefde, al in de tijd toen de overste een garnizoen in Tanjour onder zijn commando had. In die tijd had die vrouw ook al gevraagd om gedoopt te worden, maar Schwartz had het geweigerd, omdat ze geen onbesproken leven leidde.

Nu hoorde hij andere dingen. De overste had zij langdurig trouw verpleegd en Littleton had beloofd om met haar te trouwen. Bij zijn dood zou zij de erfgename worden van zijn groot vermogen. Ook werd de zendeling meegedeeld, dat haar leven nu onbesproken was.

Na deze inlichtingen kon het onderwijs beginnen. Dat verliep naar wens en zo gebeurde het, dat de toekomstige vrouw van Littleton gedoopt werd door Schwartz. Haar naam was nu voortaan Klarinda.

Na deze gebeurtenis vertrok de zendeling weer naar Tanjour. De wederwaardigheden hadden hem versterkt in zijn

geloof en hij zou blijven voortgaan met het werk waartoe hij was geroepen.

Het volgende jaar bezocht zendeling Pohle de plaats Palamkotta. Verscheidene Hindoe's werden door hem gedoopt. Onder die gedoopten was een knecht van Klarinda. Ook de vrouw van Littleton ontmoette de zendeling. Hij getuigde van haar: „Klarinda staat bekend als een oprechte christin en ik ben er van overtuigd, dat zij voor het ware welzijn van haar huisgenoten zorgt. Ik heb mij van ganser harte mogen verblijden toen ik met haar kennis maakte."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1963

Daniel | 8 Pagina's

Het weggedrevene gezocht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1963

Daniel | 8 Pagina's