JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Christelijke organisatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke organisatie

6 minuten leestijd

Een lezer uit Goes heeft gereageerd op cle brief uit Gouda (zie „Daniël" no. 16 van 15 februari).

„Met wat die lezer uit Gouda schreef over politieke partijen en vakbonden, ben ik het van harte oneenszo begint hij. En verder: „

Eerstens maakt hij niet duidelijk, wat van wat een verlengstuk is: de bond van de partij of omgekeerd? Maar dat daargelaten, deze visie deugt niet.

Natuurlijk valt het niet te ontkennen, dat er tussen de vakbonden en bepaalde politieke partijen een zekere integratie bestaat en het is eveneens waar, dat verscheidene figuren funkties bekleden in zowel vakbond als partij. Maar om nu maar het één een verlengstuk van het ander te noemen, dat gaat te ver. De bond is geen willoos of willig werktuig van de partij, zoals de Goudse lezer suggereert en daar tevens een nogal groot gevaar in meent te moeten zien, als ik althans de geest van zijn reaktie goed begrijp.

Deze vervlechting is bovendien niet meer dan natuurlijk en volkomen logisch. Zijn niet alle organisaties, die op dezelfde levensbeschouwelijke grondslag stoelen in de zin, zoals de Goudse lezer dat bedoelt, met elkander vervlochten? Het is hen immers, elk op eigen terrein, erom te doen de invloed van hun levensbeschouwing te vergroten. Het ligt derhalve voor de hand, dat enerzijds de vakbond, die op grond van zijn principes een bepaalde maatschappelijke ordening voorstaat, ook en vooral naar het middel van de politiek zal grijpen om te trachten de maatschappij naar haar visie te hervormen. Dat is volkomen geoorloofd in een demokratie. Anderzijds zal een politieke partij aan de vakbond niet voorbijgaan in haar streven haar macht en kracht te vergroten. Ook hierin is niets alarmerends en het is naar mijn mening geen argument, waarom we tegen de Chr. organisatie zouden moeten zijn.

Als ik het goed begrepen heb, is het vooral de politieke invloed van de vakbonden, die de geachte Goudse lezer dwarszit. Maar waarom? De maatschappelijke struktuur verandert, ja mede dank zij de invloed van de vakbonden, maar is dat erg? Integendeel, dacht ik. Wanneer echter de geachte Gouwenaar kritiek leveren in het „Parlement" een „vuist maken tegen de regering noemt en wanneer hij termen gebruikt als „de regering de wet willen voorschrijven, " dan ben ik bang, dat hij van de grondslagen van de demokratie nog niet veel begrijpt of anders deze staatsvorm niet wenst."

Aldus de reaktie uit Goes. Nu maar afwachten, of de Gouwenaar antwoordt!

Ik heb hier een brief van een metaalarbeider (53 j.) uit Zaltbommel. Hij is georganiseerd bij de C.M.B. (Chr. Metaalbewerkersbond) en tevens lid van de O.R. (Ondernemingsraad een college, bestaande uit vertegenwoordigers van direktie en personeel.

Met de vrienden uit Veen en Dirksland kan briefschrijver het goed eens zijn, maar hij vindt het jammer van de vriend uit Middelburg, dat die bedankt heeft als lid, want schrijft hij, „daar komen we geen stap verder mee. Ik ben het natuurlijk ook niet overal mee eens waar „Christelijk" voor staat. Maar wij — en daar bedoel ik onze eigen kerkgeo ö noten mee — moeten ons niet overal van terugtrekken, want dan komt er

zeker geen verandering in. Laten we ons allen organiseren en tegen al dat verkeerde krachtig protesteren, niet van dit deugt niet en dat deugt niet, maar laten wij er daadwerkelijk wat tegenover stellen. Op vergaderingen zit je maar als éénling. Maar ben je met meer, dan sta je altijd sterker."

Dan vergelijkt briefschrijver de tijd van vroeger met die van nu met als resultaat (dank zij organisatie) o.a.: sociale voorzieningen, kinderbijslag, vakantie, vakantietoestag enz. „Breng je dat naar voren bij een ongeorganiseerde, dan krijg je te horen: Dat brengt de tijd mee. Maar het vervelendste is, dat de mensen (niet allemaal) die uit principe niet georganiseerd willen zijn, het eerst naar je toekomen: Hoe staat het met de loonsverhoging of met de vakantie? Als de bonden er dit of dat niet doorheen halen, zijn ze veel te slap, ze laten alles maar over hun kant gaan."

Verder poneert hij de stelling: „Als wij georganiseerden alleen maar van die welvaart (als ik het zo noemen mag) geprofiteerd hadden en de ongeorganiseerden niet (wat natuurlijk onmogelijk is) dan hadden we eens gezien, hoeveel zich georganiseerd hadden. Want als het om geld gaat, gooit een mens alles overboord."

Tenslotte deelt hij nog mede, dat de direktie in de O.R. terdege rekening houdt met zijn principe bij het nemen van bepaalde besluiten. „Maar ik heb ook nooit geveinsd, maar altijd eerlijk voor het voetlicht getreden. Dat moeten wij altijd doen, want wij moeten de Heere meer gehoorzaam zijn dan de mens, dus daarom niet huichelen."

Beide inzenders hartelijk dank.

Hier had ik dit artikel willen afsluiten. De post bracht echter nog een brief uit Gouda met eveneens een reaktie op de brief uit „Daniël" nr. 16. Over de zinsnede: „Naar mijn mening heeft u er te weinig op gelet, dat deze vakbonden vrijwel allemaal verlengstukken zijn van

bepaalde politieke partijen. Vele bestuursleden zijn ook kamerleden."

Naar aanleiding van deze zin schrijft onze Goudse vriend: „Deze brief geeft geen nieuw aspect, maar deze brief is niet geheel juist. Tenminste niet waar het de Chr. vakbeweging aangaat. Als vakbeweging doen wij niet aan politiek, wel haar leden. Ieder is vrij, welke politieke richting hij kiezen zal. Indien het maar niet ingaat tegen onze algemeen aanvaarde Chr. beginselen, want wij kunnen ook hierin geen twee heren dienen. Men staat volkomen vrij om zich aan te sluiten bij de A.R.P., C.H.U. of S.G.P. Mijns inziens zou het beter zijn voor alle drie partijen, als zij zich aaneensloten en elkaar niet verbeten, maar op Bijbelse grondslag zochten naar datgene, wat hen tot elkander kan brengen, opdat ook daardoor een beter geluid van onze Chr. politieke partijen zou uitgaan. Toch, dat er door de Chr. politieke partijen een beroep gedaan wordt op leden van de Chr. vakorganisatie, is volgens mij het bewijs, dat deze leden bekwaam zijn om mede te regeren; in welke plaats of funktie zij ook gesteld worden."

Tenslotte merkt briefschrijver nog op, dat men zich bij die organisatie moet aansluiten, waar de Bijbel als richtsnoer genomen wordt, daar dit de enige grondslag geeft voor het maatschappelijk optreden van personen en van organisaties."

Ook deze inzender hartelijk dank. Ik verzoek de lezers vriendelijk, geen brieven meer in te sturen over de vakorganisatie, daar geen nieuwe gezichtspunten meer naar voren komen. Willen de vrienden uit Goes en uit Gouda hun diskussie nog verder voortzetten, dan heb ik daartegen geen bezwaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1963

Daniel | 8 Pagina's

Christelijke organisatie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1963

Daniel | 8 Pagina's