Vragenbus
De Studievereniging „Onderzoekt de Schriften" te Middelburg heeft gelezen dat ergens een geoefend kind van God woonde, die nooit ter kerke ging en altijd „met een boekje in een hoekje" zat. De vereniging vraagt nu of deze houding goed is.
Het gaat in deze vraag dus over het probleem van de „onkerkelijkheid".
Er zijn mensen, die zich afzijdig houden van de kerk en die thuis leven bij de oude schrijvers.
Deze houding is niet naar het Woord van God. De kerk is maar geen instelling van mensen, maar Christus Zelf heeft Zijn zichtbare kerk op deze aarde gesteld. Daarom zegt onze Nederlandse Geloofsbelijdenis in art. 28 „dat niemand, van wat staat of kwaliteit hij zij, zich behoort op zichzelf te houden, om op zijn eigen persoon te staan; maar dat zij allen schuldig zijn, zichzelf daarbij te voegen en daarmede te verenigen; onderhoudende de enigheid der Kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht, de hals buigende onder het juk van Jezus Christus en dienende de opbouwing der broederen naar de gaven, die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten eenszelfden lichaams."
Het motief van vele onkerkelijken is, dat de Heere met de bediening van Zijn Heilige Geest uit de zichtbare kerk geweken zou zijn maar ook dit is tegen het getuigenis van de Schrift. Christus heeft gezegd: Ik ben met U al de dagen tot de voleinding der wereld." (Matth. 28 : 20). Dit sprak de Heere Jezus niet tot Zijn apostelen persoonlijk, want zij zouden niet leven tot het einde der wereld, maar hier spreekt Hij tot Zijn apostelen als ambtsdragers, dus vertegenwoordigende de zichtbare kerk. En van het Heilig Avondmaal lezen wij in Gods Woord: Doe dat, totdat Hij komt." Dus totdat Christus wederkomt, zal het Heilig Avondmaal bediend wor-
den en zal er dus ook een zichtbare kerk zijn.
Het is heel goedkoop, wanneer men alleen maar behoren wil tot de onzichtbare kerk. (Gods Volk). Dan heeft men verder geen verantwoordelijkheid en geen verbondsgehoorzaamheid.
Neen, de onzichtbare kerk kan zonder de zichtbare kerk niet bestaan. Wie dat wil, maakt zich schuldig aan geestelijke hoererij. De bruid van Christus mag niet zonder het kleed, dat Christus haar gegeven heeft, door de wereld gaan.
Daarom zegt art. 28 van de Geloofsbelijdenis, dat buiten de kerk (en dan wordt duidelijk de zichtbare kerk bedoeld) geen zaligheid is.
En Calvijn zegt: „Niemand kan God hebben tot Vader, die de kerk niet heeft tot Moeder."
Zo is de regel, die Christus stelt. De goede Herder verzamelt Zijn kudde en niemand mag buiten die kudde ronddwalen.
Maresius betoogt, dat, „omdat het lichaam van Christus openbaar wordt in de vergadering van hen, die de naam van Christus belijden, ook van de zichtbare kerk kan gezegd worden, dat er buiten haar geen zaligheid is en dat ieder, die de gemeenschap van die kerk veracht en verwerpt, geen waarachtig heil deelachtig wordt. Vandaar dat de kerk gewoonlijk vergeleken wordt met de ark van Noach."
In dezelfde lijn beweegt zich ook het gevoelen van de Brés.
Al worden er gelovigen zalig, die afdwalen van de kudde en buiten de kerk om zwerven, dan wordt door deze uitzondering de regel niet krachteloos.
Uitzonderingen bevestigen de regel. Buiten het lichaam van Christus, dat zich altijd in het zichtbare, instituair moet openbaren, is er geen zaligheid.
Zo is de door God gestelde regel, waaraan wij ons moeten houden.
De onkerkelijken zijn ook ongehoorzaam aan het liefdesbevel van Christus: „Doe dat tot Mijn gedachtenis", want zij vieren geen Avondmaal. Ook blijven veelal hun kinderen ongedoopt en de praktijk leert, dat veelal van hun gezinnen, wat betreft de dienst des Heeren, niets terecht komt. God doet verlaters van Zijn wet, in het dorre wonen.
Terugkomende op de vraag, zou het dus kunnen zijn, dat dit kind van God op een dorp woonde of in een stad, waar de leer der Schrift niet werd verkondigd en waar het getal van de belijders van de Gereformeerde leer te klein was om de kerk tot openbaring te brengen, en dan komt de zaak anders te liggen, maar zo dit niet het geval was, dan is deze houding niet goed te keuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1963
Daniel | 8 Pagina's