Verdrukten in 't verweer.
Prof. Dr. J. N. Bakhuizen van den Brink: „Protestantse Pleidooien uit de zestiende eeuw", I en II. Boeket-reeks 40a en 40b. Uitgeversmaatschappij J. H. Kok N.V., Kampen, 1962. 206 en 236 blz. f 1.50 per deel.
De aanleiding tot de uitgave van beide bovengenoemde pocketboekjes was de herdenking — nu twee jaar geleden — van de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Toen deze Belijdenis des Geloofs in 1561 over de muur van het kasteel van Doornik werd geworpen, ter aanbieding aan Filips II, ging zij vergezeld van een tweetal brieven, waarvan een gericht aan deze vorst, die pleidooien waren voor het goed recht van de Protestantse zaak. Dergelijke pleidooien zijn er in de eeuw van de Hervorming in de landen waar de Reformatie wortel schoot verschillende geweest. Een aantal ervan vindt men hier bijeen. Het is een goed idee geweest te komen met een bloemlezing uit deze stukken, die voor de gewone man van tegenwoordig nauwelijks of niet te vinden zijn. Hoewel het ene stuk gemakkelijker te verteren valt dan 't andere, is ieder stuk de moeite waard. Doorgaans zijn dit indrukwekkende getuigenissen, waarin op waardige manier gepleit wordt voor een goede zaak. Een enkel stuk is wat bekort. Vóór elke tekst staat een historisch overzicht van de omstandigheden waaruit het betrokken stuk is voortgekomen — met opgave van uitgebreider stof — terwijl er achter meegedeeld wordt waar de tekst aan is ontleend. Aan het geheel is een register van de aangehaalde Bijbelplaatsen en een naamregister toegevoegd.
Het eerste boek bevat de delen I en II, het tweede boek de delen III en IV en V. Achtereenvolgens neemt de uitgever ons hierin mee naar Duitsland, Zwitserland en Frankrijk, Schotland en ons eigen land. Als hoofdfiguren komen wij daarbij in de diverse landen tegen Luther, Bucer en Melanchton, Zwingli en Calvijn, terwijl we ook het een en ander uit vertogen van bepaalde groepen — kerkelijke en staatkundige — en uit konfessies uit die tijd te horen krijgen. Alles bij elkaar een hartversterkende lektuur!
Bakhuizen van den Brink staat algemeen bekend als een nauwkeurig man. Het is jammer dat we moeten konstateren dat hij in het onderhavige geval niet als gewoonlijk nauwgezet geweest is: slordigheden wat betreft de inhoud bij de inleiding, én slordigheden in de stijl, én slordigheden bij het korrigeren. Dat is toch wel teveel!
Wat de inhoud bij de inleiding aangaat, een zo deskundig man als Van den Brink moest — in deel I, op blz. 8, in r. 24 — niet beweren dat Nicolaas de Hammes wapenheraut van het Verbond der Edelen geweest is. Ieder weet dat hij heraut was bij het Gulden Vlies. Ook schrijver zal dat weten. Zijn grootvader toch wijdde aan De Hammes een uitvoerig stuk. Elders — in deel II, op blz. 143, r. 22 — zegt de inleider dat al sinds 1545 de bekende ..Institutie" van Calvijn in 't Nederlands in handen van de mensen was. Ook dit moet een vergissing zijn. De eerste uitgave der „Institutie" in het Nederlands is pas van 1560. Tenslotte wijzen ook de onjuiste verwijzingen naar plaatsen in de uitgaaf zelf op slordigheid: Op blz. 45, aan het einde van de tekst, moet blz. 82 blz. 80 zijn; op blz. 83, r. 22, moet voor blz. 155 blz. 153 staan, en zo zou er nog meer te noemen zijn. De opgave op blz. 12: Doumergue: „Jean Calvin", 7 dln., Lausanne 1849—1927, moet Lausanne en Neuilly zijn, terwijl 1849 1899 moet zijn.
Aan doodouderwetse spellingen als „quaestie" hoeft men zich nog niet te ergeren, maar „het breve" — op blz. 104 in r. 9 onderaan — kan er toch niet mee door. En dat „het personeel van Würtembei'g zich bijzonder vijandig tegen de Jezuïten.... gezind was" — blz. 182, r. 14—12 onderaan — is ook niet mooi. Op blz. 101, in r. 2, staat „aangegaan" voor „aangaan". Enzovoort.
Het aantal drukfouten is niet erg groot. Men zou er daarom niet afzonderlijk bij stil hoeven te staan, indien niet op één plaats de tekst biezonder lelijk was verminkt. Op blz. 48 van het eerste deel is weggevallen wat op r. 4 van onderen had moeten staan, terwijl daarvoor is in de plaats gekomen wat ook al in r. 24 van dezelfde bladzij staat. Het resultaat is uiteraard dat er nu onzin staat!
Ondanks de nonchalance waarmee deze stukken uitgegeven zijn, blijft deze uitgaaf om zijn inhoud van belang. Geen predikant, geen onderwijzer, geen partikulier met enige belangstelling en geen vereniging verzuime deze twee ook uiterlijk aantrekkelijke deeltjes dokumenten aan te schaffen. Ze zijn gezette lezing overwaard!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1963
Daniel | 8 Pagina's