Vragen over onze taal.
Wanneer we de boekbespreking lezen in „Daniël", verbazen we ons altijd over de speurzin van de criticus daar deze er steeds in slaagt stel-, spel-en drukfouten uit het te beoordelen boek te halen. Heel vaak zijn dit fouten die niet eens zo opvallen.
Toen we de bespreking van het boek van Dr. Anne Berendsen gelezen hadden, waarin naast de verdienste van het boek ook de fouten werden genoemd, dachten we dat het toch wel moeilijk moest zijn om in de tekst van de criticus ook maar één fout op te sporen.
Nu willen we geenszins beweren dat we onjuistheden aantroffen toen we het artikel nog eens lazen, maar enige onduidelijkheden, enige vragen, kwamen we wel tegen.
Misschien wil Drs. Kwekkeboom ons in een volgend artikel wel uit de droom helpen.
Allereerst de zin: „Kende men vroeger vrijwel alleen boeken — afgezien dan van pamfletten in 't verleden en brochures in de nieuwste tijd — de laatste jaren is de pocket opgekomen." Hier wordt dus gezegd dat er vroeger vrijwel alleen boeken verschenen. Dan worden er op deze regel twee uitzonderingen genoemd, wat natuurlijk geoorloofd is, maar één van die uitzonderingen is van de nieuwste tijd. Dit doet ons wat vreemd aan.
Verder wordt er gezegd van de paperback: „Een paperback is eigenlijk een tussensoort. Het is minder dan het waardevolle boek...." Behoeft de laatste zin niet te beginnen met: hij (zij)? Is er verschil in betekenis tussen de woorden dan en dus in de zin: „En zo is men dan dus met deze reeks gestart", en is het wel verantwoord ze naast elkaar te gebruiken? Is het woord betreffende in: „het betreffende gebied" geen germanisme? Zijn „ten allen tijde" en „te allen tijde" allebei goed te gebruiken in de zin: „men kan ze ten allen tijde naast zich leggen." Moet de zin: „Is er hier werkelijk verband? " niet luiden: „Is hier werkelijk verband? " of zijn beide zinnen goed Nederlands? Kan men uit een boek èn heel veel leren èn er heel veel van genieten? Of moet het eerste woord „èn" weggelaten worden? „Wie zin heeft voor wat schoon en sierlijk is, cn wie een boek als dit leest zal dit ongetwijfeld hebben...."
Behoeft 't laatste van de twee woorden „dit", omdat het op „zin" slaat niet te luiden „deze"? De zin wordt dan als volgt: „Wie zin heeft voor wat schoon en sierlijk is — en wie een boek als dit leest zal deze (zin voor schoonheid) beslist hebben.... In het laatste gedeelte waarin de schrijver zegt de druk-en spellingfouten te betreuren, kwamen we het woord „vrijwat" tegen. Mogen vrijwat en vrijwel beide als één woord geschreven worden of alleen vrijwel en moeten we vrij wat opvatten als vrij goed en vrij algemeen. Door het artikel zijn we nl. aan het twijfelen gebracht.
We hopen dat Drs. Kwekkeboom wil ophelderen. t.z.t. deze onduidelijkheden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1963
Daniel | 8 Pagina's