Een bladzijde voor en van onze jeugd
Uit het leven en lijden der Waldenzen (III)
Daar Pascal de enige predikant is, die aanwezig is, krijgt hij de leiding van de vergadering. Hij spreekt de ontstelde aanwezigen allen bemoedigend toe en gaat hen vervolgens voor in een gebed, waarin de Heere wordt gevraagd om hulp en bijstand in de dagen die komen zullen. Door het gebed krijgen de Waldenzen weer meer moed. Na langdurig beraadslagen wordt besloten zich niet te onderwerpen aan de hertog van Savoye. Een van de oudsten krijgt nu het woord. „Broeders, ik stem volledig met het genomen besluit in. Maar nu geloof ik, dat we de hertog een verzoekschrift moeten aanbieden; wie weet wil de Heere zijn hart nog neigen om ons gehoor te geven." Dit voorstel vindt algemeen instemming. Er wordt nog over enkele zaken gepraat, die in het verzoekschrift moeten worden opgenomen. Dan worden Pascal en de oude Waldens, die het voorstel naar voren heeft gebracht, aangewezen om het verzoekschrift de hertog van Savoye te doen toekomen. De hele nacht is Pascal in zijn studeerkamer bezig het verzoekschrift op te stellen. Vroeg in de morgen gaan Pascal en de oude broeder op weg naar de gouverneur van Piémont. Hun tocht schijnt tevergeefs, want de gouverneur weigert zich te laten gebruiken om zulk een verzoekschrift de hertog te doen toekomen. Hij zegt, dat de moederkerk niet met ketters wil onderhandelen. Nu blijft er voor de Waldenzen niet veel anders over dan zich te onderwerpen aan de roomse kerk of de vallei te verlaten. Met algemene stemmen wordt besloten naar de andere kant van de Alpen, naar Zwitserland, te gaan en daar zal La Fléchère hun verzamelplaats zijn. De vrouwen met de kinderen en de grijsaards zullen eerst gaan, terwijl de mannen nog zo lang het kan huis en verdere bezittingen zullen blijven beschermen tegen de valse vijand.
Blanche en Gabrièlle zien erg tegen de lange tocht op, want het zal niet gemakkelijk zijn om midden in de winter over de Alpen te trekken en dan met de kleine Henri; vooral voor hem zijn ze bezorgd. Het oude lastdier wordt uit de stal gehaald en beladen met dekens, jassen en mantels. Pierre beveelt de zijnen, dat ze om de beurt de ezel moeten berijden. Voor het laatst smeekt Pierre de Heere om hulp voor zijn gezin, dat zo'n zware tocht staat te wachten. Dan verlaten ze het huis. Ze behoren tot de laatsten die St. Madeleine verlaten. Pierre vergezelt de zijnen tot aan de bergrand. „Hubert en Gabrièlle, zorg goed voor je moeder en help haar wanneer ze hulp nodig heeft en Hubert, wees een trouw gids en vergeet Hem niet van Wie alle bijstand te verwachten is!" Nu moet Pierre afscheid nemen en dat is heel erg moeilijk voor hem. Telkens roept hij de zijnen „Vaarwel" toe. Blanche maakt er tenslotte een eind aan, door te zeggen: „Pierre, laat het nu genoeg zijn. 'k Heb maar één ding voor u te begeren: de Heere zij met u; wees standvastig voor de Heere en voor Zijn waarheid en versaag niet!" Als Pierre terugkeert naar huis heerst er overal een doodse benauwende stilte, die af en toe wordt onderbroken door het slaan van de wapensmid met zijn hamer op het aambeeld. Als hij in zijn woning stapt is het hem wonderlijk te moede. Heel zijn huwelijksleven gaat aan zijn gedachten voorbij. Hij moet ook zijn spullen nog bij elkaar zoeken om als het tijd is de zijnen zo spoedig mogelijk te kunnen nareizen. Maar bij het zien van het stilstaande spinnewiel van zijn vrouw en de onafgevlochten manden van Gabrièlle komen de tranen in zijn ogen. Terwijl hij daar zo zit te peinzen wordt de stilte ruw verbroken door krijgsgeschreeuw.
(Wordt vervolgd)
Wim Boone - Oostburg.
BLIJF BIJ ML
Laat nu, in angst en pijn, Meester, mij niet alleen.... Wien heb ik buiten U?
Immers, niet een?
't Liefste dat jeugd gewon Naamt Gij mij, liefde en eer 'k Zweeg. Dat de dienaar niet Twist' met de Heer!
