JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Toespraak door Celzo Müniz,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toespraak door Celzo Müniz,

gehouden op de Jaarvergadering van het L. V. van Jongelingsverenigingen, 23 febr. j.1. te Utrecht.

7 minuten leestijd

„Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid." (Hebr. 13 : 8)

gehouden op de Jaarvergadering van het L. V. van Jongelingsverenigingen, 23 febr. j.1. te Utrecht.

Broeders en vrienden,

Men heeft mij uitgenodigd enkele woorden tot u te spreken. Dat doe ik graag; want jullie zijn jong; en van de twaalf jaar, dat ik r.k. priester was, heb ik er acht bijna uitsluitend besteeds aan de omgang mét en de leiding van de jeugd.

Ik weet dat jullie, als jongeren, houdt van oprechtheid en dat je houdt van daden en levende werkelijkheden. Daarom ben ik blij met dit contact met jullie; want evenals jullie heb ook ik liever daden dan woorden.

Toen ik zo oud was als jullie voelde ik, net zo als jullie, de onrust naar de Waarheid, en voelde ik levend het verlangen naar de zekerheid op de weg des levens.

Het priesterschap leek mij de beste manier om in de Waarheid te leven en om mijn verlossing te verzekeren. Ik herinner me, dat de schooljuffrouw uit mijn jeugd me zei: „eerder blijft een steen op het water drijven, dan dat een priester verloren gaat." Toen ik nog maar klein was bewogen deze woorden mij om naar het Seminarie te gaan.

Daar studeerde ik twaalf jaar filosofie en theologie. Ik dacht dat ik de Waarheid had. Ik deed m'n uiterste best om volgens het onderricht van de r.k. kerk te leven. Ik volgde de praktijken van de kath. ascese, door middel van zelfkastijding en boetedoeningen; en gedurende acht jaar gaf ik er college in als professor in de ascetische en mystieke theologie en geestelijk leider aan het Grootseminarie van Oviedo (Ostarië, Spanje).

Maar de vrede en de zekerheid, die ik voor mijn ziel zocht, die kon ik niet vinden. Ik zocht Christus, maar Hij verdween telkens achter de vele wetten, riten, personen en leerstellingen, die Hem van Zijn plaats hadden verdrongen.

Deze innerlijke onrust, samen met zoveel teleurstellende dingen in de r.k. kerk veroorzaakten in mij een crisis van twijfel, die iedere dag sterker werd.

De r.k. kerk, waarvan ik hield en die ik beschouwde als de bewaarster van de waarheid begon van het voetstuk af te vallen, waarop ik haar geplaatst had.

Hoe meer theologische boeken ik nu las, hoe meer ik begon te twijfelen. Ik raadpleegde mijn biechtvaders en andere bekwame priesters, maar hun antwoorden brachten mij nog meer aan het twijfelen, omdat ze geen oplossing gaven.

Midden in deze innerlijke strijd wekten de activiteiten van de protestanten honger in mij naar het Woord Gods. In deze omstandigheden was het Woord Gods licht en spijs voor mijn ziel. En mijn verlangen om te leven naar het zuivere Evangelie van Jezus Christus bracht mij er toe contact te zoeken met hen die dat Evangelie wél als enige norm voor hun leven hadden. Ik sprak met een protestantse dominee. Van toen af verscheen Jezus Christus voor mij in de H. Schrift in een nieuwe gedaante, als de werkelijk volkomen Zaligmaker, door het geloof alleen. Ik begon te begrijpen, dat Hij werkelijk rust voor de ziel is. Twee jaar wijdde ik me aan de studie en de meditatie van het Woord Gods, waardoor ik de tegenstrijdigheden in de r.k. kerk begon in te zien.

Maar ik hield van mijn kerk. Ik wilde wel leven naar het Evangelie van de verlossing-uit-genade-alleen, maar dan zonder de r.k. kerk te verlaten. Ik wilde bijv. een grondige herziening en een terugkeer naar de zuiverheid van het Evangelie. Na twee jaar studie van de Bijbel kwam ik tot deze overtuiging: De r.k. kerk heeft Jezus Christus verdrongen door haar leersystcem en haar structuur. Deze conclusie maakte mijn innerlijke strijd nog heviger, want ik verzette me ertegen.

Maar de Heere had medelijden met mij. Het was niet meer iets van mij, het kwam van Hem.

„Het Woord Gods is levend en krachtig". Deze tekst verlichtte mijn verstand, maar drong bovenal door in mijn hart. Ik begon Christus te kennen, niet alleen met het hoofd, maar ook met het hart. Binnen in mij klonk telkens een stem: „Mijn zoon, geef mij uw hart."

