JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

5 minuten leestijd

„De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus; die volmake u in alle goed werk." (Hebr. 13 : 20, 21)

(2)

De vorige keer hebben we erbij stilgestaan dat de Heere Jezus als de Herder van Zijn schapen de dood heeft willen ingaan, om zo de vrede met God voor Zijn schapen te verwerven.

Ik denk hier aan Simson. Deze ontmoette op een eenzaam pad een brullende leeuw, maar hij vlucht niet, doch grijpt het ondier aan en scheurt het als een bokje in tweeën. Later komt hij langs diezelfde weg weer terug en dan vindt hij in het dode lichaam van die leeuw een schat van honing, die een bijenzwerm daar vergaderd had. Hij neemt van die honing in zijn handen, eet er zelf van en geeft er ook van aan zijn vader en moeder.

De kloeke bestrijder van de leeuw is zo een uitdeler van honing geworden. We zien hier een zwak beeld van wat Christus gewrocht heeft. Alleen heeft Christus immers de strijd aangebonden met de briesende leeuw die altijd omgaat, zoekende wie hij zou mogen verslinden.

En Hij heeft die leeuw overwonnen, ja de macht van satan, dood en zonde verbroken en verscheurd. En nu staat Hij als de verrezen overwinnaar met de behaalde buit in 't midden der Zijnen. Nu, na Zijn opstanding, zijn immers Zijn doorboorde handen gevuld met de begeerlijke honing des vredes.

Christus heeft dus de vrede met God verworven, en de Vader heeft Zelf het duidelijke bewijs gegeven dat Hij bevredigd was, dat de vrede getekend was toen Hij de Zoon uit de dood opwekte, wederbracht. Daarin sprak de Vader immers uit, dat Hij Zijn Zoon ontsloeg van alle rechtsvervolging, van alle straf, dus dat Zijn strafeisende gerechtigheid volkomen bevredigd was. Dat lezen we immers in onze tekst: „De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen door het bloed des eeuwigen testaments uit de doden heeft wedergebracht".

„Door het bloed des eeuwigen testaments".

Wanneer ons bloed wegvloeit en wanneer wij sterven, dan verliest dat bloed zijn betekenis, zijn waarde, zijn kracht. Maar toen Jezus' bloed op Golgotha wegvloeide en langs de kruispaal druppelde, toen verloor dat bloed zijn waarde en kracht niet. Het is immers met de eeuwige Geest verbonden en heeft daarom ook een eeuwige waardij van kracht. Dat bloed van Christus, het is levend bloed, sprekend bloed, getuigend bloed, vergevend bloed, reinigend bloed, heiligend bloed, bewarend bloed.

En toen de Heere Jezus stierf en in het graf gelegd was en zijn bloed alzo weggevloeid, toen sprak dat bloed, toen pleitte dat bloed bij de Vader. Dat bloed getuigde dat nu de schuld der schapen, die Christus op Zich genomen had, volkomen was betaald, dat in dat bloed Gods eisend recht was bevredigd en Gods toorn erdoor gestild. En daarom kon Christus niet in de dood blijven maar heeft de God des vredes toen Hij de sprake van dat bloed vernam, de Herder der schapen uit de dood wedergebracht.

Zo lezen we immers in onze tekst: „De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen door het bloed des eeuwigen testaments uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus".

Tevens heeft de Apostel in onze tekst er een bedoeling mee als hij zo met nadruk spreekt over het bloed des eeuwigen testaments.

De Hebreeën, aan wie deze woorden geschreven werden, waren immers bekeerde Joden. En nu zaten die Hebreeën nog zo vast aan de schaduwdienst van het Oude Testament. Zij hingen nog zo aan die Oud-Testamentische offers, die offers, die zij zelf brachten in de tempel en het offerbloed van al die lammeren en schapen.

En nu tracht de apostel hen van dat oude te doen afzien door hen te wijzen op het enig en algenoegzame offerbloed van Christus.

Paulus wijst hen erop dat de vrede met God niet verkregen kan worden, door

al die offers, die zijzelf brachten in de tempel, want dat dat offerbloed van lammeren en schapen alleen maar een afbeelding was van het bloed van Christus. In dat bloed ligt alleen de vrede. Dat bloed waarborgt een eeuwig Testament, een eeuwig verbond der genade.

Daarin ligt een onderwijzing, misschien ook wel voor sommigen van onze lezers. Want dan zijn er misschien wel onder de lezers, die evenals de Hebreeën nog zoveel verwachting hebben van hun eigen offers, van hun tranen, van hun verootmoedigingen en verbrekingen des harten en die daarin nog een grond zoeken. Maar het zal tevergeefs zijn!

Ja, er zijn er wellicht onder ons, die bezig zijn zichzelf te verbeteren en te herstellen en zo vrede met God te verkrijgen. Maar inplaats van beter te worden, voelt ge uzelf al slechter en ziet ge uzelf al dieper wegzinken.

Weet u wat ons nodig is? Om uit onze werken uitgebroken van al onze offers te leren afzien om te mogen rusten in het bloed van Christus, want in Jezus' bloed is kracht.

Wie niet drinkt dat bloed, die heeft geen leven in zichzelf blijvende, want dat bloed is waarlijk drank.

Het is bloed des eeuwigen testaments.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1963

Daniel | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1963

Daniel | 8 Pagina's