Vordert Gij alles nu? 'k Zwijg, want ook dat is recht. Zijt Gij de Meester niet En ik de knecht?
Maar blijf bij mij, blijf bij mij, Blijf bij mij, o mijn God! Maak niet Uw woord te schand Maak niet Uw trouw ten spot
Hoort, om mijn eenzaamheid Hoont U 't gemeen Laat mij, in angst en pijn Meester, niet gans alleen!
Dit bijzonder mooie gedicht werd me toegezonden door een „lezeres". Ik had me voorgenomen geen gedichten en opstellen meer te plaatsen van onbekende inzenders of inzendsters. Dit gedicht vind ik echter te mooi om ongeplaatst te vernietigen. Zet toch een afzender op uw brief: ziet u uw naam liever niet geplaatst, dan doe ik het heus niet. Zet er ook als het maar enigszins kan de naam van de dichter bij. Bovenstaand gedicht komt mij erg bekend voor, ik geloof dat het van de bekende dichter Geerten Gossaert is.
EN WEER TIEN VRAGEN
71. Welke sekte loochende de opstanding der doden? .S$i)Lit£t /Y 72. „Niet ilj, maar gij zijt die beroerder Israëls, " zei de profeet tegen 73. Wie zongen tezamen met de kinderen Gods .yroljjk tojjn de aarde op haar grondvesten nederzonk? Dt tHQt LbT/Y 74. Hoe heette de zesde zoon van Isaï? fi& / N/!£}/? $ 75. In welke plaats is Paulus geboren? Tflk S ff N 76. In Jozua lezen we de geschiedenis van Jabin, de koning van 77. Waar streaen de Amelekieten tegen Israël? 78. Hoe heette de eerste van de Kanaanietische vrouwen van Ezau? 79. Omdat op Paulus' reis de wind tegen was voeren zij onder jilè.£Jjf heen. 80. Het zwaard van Goliath werd bewaard te Nob achter de jJRJC
De beginletters vormen de naam van een plaats, die voorkomt in de Handelingen. Antwoorden niet inzenden!
En tenslotte nog een opstel over:
KAREL DE GROTE
Hij werd geboren in het jaar 742. Zijn vader Pepijn was koning der Franken. Toen zijn vader in 763 stierf bleef hij alleen achter met zijn broer, die drie jaar later stierf. Op 26-jarige leeftijd moest hij over het volk der Franken gaan regeren. Hij zag al spoedig dat er in zijn land veel onkunde heerste omtrent het christendom. Hij deed zijn best om deze toestand te verbeteren. Hij liet kerken en scholen bouwen, zodat het volk beter onderwezen werd. Zelf bezocht hij de scholen dikwijls, dan prees hij de vlijtige kinderen en bestrafte de tragen. Ook onder de dienaars in de kerk heerste grote onkunde. Hij liet daarom preken in de landstaal overzetten en deze moesten aan het volk voorgelezen worden, want zo zei hij: „Het is beter de mensen de zuivere waarheid voor te lezen, dan een leer vol misbruiken te laten verkondigen". Ook deed hij veel voor de ontwikkeling van de landbouw; op modelboerderijen kregen de boeren de nodige voorlichting. Door dit alles bloeide zijn rijk en werd hij een groot man. Veel oorlogen moest hij voeren tegen de Friezen en de Saksen, die hun best deden om het christendom uit te roeien. Na veel moeite en strijd heeft hij die woeste heidenen zover weten te brengen dat ze het christendom uitwendig aannamen. Karei de Grote was altijd heel eenvoudig gekleed. ook zijn kinderen, die hij ook eenvoudig handwerk liet leren. Zijn hovelingen waren altijd veel deftiger gekleed dan de koning zelf. In 800 werd Karei de Grote door de paus van Rome tot keizer gekroond (Vond hij dit prettig? ) Omdat zijn land te groot was om het alleen te besturen verdeelde hij het in kleine stukken (gouwen) en gaf deze stukken ter leen aan hen, die hem goede diensten bewezen hadden. Deze mensen werden leenmannen genoemd; de koning zelf was de leenheer. Hij woonde meestal te Aken, doch hij bracht ook een gedeelte van het jaar door te Nijmegen op het Valkhof. Hij stierf op 72-jarige leeftijd als een waar christen. Hij werd begraven te Aken, waar men op de grafzerk lezen kon: Aan Karei de Grote.
Herman van de Noort - Rijssen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1963
Daniel | 8 Pagina's