Toch niet wanhopen
Rajah Tolossi zit nog steeds in zijn donkere cel. De dagen kruipen langzaam voorbij en er is geen hoop op vrijlating. Er is haast geen verschil tussen dag en nacht, want het licht dat binnen valt is zeer spaarzaam. Hij heeft weer een nacht doorgebracht in een onrustige slaap. Het moet nu morgen zijn. Hij neemt plaats op een houtblok en kijkt strak vóór zich. Van zo'n gevangenschap is haast nooit meer af te komen. Men zou zijn verstand verliezen.
Ineens ziet hij op. Hij hoorde voetstappen bij de deur. Een sleutel wordt in het slot gestoken, de deur gaat open en Tolossi wordt verblind door het licht dat binnen valt. Twee mannen staan in de geopende deur. De ene is onbekend, maar de andere.... De gevangene houdt zijn hand vóór zijn ogen om beter te kunnen zien. En dan.... „O vader, man Gods, welk nieuws brengt u mij? " „De vrijheid!" zegt Schwartz met vaste stem.
Nu is het een ogenblik heel stil. De rajah kan zijn oren niet geloven, maar zijn ogen bedriegen hem niet: het is de zendeling, en zou deze onwaarheid spreken? Dat kan niet. Nu spreekt Harper, de overste van het engelse bezettingsleger: „In naam van de engelse regering kom ik u de vrijheid aanzeggen. Volg mij."
Dat behoeft Harper geen twee keer te zeggen. Tolossi is al opgestaan en gaat met zijn vrienden de gevangenis uit. Wat is de man blij! Er zijn geen woorden voor.
Schwartz weet nu dat hij niet terug zal gaan naar Trichinopoli, maar hij zal in Tanjour blijven. Hij moet nu de rajah trachten te behouden. Hij zal proberen elke dag bij hem te komen. O, als hij nu toch eens, door al die tegenheden, voor Christus gewonnen zou worden! De zendeling ziet al in zijn gedachten het hele volk de bekeerde Tolossi volgen! Wat zal dat een zege zijn voor het evangelie! Er moet een plaatsvervanger naar Trichinopoli, zo bericht hij de broeders in Tranquebar, want hij kan niet gemist worden in Tanjour. Tot zijn grote blijdschap merkt Schwartz dat Tolossi bitter berouw heeft over zijn hardnekkigheid en dat hij er grote spijt van heeft de woorden van de man Gods in de wind te hebben geslagen.
Jammer dat de rajah het tamoelisch niet zo goed machtig is. Tolossi is het best aan te spreken in het maratisch. Zou de zendeling er dan nog een taal bij moeten gaan leren?
Ja, niets ontziet hij. Als het maar gaat om de voortgang van het evangelie. Het is eensdeels gelukkig dat hij van zijn paard is gevallen en dat hij daardoor wat rust moet nemen. Die rusttijd is juist voldoende om de nieuwe taal enigszins machtig te zijn. In vijf weken ziet Schwartz kans het maratisch te schrijven en te spreken! Nu zal hij godsdienstige geschriften in die taal schrijven en die geschriften zal de rajah moeten lezen; dat zullen de stoottroepen zijn om de overwinning te behalen.
Helaas, tijdens de studietijd van Schwartz hadden de ministers niet nagelaten onkruid te zaaien tussen de tarwe, en het onkruid schoot heel welig op. Ja, Tolossi las de geschriften van de zendeling wel, maar zijn oude, zondige hartstochten werden met kracht wakker geroepen. En wanneer Schwartz bij de arme man er op aandrong zich voor God te verootmoedigen en de wereld vaarwel te zeggen, antwoordde de ongelukkige: „Het gaat niet."
Het werd een moeilijke tijd voor Schwartz. Hij had zo gehoopt dat alles nu naar wens zou verlopen. De Heere had aan het hart van de rajah geklopt en zou deze nu nog niet invallen voor God? Neen.
Zou dan alle inspanning voor niets zijn geweest? Schwartz wist het niet meer. Hij werd ziek. Hevige borstpijnen benauwden hem. Hij kon nauwelijks ademhalen. Zou zijn einde naderen? Hij wist het niet.
Broeder John, die zo ijverig zijn werk in Trichinopoli had waargenomen, werd terug geroepen naar Tranquebar, omdat zijn hulp daar dringend nodig was. Alles liep tegen. Zou hij niet naar zijn vaderland gaan en alles hier in de steek laten?
Velen zouden onder deze omstandigheden wanhopen. Zij zouden zeggen: „Ik ben hier niet op mijn plaats; mijn werkterrein ligt ergens anders."
Zo echter dacht Schwartz niet. Integendeel, door al deze omstandigheden werd het geloof van de zendeling sterker, naarmate het werd beproefd.
Hij verzuchtte: O Heere, leer mij onder alles dicht bij U te blijven!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1963
Daniel | 8 Pagina's