Lezers reageren
Het geloof in Jezus Christus, n.a.v. een brief van de heer J. Fl. te A.
Het geloof in Jezus Christus, n.a.v. een brief van de heer J. Fl. te A.
De Weg en de wegen
In de 18e eeuw ontstond in engeland het zgn. „methodisme". We treffen dit nu aan o.a. in het leger des heils en in sommige pinkstergroepen. Het methodisme stelde een weg op waarlangs de zondaar tot cle Weg (Christus) komt.
Door een ingrijpende prediking van gerechtigheid, zonde en oordeel moesten cle mensen plotseling tot een diep besef van hun verloren toestand gebracht worden. En dan in hetzelfde ogenblik, zonder uitstel, door het geloof tot Christus geleid en van hun zaligheid verzekerd worden. Het methodisme wilde immers niet, zoals zondag 33 H.C., van een geleidelijke voortgang der bekering weten, het trok alles op één punt samen. Het plaatste de bekering in het volle licht van het bewustzijn en „houdt boek van geredde zielen" (Bavinck).
Zonder dat men het weet, schrijft men zó aan de Heilige Geest voor op welke wijze Hij mensen tot Christus brengen moet. Het voorwerpelijke (.Christus, Woord, sakramenten, kerk) dringt men op de achtergrond, de „verloste mens" komt in het middelpunt.
Deze dwaalweg wordt helaas ook bewandeld in de omgang met buitenstaanden („buitenkerkelijken"). Men maakt clan van het Evangelie een nieuwe wet, door hen a.h.w. te dwingen om de weg, clie men zelf uitgestippeld heeft, te volgen.
De veel geprezen, minder gelezen Guthry zegt clat God in het (tot het geloof) voorbereidend werk der wet „geen enerlei wijze of maat in dat werk houdt." Hij zegt dat: A) Sommigen worden geroepen van hun moeders schoot af (Johannes de Doper) „of in hun jonge jaren, voordat zij diep in cle wegen des satans met hun daden verstrikt zijn (1 Tim. 5 : 15)." En „men kan niet stellen clat dezulken het voorbereidend werk ondergaan"; (B) Sommigen „worden tot Christus gebracht op een soevereine evangelische wijze; wanneer de Heere, door enkele woorden der liefde, als verzwelgend het werk der wet, schielijk een mens tot Zich neemt. Dit was bijv. het geval met Zacheüs, Luc. 19, en met anderen, die op één Woord, door Christus gesproken, alles verlieten en Hem volgden, terwijl wij geen gerucht van enig werk der wet omtrent hen horen, voordat zij de Heere Jezus aannamen. Ook hebben zij zich niet te kwellen omdat ze een onderscheidenlijk voorbereidend werk der wet missen, zo zij hun harten aan Christus overgegeven hebben; want een werk der wet is niet begeerlijk, tenzij tot dat einde. Daarom biedt zich Christus regelrecht aan alle mensen aan en worden zij genodigd om tot Hem te komen";
(C) Sommigen worden „tot Christus gebracht op een wijze, clie Gods vrije genade nog meer vertoont, als Hij ze, namelijk, krachtdadig roept in cle ure des doods" (Luc. 23 : 39-41); (D) De vierde „en gebruikelijke wijze, waarop velen tot Christus gebracht worden, is door een klaar een onderscheidenlijk werk der wet en verootmoediging, hetgeen wij gewoonlijk de Geest der dienstbaarheid noemen, gelijk wij te voren met de vinger aanwezen.
Wij verstaan dit echter niet zo, dat een ieder, wiens geweten door zonden en vrees voor toorn wakker gemaakt is, dadelijk Christus aanneemt, aangezien het tegendeel uit Kaïn, Saul en Judas blijkt; maar dat er geen overtuiging van zonde is en een opwekking der consciëntie en werk van verootmoediging, hetwelk, gelijk wij het omstandig beschrijven zullen, zelden verkeerd uitvalt of een gunstige uitslag mist, maar gewoonlijk eindigt in deze Geest der aanneming tot kinderen en in een genadig werk van de Geest Gods. En dewijl de Heere met vele zondaars op deze wijze handelt en wij ondervinden dat velen onbekwaam zijn om dit werk der wet te beoordelen, zo zullen wij hiervan wat breder spreken.
Dit werk geschiedt óf gewelddadiger en wordt dan schielijk uitgevoerd; óf het geschiedt zachter en langzamer en wordt over een lang tijdsverloop uitgevoerd, zodat de trappen daarvan zeer moeten onderscheiden zijn.
Vooreerst. Dit werk der wet is in sommigen geweldiger en heviger, gelijk in de stokbewaarder, Paulus en anderen, voorkomende in het boek der Handelingen der apostelen, op welke Christus in één ogenblik inbrak en als met vuur en zwaard viel en welke Hij schrikbax*end gevangen nam.
Ten andere. God de Heere voert dit werk soms stiller, zachter en vriendelijker uit, het zó verlengende dat de trappen in de mensen ervan zeer onderscheiden zijn." 1 )
Nadat Guthry deze vierde wijze uitvoerig heeft toegelicht, zegt hij „wij hebben dit voorbereidend werk enigermate breedvoerig besproken, evenwel niemand daaraan verbindende, zoals het met cle omstandigheden beschreven is. Alleen zeggen wij: aldus handelt cle Heere met sommigen". Guthry maakt van deze vierde wijze géén wet, waaraan élk mens heeft te voldoen.
Lezer(es), u ziet dat het Woord zonder meer al 4 — verschillende — wijzen noemt waarop zondaren Christus als hun Zaligmaker leren kennen. Hieruit blijkt de oneindige rijkdom van de Geest van Christus. Maar aan onze kant is er altijd het grote gevaar, dat we één van deze 4 wijzen uitroepen tot dé wijze, waarop Gods Geest altijd werkt. De leidingen van Gods Geest kunnen zeer onderscheiden zijn, hoewel wij altijd moeten vast houden, dat er geen geloofskennis van Christus mogelijk is zonder voorafgaande kennis van zonde en ellende. Christus krijgt als plaatsbekledende Borg alleen waarde voor zondaren, Wij mogen echter van de weg der zaligheid geen systeem maken. Zonder dat we het weten, maken we zó van het Evangelie een nieuwe wet, tot „een last te zwaar om te dragen." Men maakt dan van deze, zelf gekozen, wijze een „systeem", zoals b.v. in het methodisme gebeurd is.
Maar zó perst men de veelkleurige wijsheid Gods in een menselijk schema, er ontstaat dan — als gericht van de Geest! — een ingrijpende verschraling van het geestelijke leven.
Wij, gevallen mensen, willen aan God
gelijk zijn, de Heilige Geest a.h.w. voorschrijven hóe Hij — naar ons inzicht — heeft te werken in mensenharten. Weet u waarom? Wel, zó menen we Hem en Zijn werk te kunnen kontroleren en daarbij, intussen, zelf stevig in het zadel te blijven zitten. We zijn zó een „samenknoping" van geestelijke hoogmoed!
De Heilige Geest is echter soeverein, d.w.z. „de wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij henengaat".
Is dit in üw leven al werkelijkheid?
In het volgende artikel hoop ik de beantwoording van deze reaktie te beëindigen.
1) W. Guthry: „Des Christens Groot Interest" 1957 p. 25 e.v.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1963
Daniel | 8 Pagina's