Een bladzijde voor en van onze jeugd
De jaarvergadering van 4 juni 1963.
Landelijk Verband van Knapen-en Jongemeisj es verenigingen
een. ernstig Bijbels onderwerp veel gemeenschappelijk zingen een boeiend zendingsverhaal
De opening
Tegen 11 uur — iets later dan op het programma was aangegeven — opent de le voorzitter, ds. A. Elshout, de vergadering. Hij leest — nadat Psalm 1 : 1 en 2 zijn gezongen — Psalm 1 voor en gaat voor in gebed.
In zijn openingswoord wijst ds. Elshout er op, dat er meer jongens en meisjes zijn dan vorig jaar. Hij is daar erg blij mee. Er is een brief van ds. Hegeman gekomen. Ds. Hegeman is tot erelid benoemd. Hij heeft deze benoeming aanvaard en laat alle meisjes en jongens groeten.
Ds. Vergunst is pas geopereerd en kan dus vandaag zijn onderwerp over „Gideon" niet houden.
Het is Pinksteren geweest. Is dat nu alleen voor grote mensen of bekeerde mensen? vraagt ds. Elshout. O neen, het is ook voor jonge mensen. Joël heeft het voorzegd, dat jongens en meisjes zullen profeteren, dat betekent: spreken tot eer van God en tot heil van onze naaste, spreken over de dingen van het Koninkrijk Gods. De Heilige Geest wil dus ook wonen in de harten van zondige jongens en meisjes. Nu is onze tong vaak een instrument van de vorst der duisternis. Van nature hebben we een stenen hart, dat geen lust heeft in het overdenken van 's Heeren wet, dag en nacht. Maar als de Heilige Geest in ons komt wonen neemt hij dat stenen hart weg om een vlesen hart daarvoor in de plaats te geven. Dan komt er een lust in 's Heeren wet en wordt de Heere Jezus dierbaar. Zulke mensen, zulke kinderen zijn als een boom, geplant aan waterbeken. Al wat zij doen zal wel gelukken. Dat betekent niet, dat ze nooit meer verdriet zullen hebben. Maar de uitkomst is: het eeuwig, zalig leven. Dat mogen ze in dit leven al ondervinden. De duivel zegt: het is een akelig leven, je mag niets! Maar dat is niet waar. Je mag o zo veel, maar je moet de zonde laten.
Na dit openingswoord zingen de ruim 600 meisjes en jongens met hun leidsters en leiders Psalm 25 : 6.
Naar gewoonte wordt aan Hare Majesteit de Koningin een telegram gezonden, waarin het Landelijk Verband Haar zijn aanhankelijkheid betuigt.
Staande zingen de aanwezigen de verzen 1 en 6 van het Wilhelmus.
Het jaarverslag
Mijnheer de Bode, de 2e voorzitter en tot voor kort secretaris, brengt voor de laatste maal jaarverslag uit. In deze vijf jaren zijn veel verenigingen ontstaan. Dat is hard nodig. Het oude Landelijk Verband is er niet meer. Het heet nu: Landelijk Verband van Knapen-en jongemeisjesverenigingen. Er zijn 25 Knapen-en 9 Jongemeisjesverenigingen aangesloten met totaal 700 leden. In het afgelopen jaar zijn er twee Knapenverenigingen bij gekomen, maar helaas is één grote vereniging opgeheven en is een andere vereniging op non-actief.
Na dit jaarverslag dankt ds. Elshout mijnheer de Bode voor dit verslag en alle andere arbeid, voor het L.V. verricht. Ds. Elshout neemt dan het woord om in plaats van ds. Vergunst een Bijbels onderwerp te houden.
Het Bijbels onderwerp
Na het zingen van Psalm 122 : 1 en 2 leest dominee Lucas 2 : 41 —52. Hij wil dus spreken over de „Twaalfjarige Jezus in de tempel."
Over de eerste levensjaren van de Heere Jezus is weinig bekend. Vast staat, dat Hij ook als klein kind verdriet heeft gehad over de zonden, die Hij overal hoorde en zag. Dat deed Hem pijn. Zelf was Hij ook als kind zonder zonde. Onze meisjes en jongens hebben vergeving nodig voor de in hun jeugd bedreven zonden.
Als de Heere Jezus 12 jaar oud is mag Hij mee naar Jeruzalem, om net als andere jongens van die leeftijd te worden ingeschreven als „zoon der wet." Dat is een soort belijdenis doen, want dan gaan de jongens zelf deelnemen aan de godsdienstige plechtigheden en mogen zij het Pascha eten. Ze moeten zelfstandig kiezen.
