De noodzakelijkheid van de ingang door de enge poort
„Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen"
(Vervblg)
Er moet gestreden worden om door die poort in te gaan, omdat machtige vijanden de ingang door die poort zoeken te belemmeren. Zó eindigden wij de vorige maal onze meditatie.
De sataii gaat immers rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden.
Gods kinderen hebben met die vijand de strijd tot hun laatste ademsnik toe. Indien de Heere het toeliet, zal hij zelfs het schaapje van Jezus' kudde nog trachten te bespringen en van de poort weg te rukken, als het op het punt staat om de eeuwige schaapskooi binnen te gaan.
En dan doet hij bij Gods kinderen altijd, wat hij ook bij de Hogepriester Jozua deed: hij wijst hen op hun vuile klederen.
O, wat kan de duivel benauwen en bestrijden, daar hij zo goed de zwakke plaatsen weet. Zelfs op de knieën zijn we nog niet veilig voor het geschuifel van de slang, maar kan hij het gebed met zijn giftige pijlen doorkruisen.
Ja, daar is ook de wereld en ons eigen zondige vlees. Hoe nodig is het dan ook, ziende op al die vijanden, dat de Heere opwekt om te strijden de goede strijd des geloofs om in te gaan door de enge poort.
Maar, zegt ge misschien, degenen in wier hart de Heere het goede werk der genade begonnen is, die kunnen toch nooit omkomen? De Heere zal toch niet laten varen, wat Zijn hand begon? Moeten zulken dan ook nog strijden om te mogen ingaan door de enge poort?
Maar lezers, Gods volk kan toch bij conclusies niet leven? Al ligt het van Gods zijde eeuwig vast, dat de Heere nooit zal laten varen het werk Zijner handen, toch, toen David gevallen was in zijn verschrikkelijke zonde met Bathseba, had hij geen troost en sterkte uit het stuk van de volharding der heiligen, neen, toen bleef er niets anders over dan te smeken: „Neem Uw heilige Geest niet van mij."
Ja, door het afzwerven van de Heere, door het verslappen in de strijd, komt er donkerheid over hun ziel en kan het lijken, dat de poort voor hen nog eeuwig op het nachtslot zal gaan. Daarom: „Strijdt om in te gaan door de enge poort."
In onszelf is daartoe geen kracht. Wij zijn tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed.
De kracht ligt echter alleen in Hem, Die de Overwinning Israëls is, door Hem, Die hen heeft liefgehad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1963
Daniel | 8 Pagina's