De kerk
Het veertiendaagse tijdschrift t.b.v. de Nederlandse militairen, „Reveille" van 10 juni j.1. is geheel gewijd aan „de kerlc".
Misschien hebben jullie dit nummer van Reveille gelezen en wellicht ben je dan ook tot de ontdekking gekomen dat er wel enige waarheid schuilt in de inhoud van de daarin voorkomende artikelen. Er staat ook veel in waarmee wij het beslist niet eens kunnen zijn, maar toch is dit Reveille-exemplaar de moeite van het lezen waard omdat het belangrijke onderwerp „de kerk" er in wordt besproken.
Op een soldatenkamer wordt ook nog wel eens gesproken over de kerk. Vaak begint het met een opmerking om een zgn. „lichte" of „zware" broeder er tussen te nemen, 't Gevolg is er dikwijls van dat er een uitvoerig „kerkelijk" gesprek volgt.
Jammer is het dat dergelijke gesprekken zo vaak uitlopen op bergen kritiek en kwaadsprekerij over de kerk en alles wat daarmee verband houdt. Predikanten, kerkeraden en vele (gewone) leden komen dan meestal slecht uit de verf. Reveille noemt deze kwaadsprekerij een mode-verschijnsel, en dat is het ook, alhoewel het getuigt van een slechte mode.
Jullie zullen ongetwijfeld moeten toestemmen dat er ook op de kamers nogal eens op deze wijze wordt gesproken. Degenen die hierbij dan het meeste te verduren hebben zijn de zgn. „zwaren", die mensen die bij een kerk horen waar je niets mag (bijv. niet reizen op zondag, enz.)
Nu wordt er vaak gezegd dat je aan deze gesprekken beter niet kunt meedoen, want je gooit immers geen paarlen voor de zwijnen?
Ik kan het met deze mening echter beslist niet eens zijn. Ik geloof zelfs dat het noodzakelijk is er wel aan mee te doen, door tegenover dit ergerlijke, negatieve, praten iets positiefs te zeggen over de kerk als instelling Gods, als een middel tot bekering door God Zelf gegeven.
Ik weet wel dat het niet zo gemakkelijk is om het gesprek in deze richting te brengen omdat veelal de moed daartoe ontbreekt of totaal geen aandacht aan je woorden wordt geschonken, maar het is het proberen zeker waard. Juist op een soldatenkamer is het nodig dat een dergelijk geluid eens wordt gehoord.
Het hierboven bedoelde nummer van Reveille biedt je deze keer aanleiding genoeg een gesprek in deze richting te houden.
Neein bijv. de antwoorden op de, door de geestelijke verzorging aan een aantal militairen gestelde, vraag: „Als je regelmatig naar de kerk gaat, kun je dan zeggen waarom? "
Ik zal de antwoorden op deze vraag niet overnemen, uitgezonderd één, want het is goed dit antwoord eens goed te lezen. Eén der militairen zegt op deze vraag:
„De kerkgang leert je, kan je leren wat leven is; is een voortdurend appél: leef ik wel? "
Ik vind het het mooiste antwoord dat op deze vraag is gegeven. Het is duidelijk en geeft voor ons allemaal stof tot spreken en nadenken genoeg. „Een voortdurend appél: leef ik wel? "
Stel jezelf deze vraag eens en geef voor jezelf dan ook een eerlijk antwoord. De uitslag zou dan wel eens kunnen tegenvallen, maar dan is er reden te meer om, ook in je diensttijd, de door God ingestelde en gegeven middelen te gebruiken. Niet te verachten hetgeen je thuis is geleerd. In de gesprekken op de kamer, in de omgang met je kameraden durven uitkomen voor het beginsel dat naar Gods Woord is.
Vergeet nooit dat Hij zelf zegt: „Die mij eren, zal Ik eren maar die mij versmaden zullen licht geacht worden."
Militair.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1963
Daniel | 8 Pagina's