De Heere Jezus kan terecht zeggen: „Ik ben verblijd wanneer men Mij Godvruchtig opwekt: Zie wij staan gereed om naar Gods huis te gaan." Hoe branden Zijn genegenheên om 's Heeren voorhof in te treên. Hij mag immers zijn in de dingen Zijns Vaders? Wat een wantoestanden ziet Jezus. Bij de tempel verkoopt men duiven en schapen. Is dat nu een huis des gebeds? Het lijkt er niet op. De Heere Jezus heeft hierover verdriet. En tóch is het voor Hem een feestdag, hier te mogen zijn. Veel meisjes en jongens vinden het een feest, als ze juist niet naar Gods Huis hoeven. De Heere Jezus ziet in de offeranden Zijn eigen toekomst. Hij zal immers geslacht worden voor de zonden der wereld. Drie dagen is de Heere Jezus hier. Hij hoort en ondervraagt de leraren. Horen is moeilijk, je moet er moeite voor doen. De Heere Jezus stelt geen onbeduidende, maar belangrijke vragen. Hier, in het Huis Zijns Vaders, ademt Hij. Zo behoort het bij ons ook te zijn.
Jozef en Maria zijn opeens de Heere Jezus kwijt. Als ze Hem eindelijk vinden geeft Maria Hem een standje. Heeft ze daar geen gelijk in? Neen! Want ze hebben Hem overal gezocht behalve in de tempel. Daar zoeken ze Hem niet, terwijl Hij toch moest zijn in de dingen Zijns Vaders. Daarom is het geen brutaal antwoord. Zijn ouders doen Hem juist onrecht aan. Wij houden de dingen van God voor het laatst. Gods Koninkrijk moet echter de liefde van ons hart hebben. Dat kan door de Heilige Geest, Die op Pinksteren is uitgestort.
De Heere Jezus gaat met Zijn ouders mee en is hen onderdanig. Hij heeft een gewoon beroep gehad. Sommige mensen schamen zich voor een „gewoon" beroep. Maar dat is fout. De Heere Jezus was, Die Hij moest zijn. Wij moeten wel voortdurend vragen: Reinig mij van al mijn ongerechtigheden en wilt U mij zo maken, dat de dingen van Uw Koninkrijk mij het liefste en belangrijkste zijn.
Na dit met grote aandacht gevolgde onderwerp wordt gezongen Psalm 105 : 3. Ds. Elshout doet nog enkele mededelingen. Onder het zingen van Psalm 84 : 1 en 2 wordt gecollecteerd. De 2e voorzitter sluit de vergadering met gebed en vraagt een zegen voor de maaltijd.
Tegen half twee opent ds. Elshout de middagvergadering. Na het zingen van Psalm 99 : 1 en dankgebed krijgt mijnheer Born uit Vlaardingen het woord. Hij doet een vertelling over „De Jinkhanna der Hottentotten". Op pakkende wijze vertelt hij over de ramp, die zich op een zondag in juni voltrok en waarbij de vrouw en het kind van dokter Van der Kemp uit Zwijndrecht in de Merwede verdronken. Hij verhaalt de worsteling van Van der Kemp, zoon van de bekende ds. van der Kemp. Dokter van der Kemp komt tot inkeer en besluit zijn leven in 's Heeren dienst te besteden. Hij is dan al 50 jaar oud. Het Londens Zendingsgenootschap zendt hem naar Afrika. Tijdens de lange bootreis verzorgt hij de gevangenen, die op transport zijn naar Australië. In Zuid-Afrika ondervindt hij veel tegenwerking en vijandschap van de boeren, die blijkbaar niet inzien dat ook negers een ziel hebben. Ondanks alle teleurstellingen houdt van der Kemp vol. Hij maakt zich als het ware één met dit volk, dat hem „Vader-zendeling" (Jinkhanna) noemt. Na een arbeid van 13 jaren sterft hij. Zijn arbeid is zeer gezegend. De Kerk, door hem gesticht, heeft nu tal van zendingsposten en enkele honderden zendelingen.
Ds. Elshout zegt mijnheer Born hartelijk dank en biedt hem een boekenbon aan. Hij vertelt over de plannen van onze zending. Wij hopen binnenkort ook daar te gaan werken. Zuster Sonneveld vertrekt morgenavond (5 juni) en mevrouw en mijnheer Ten Voorde hopen binnenkort naar Afrika te gaan. Er zijn nog veel meer arbeiders nodig.
Als Psalm 87 : 3 is gezongen reikt de tweede voorzitter de boeken uit aan 10 van de 30 prijswinnaars van de vragenwedstrijd. De andere boeken zullen worden nagezonden.
Ds. Harinck van Utrecht voert als laatste het woord. Hij spreekt over Samuël, die van de Heere is gebeden. Hij leert van Eli te zeggen: „Spreek Heere, want Uw knecht hoort." Dat moet bij ons allen leven. Er moet een begeerte zijn om naar de Heere te horen en te doen wat Hij ons zegt. Om te horen over onze schuld, maar ook van de genade en verlossing door de Heere Jezus, opdat wij zonder Hem niet kunnen leven.
Als ds. Elshout allen hartelijk heeft bedankt voor de moeite en zorg om deze dag te doen slagen, eindigt ds. Harinck met dankgebed.
Dan stroomt het kerkgebouw leeg en is de 5e jaarvergadering voorbij. Wie er geweest is zal er zeker goede herinneringen aan behouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1963
Daniel | 8 Pagina's