Nooit zal ik die nacht van 7 mei 1962 vergeten. Het was een dag geweest van innerlijke strijd. Ik zocht mijn toevlucht bij de Heere en Zijn Woord. Vanaf het moment dat ik naar bed was gegaan tot diep in de nacht kon ik maar niet in slaap komen. En nu was niet meer ik het, die het gebed zocht, maar nu kwam het gebed onwederstandelijk tot mij. Zoals ik toen op bed lag, voelde ik meer dan ooit het gewicht van mijn zonde drukken. „Ik ben alleen maar zonde." Ik voelde me wanhopig. *Hoe zou ik ooit uitkomst vinden? Ik kon het niet. „Ik ben onnut en onmachtig." Zoals nooit voelde ik me onbekwaam in mijzelf. Toen hoorde ik opnieuw de klop van de Heere: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij." (Openb. 3 : 20). Ik voelde me getrokken door de Heere. Hij was het, die aanbood alles voor mij te doen. Toen kon ik geen weerstand meer bieden tegen dit zekere licht, dat ik in mijn binnenste had. Ik zag in, hoe ijdel, hoe belachelijk het was om mezelf te willen verlossen, om me te bevrijden van het gewicht van de zonde door mijn werken en mijn boetedoeningen. Ik wierp me nu zonder meer, zonder nu ook maar iets zelf te willen doen, in de armen van God de Vader, die mij in Jezus Christus aanzag. „Zie Heere Jezus, ik aanvaard U, als mijn enige, persoonlijke en volkomen Zaligmaker."

De uren gingen voorbij als minuten. Alles was een heerlijke, blijde, intieme tweespraak met de Heere, „Gij zijt de mijne, Heere, en ik de Uwe, Uw eigendom voor eeuwig. Het is niet mogelijk uit te drukken, wat dat voor een werkelijkheid is: van Jezus Christus te zijn, zich de Zijne te weten; geborgen te zijn in Hem!

Mijn ziel kreeg nieuwe kracht. Ik weet niet hoe, maar het was zo. Al mijn twijfel verdween. Mijn blijdschap werd volkomen. Mijn besluit was vast en zeker. Voor de keuze: r.k. kerk of Jezus Christus, volgde ik Jezus Christus, ondanks alle moeilijkheden.

Door middel van een protestantse dominee, kwam ik in contact met de stichting „In de Rechte Straat". Men ontving mij erg hartelijk, waarvoor ik erg dankbaar ben. Ik ben naar Holland gekomen in sept. 1962.

Jongens en meisjes, die naar mij luistert, ik heb jullie met oprechtheid gesproken over een feit. En dat feit is, dat Jezus Christus in mijn leven is gekomen, en mij met Hem verenigd heeft. Dat feit is, dat Christus, niet alleen maar „een goed

mens" is, die een weg was, maar dat Hij, Mens-God, nog steeds DE WEG is. Hij was niet slechts een leraar, die waarheden onderwees, maar Hij is nog steeds DE LERAAR, die DE WAARHEID is.

Hij was niet alleen maar een held, die voor een menselijke zaak stierf, maar Hij is nog steeds DE ENIGE ZALIGMAKER, DE WEG voor de mensen.

Jonge vrienden, in deze tijden, waarin men alles aan de uiterste kritiek onderwerpt, en waarin men alles op de kop zet en voor alles een zuiver menselijke verklaring zoekt, kan men deze feiten heel gemakkelijk psychologisch verklaren. Maar ik verzeker jullie, dat boven alle menselijke verklaringen uit er maar één ware verklaring bestaat: n.1. Jezus Christus. Hij leeft nog steeds heden en gisteren en in der eeuwigheid. Hij verlost nog steeds ieder, die zijn toevlucht tot Hem neemt en in Hem gelooft. Ons is geen andere naam gegeven door dewelke wij kunnen en moeten zalig worden.

Jongens en meisjes, als ook gij honger hebt naar de waarheid en naar het leven, dan bid ik voor jou, dat de Almachtige God ook jouw hart opent, opdat Christus daarin binnenkomt. Dan zal Hij vrede brengen aan je verstand en aan je hart. Dan zal de blijdschap van het nieuwe leven je vervoeren.

En dan, door Hem alleen en alleen uit genade, mag je leven in die nieuwe wereld, waarin gerechtigheid woont en vrede en liefde onder de mensen. Dan mag je verwachtend uitzien naar het Rijk Gods, tot op die grote dag van de glorieuze komst van onze Heere Jezus Christus.

Hem zij de lof en de eer tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1963

Daniel | 8 Pagina's

Toespraak door Celzo Müniz,

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1963

Daniel | 8 Pagina's